Hoe praktisch kan filosofie zijn? Paul Wouters presenteert zeven filosofische benaderingen als denkgereedschap om praktische problemen te lijf te gaan. Ieder werktuig vertegenwoordigt een bepaalde filosofische traditie:
hamer en beitel: wezendenken, metafysisch realisme
winkelhaak: transcendentale methode
koevoet: dialectiek
de blote hand: fenomenologie
decoupeerzaag: analytische methode
schroefboormachine: hermeneutiek
de werkende mens: deconstructie.
Het zijn zeven fundamenteel verschillende manieren van ‘omgaan met problemen’ die onze cultuur heeft opgeleverd.
Interesting concept! Making philosophy pragmatic! I would argue this book is interesting for those who are just started reading some philosophy books. It would be a nice introduction to some basic philosophy concepts and Paul Wouters discusses multiple big thinkers.
Personally I felt like Paul went a bit too far into side topics, Paul used various questions and worked on the answers using the philosophical tools. Sometimes I was just zoned out because of the sudden switch in different topics for multiple pages.
De schrijver heeft zijn best gedaan om zo duidelijk mogelijk zijn gedachten over te brengen. Afgezien van de uitbreiding van zijn vorige boek over denkgereedschappen heeft hij een overzicht van de ontwikkeling van de filosofie toegevoegd en de positie van de filosofie in de huidige tijd toegelicht. dat er zelden een klik ontstond lag niet aan hem maar aan mijn kennelijk niet filosofisch geprogrammeerde brein. Ook de inleidingen tot de filosofie van Kant, Russell ,Kierkegaard maakten mij in het verleden niet veel wijzer. Dat gezegd zijnde probeer ik nu toch een kleine samenvatting te geven van de denkgereedschappen. 1 Hamer en beitel. De filosofie van Plato en Aristoteles waarbij getracht wordt het wezenlijke van het object te bepalen. 2 De winkelhaak. Kant en aandacht voor het subject en de reeds a priori aanwezige kennis. Transcendentaal = voorwaarden scheppend. Transcendent is grensverleggend. 3 De koevoet. Hegel en het spel tussen subject en object. These, antithese en synthese. 4 De blote hand Husserl. Fenomenologie. Treed het object onbevooroordeeld en met ogen wijd open en gevoel tegemoet. 5 De decoupeerzaag . Wittgenstein. Taalspelletjes oftewel probeer het probleem zo duidelijk mogelijk te omschrijven ( in taal te vatten) 6De Schroefboor Heidegger. Hermeneutiek: maak er een verhaal van 7 De werkende mens. Deconstructie. Derrida e.a. draai de zaken om . Benader het probleem van de andere kant. 8 Het atelier. Ontwerp je eigen benadering,
Geeft een mooie manier om naar verhalen en redeneringen te kijken, plus gereedschappen om te kijken hoe ze nog beter gemaakt kunnen worden. Of overtuigender.