De ideeën van Willem Frederik Hermans waren controversieel en zijn optreden als publieke figuur was omstreden. Toch was zijn schrijverschap vaak een ijkpunt in het maatschappelijk debat. In zijn romans bespeelt hij de lezer op een soevereine manier en in zijn polemieken laat hij zich van zijn despotische kant zien. Toch kent hij over de werkelijkheid slechts twijfel. Aan werk en optreden van Hermans wordt een zeggingskracht toegeschreven die tot ver buiten de literatuur reikt, maar zelf heeft hij nooit aanvaard dat hij een autoriteit was, althans niet buiten de literatuur. In Alleen blindgeborenen kunnen de schrijver verwijten dat hij liegt wordt ingegaan op deze wonderlijke paradox, met bijdragen van Wilbert Smulders, Frans Ruiter, Odile Heynders, Ewoud Kieft en Sarah Beeks. Een waardevolle en inspirerende aanvulling op de studie van Hermans' grootste oeuvre.
Ik dacht een mooie inleiding tot het werk van Hermans in handen te hebben, maar het blijkt een eerder literatuur-theoretisch en zelfs filosofisch werk. Alleen het tweede essay, over Hermans en de autonomie van de literatuur bevat boeiende inzichten, de rest ging echt boven mijn hoofd.