This play is Thomas Bernhard's devastating satire on the business of literature. The novelist Moritz Meister, after years of neglect, has finally achieved the status of Grand Old Man of German literature. With breathtaking regal condescension he receives his minions: a graduate student writing a thesis on him, a journalist preparing an adulatory article, his publisher arranging the publication of his magnum opus. He regales them -- and the audience -- with noble high-flown thoughts on art and life, while exploiting his situation to the full to gain honours and material comforts.
Thomas Bernhard was an Austrian writer who ranks among the most distinguished German-speaking writers of the second half of the 20th century.
Although internationally he’s most acclaimed because of his novels, he was also a prolific playwright. His characters are often at work on a lifetime and never-ending major project while they deal with themes such as suicide, madness and obsession, and, as Bernhard did, a love-hate relationship with Austria. His prose is tumultuous but sober at the same time, philosophic by turns, with a musical cadence and plenty of black humor.
He started publishing in the year 1963 with the novel Frost. His last published work, appearing in the year 1986, was Extinction. Some of his best-known works include The Loser (about a student’s fictionalized relationship with the pianist Glenn Gould), Wittgenstein’s Nephew, and Woodcutters.
De auteur Moritz Meister en zijn vrouw Anne leven in een huis in de bergen dat hen vanwege zijn internationale faam ter beschikking wordt gesteld door de gemeente. De lucht is er zuiver en gezond - hij heeft last van zijn longen - en hij kan er in alle rust en kalmte afkoelen na het schrijven van zijn "tetralogie". Dit net afgewerkte manuscript is trouwens ook de reden waarom zijn uitgever op bezoek komt. Andere gegadigden zijn een studente die haar scriptie over hem maakt en een literatuurjournalist die hem wil interviewen voor de krant. Het wordt al snel duidelijk dat Anne en Moritz de leegte van hun bestaan proberen te verbergen, zij door haar man voortdurend op te hemelen tot het bijna een klucht wordt, hij door zo goed als enkel in citaten te spreken van Stieglitz, zijn alter ego, de protagonist van zijn jongste werk. "Über Allen ..." is wat minder citeerbaar dan "Ritter, Dene, Voss", het andere theaterwerk dat ik van Bernhard las, en wat minder diepgaand, maar zeer vermakelijk en herkenbaar voor zij die vertrouwd zijn met het werk van deze Oostenrijker. Toch een paar keer goed moeten lachen.
"Wat stelt al het latere voor alles is in deze kunst vervat alles wat nadien ontstaan is is niets"
"Het is toch een hele eer als een wetenschapsman aan de uitoefening van zijn wetenschap te gronde gaat"
"Wij bestuderen het leven en dringen er steeds dieper in door en de duisternis wordt steeds groter"