Omdat ik de Biografie van Gé Vaartjes had gelezen (Mark Twain zei al: je kunt rondlopen met een hele groep vrienden of discipelen en een prachtig heilig leven leiden, maar uiteindelijk schrijft Judas dan je biografie: dat was hier ook wel aan de hand) vond ik dat ik ook weer eens iets nieuws van Bomans moest lezen, ik heb de man als tiener onwaarschijnlijk bewonderd en alles wat ik kon vinden gelezen, maar in verzameld werk (I) stond 'Pieter Bas', deel 2, en dat kende ik niet.
Viel niet mee: voelde een beetje als een matige parodie op deel 1. En de onvoltooide Slavenroman, waar hier de grote eerste hap in staat, was ook niet veel meer dan een wat lollige herhaling van zetten. Het dagboek 1957, helaas halverwege afgebroken, was dan wel weer errg goed, want dat nuanceerde het onvriendleijke beeld dat Vaartjes naliet wel weer wat.