Moshen droomt dagelijks van het land waar hij de eerste tien jaar van zijn leven doorbracht: Nederland. Hij verafschuwt zijn bestaan in Teheran, gaat gebukt onder de zware last van familieplicht. Na een hartstochtelijke nacht in het Laleh hotel raakt hij bezeten van Marleen, een Nederlandse vrouw op doorreis. Hij keert zich af van zijn echtgenote, zijn dochter en zijn pasgeboren zoon, en heeft nog maar één wens: de vrouw van zijn leven achterna te gaan. Door politieke verwikkelingen lukt het hem echter niet in zijn eentje naar Nederland af te reizen en wordt hij gedwongen samen met zijn gezin te vluchten. Wat volgt is een tocht vol ontberingen en duizelingwekkende gebeurtenissen, waarin Moshen een speelbal blijkt te zijn van mensensmokkelaars en drugskoeriers. Eenmaal in Nederland rest de vraag of de werkelijkheid beantwoordt aan Moshens droom.
Edzard Mik (1960) werd geboren in Groningen, waar hij rechten studeerde. In Maastricht was hij vervolgens werkzaam als advocaat, in Utrecht doceerde hij aan de School voor Journalistiek, en thans woont hij met vrouw en kinderen in Amsterdam. Voor Vrij Nederland en NRC Handelsblad schrijft hij beschouwingen over beeldende kunst, architectuur, literatuur en theater. Daarnaast is hij redacteur voor De Gids. Mik schreef korte verhalen, filmscenario’s voor de VPRO en libretto’s. Goede tijden is zijn zevende roman.