Een serie korte verhalen van de reizen van de schrijver - begin jaren '50 toen de toerisme industrie zich net ontwikkelde - naar een aantal landen, de meeste Mediterraan. De vlotte beschrijvingen met prachtige similes geven het boek een hoge herleeswaarde. De verhalen zelf bevatten geen bijzondere pointe of moraal en eindigen onveranderlijk anti-climactisch.
Ik heb ergens een zwak voor het werk van Bertus Aafjes. Natuurlijk, de taal is behoorlijk ouderwets inmiddels (wat wil je? De meeste verhalen in dit boek zijn geschreven rond 1950). Maar wat kan deze man poëtisch schrijven. Landschapsbeschrijvingen zijn altijd raak. Je ruikt als het ware de rozemarijn en ziet de wuivende korenvelden voor je. Maar waar Aafjes echt het sterkst naar voren komt is in het combineren van de klassieke wereld met de moderne (1950 dan) en van overige vormen van kunst met de schrijfkunst. In deze bundel komt dit nog het meeste naar voren in die verhalen waar hij in de voetstappen van Vincent van Gogh treedt en die waar hij de stierengevechten beschrijft.