Vergeet de woorden 'thriller' en 'literair' waarmee deze boeken gepromoot worden. Deze reeks moet het niet hebben van haar thrillergehalte, noch pretendeert de schrijfster de literaire toer op te gaan.
De charme van het quintet ligt geheel in de prachtige evocatie van het 16de eeuwse Lier (my home town), een klein maar vrolijk stadje, dat ten tijde van de Spaanse bezetting meer herbergen op zijn grondgebied had dan gelijk welk ander stadje van dezelfde omvang. Een stadje dat ooit mocht kiezen tussen een schapenmarkt en een universiteit. De Lierse levensgenieters kozen voor het eerste en worden nog tot op de dag van vandaag 'schapenkoppen' genoemd en hebben zelfs in de 20ste eeuw een 'sociëteit van de schaapshoofden' opgericht, een Lierse variant van de Lions, de Rotary ed.
En die universiteit, die ze niet moesten hebben... juist, die staat nu nog altijd in Leuven.
(maar hé, wij hebben een verre herinnering aan een schaapsmarkt, onze geuzennaam en een sociëteit)
Maar nu de over de boeken.
Wel, ik holde mee met de begijntjes in total distress wanneer er het lijk van een naakte man op het begijnhof werd aangetroffen (dat zou heden ook nog wel de talk of the town zijn in Lier). Ik hoorde de alarmklokken van de Begijnhofkerk luiden (ik hoor ze vandaag nog regelmatig - ik woon er dan ook op 50 meter van - alleen doen ze nu niet meer dienst als alarmklokken, maar kondigen ze eerder een trouw of een begrafenis aan). Ik stond mee met de begijnen de was te doen op den bleek aan de Nete (en ik zag in de toekomst het huis van mijn ouders staan). Ik liep mee mee met de bewaker van de Gevangene Poort naar het stadhuis op de Grote Markt (een traject dat ik nog heel vaak doe omdat het niet de korste, maar wel de leukste weg van bij mij thuis naar het centrum is)
En ik heb ook heel wat bijgeleerd, over vroedvrouwen en vroedmeesters (mijn respect voor vroedvrouwen, dat al groot was, is alleen nog maar toegenomen), over de herkomst van de blauwe Madonna boven de begijnhofpoort. Mijn kennis over analgesie anno einde 16 de eeuw is ook weer helemaal up to date (en in alle eerlijkheid mag ik besluiten dat we erop vooruit gegaan zijn).
Kortom, ik heb zo'n 2tal maanden vertoefd in Lier ten tijde van de Spaanse bezetting, en ik heb me daar geen moment verveeld.
Het feit dat de schrijfster tot haar overlijden stadsgids in Lier was, zal ook wel bijgedragen hebben aan de sappige manier waarop alles verteld wordt.