"Intelligent, humorvoll, verständlich! Sehr empfehlenswert."Simon Rozendaal, Wissenschaftsredakteur "Elsevier Weekly"Der Egalitarismus ist stärker denn je, mit Quoten für weibliche Führungskräfte, geschlechtsneutralen Toiletten und Kursen gegen Vorurteile. Ein Witz kann ausreichen, um als "Rassist", "Sexist" oder "Faschist" bezeichnet zu werden. Pädagogen und Politiker sind sich Vorurteile sind falsch, Vielfalt ist unsere Stärke, und wir sind alle gleich. Aber stimmt das wirklich?Frank Karsten fordert die Leser auf, eine andere Sichtweise in Betracht zu ziehen. Er argumentiert, dass der erbitterte Kampf gegen Diskriminierung in Wirklichkeit zu mehr Ausgrenzung und Polarisierung führt. Dieses mutige und bahnbrechende Buch liefert Gegenargumente für alle, die an den heutigen egalitären Idealen zweifeln.
Libertariër Frank Karsten heeft een nieuw boek geschreven “De discriminatiemythe”; een kort, helder, prikkelend boek. Net als in zijn vorige boek “De democratie voorbij” ontleedt hij de intellectuele basis onder een heilige koe (eerst democratie, nu antidiscriminatie) en laat zien dat er nogal wat op die argumenten af te dingen valt. Karsten’s methode is om zich op basis van gezond verstand af te vragen waarom antidiscriminatie zo weinig principieel wordt toegepast. De ene keer is iets wel discriminatie en de andere keer niet; vroeger was iets volkomen geaccepteerd en nu reden voor ontslag.
Over mannen mag je bijvoorbeeld vrijwel alles zeggen, alleen deze week heb ik al een paar artikelen of tweets gelezen waarin feministen voorstellen om alle mannen te castreren (vanwege Kavanaugh), zaadleiders te verknopen tot na hun 20e (om tienerzwangerschappen te voorkomen) of te isoleren van vrouwen op de werkplek (vanwege MeToo). Wie zulke dingen zou zeggen over vrouwen zou direct ontslagen worden, maar ook ontvriend, bespot (terecht, btw) en waarschijnlijk juridisch vervolgd. Twee weken geleden las ik dat het homofoob was om te ontkennen dat Bert en Ernie homo waren, i.p.v. gewoon vrienden. Over Zwarte Piet, Kerst en Paaseieren zal ik verder maar zwijgen. Het lijkt me logisch dat mensen zich beginnen af te vragen of we niet gewoon zijn doorgeslagen in de andere richting.
Karsten stelt dat antidiscriminatie-activisten zich niet druk maken over alle discriminatie en dus, volgens de eigen ideologie, in gebreke blijven. Ik vraag me af of dit het werkelijke argument is: dikwijls lees ik “racisme = rassendiscriminatie + macht” of “seksisme = seksediscriminatie + macht”. Om die reden kunnen mannen en blanken dus niet gediscrimineerd worden, want volgens de antidiscriminatie-activisten hebben niet-blanken en vrouwen geen macht – dit zijn niet mijn woorden overigens, ik lees deze argumenten in de krant, zoals iedereen. Het feit dat men zich over specifieke discriminatie druk maakt, en niet over alle discriminatie, is een “feature, not a bug”. Karsten probeert dit te ontkrachten door bijvoorbeeld te wijzen op het feit dat mannen niet alleen oververtegenwoordigd zijn als CEOs, politici en Nobelprijswinnaars, maar ook als bedelaars, kanonnenvoer en psychisch gestoorden – psychometrisch en statistisch onderzoek bevestigt dit. Vooral het stukje “macht” in bovenstaande vergelijkingen zit de antidiscrininatie-activisten dwars.
Ook voor antidiscriminatie-activisten zelf is het goed om zich eens af te vragen of discriminatie altijd in alle gevallen onjuist is of wel de beoogde doelen bereikt; er is namelijk niet zoveel mis met organisaties en groepen, die op bepaalde criteria selecteren: moet een moskeebestuur per se 20% atheïsten aannemen, omdat de wijk waarin die moskee is gevestigd, zo is samengesteld? Antidiscriminatiewetten kunnen in praktijk juist tot meer discriminatie leiden, zoals Karsten stelt. Een mannelijke ondernemer, die zonder bewijs beschuldigd is van seksuele intimidatie zal waarschijnlijk minder vrouwen aan gaan nemen en zijn concullega’s in de sector zullen ook beducht zijn voor zulke scenario’s. Hiermee moet je seksuele intimidatie als probleem natuurlijk niet afwijzen of niet serieus nemen, duidelijk is dat het bestaat (en vaak groter dan gedacht), maar het is wel goed om eens na te denken over een optimale bestrijding van dit maatschappelijke probleem.
Het zou overtuigde antidiscriminatie-activisten juist sieren om op een normale manier met Karsten in discussie te treden: immers, overtuigd van het gelijk aan je zijde, valt er niets te vrezen.
Interessante inzichten in het discriminatiedebat. De auteur maakt wel regelmatige te gemakkelijke assumpties en conclusies. Inhoudelijk vaak niet sterk en overtuigend genoeg. 5/10
Frank Karsten snijdt een onderwerp dat hoog op de publieke agenda staat op originele wijze aan. In dit korte maar krachtige betoog, worden kritische noten gekraakt over de gelijkheidsagenda, hoe inconsequent deze wordt toegepast, dat overheidsbeleid ertegen ook discriminatie is, en dat zulk beleid bovendien contraproductief werkt.
Het boek biedt een fundamentele kijk over wat discrimineren als mentaal proces nu is, en waarom mensen het nodig hebben. De samenleving blijkt een complex systeem waarin individuen met allerlei eigenschappen elkaar proberen te beoordelen om nuttige verbanden te sluiten. Berichtgeving over salarisgaten tussen collectieven van bijvoorbeeld man en vrouw is daarom te kort door de bocht om onrecht te veronderstellen.
Fundamenteel is ook de vraag waarom vrijwillige segregatie op basis van iq, geloof of beroep niet erg is, maar op basis van etniciteit wel. Is een China Town zo erg dat de overheid er aan te pas moet komen?
Dit korte en goedkope boek is het geld meer dan waard en levert een goede aanzet om de Strijd tegen Discriminatie te heroverwegen.