Op de achterflap van “Dola” valt te lezen dat Mirjam van Hengel ‘in een betoverend spel met het biografisch genre’ onder de huid van haar personage kruipt. En halverwege het boek meldt Van Hengel over het proces van de totstandkoming, het schrijven ervan: “De kwade wolf van het genre posteert zich naast mijn bureau en probeert me het bos van de nauwgezette beschrijvingen, feiten, chronologie en anekdoten in te trekken. […] Als ik de wolf gehoorzaam is er niets aan de hand en kan ik onbelemmerd door, op naar voorbeeldigheid, het woord dat sinds jaar en dag de hoogste lof lijkt in te houden voor een biografie en waar ik van gruw. Als ik even niet kijk hoor ik zelfs hem gapen” (p. 157).
Tja, denk ik intussen dan toch, ze had zich best wat meer aan die wolf gelegen mogen laten liggen. Mirjam van Hengel is zelf heel nadrukkelijk in het boek aanwezig (culminerend in een nogal misplaatst einde waarbij ze zichzelf als Dola de Jong in persoon opvoert), maar zonder verder behoorlijk verantwoording af te leggen over de werkwijze die ze heeft gevolgd in het onderzoek dat aan haar boek ten grondslag ligt. In die zin komt het uiteindelijke resultaat als uiterst vrijblijvend over, mede omdat serieuze, specifieke verwijzingen naar onder meer bronnen en vindplaatsen ontbreken (voet- of eindnoten maken wellicht deel uit van het domein van de gapende wolf), zomin als er bijvoorbeeld sprake is van een personenregister. Ook de compositie van “Dola” stelde me al met al teleur, de opbouw is soms tamelijk verwarrend, rommelig. Bovendien doet Van Hengels woordkeus af en toe vreemd aan, zozeer dat het mij wel eens onduidelijk is of dat aan mij ligt (een term als ‘blakstil’ was mij onbekend), aan tekortschietende correctie of aan een zekere gewildheid of gemaaktheid van de kant van de schrijfster.
Valt er wat mij betreft dan niets positiefs over “Dola” op te merken? Zeker wel, het boek biedt hoe dan ook een interessant beeld van leven en werk van de schrijfster met die voornaam, en enthousiasmeert zeker om nog eens enkele romans van haar te gaan lezen (“Dans om het hart”, “En de akker is de wereld”) of te gaan herlezen (“De thuiswacht”, waarvan ik heb genoten en dat voor mij aanleiding was een biografisch werk over Dola de Jong aan te schaffen). En behalve veel relevante tekstuele informatie biedt de onderhavige uitgave ook prachtig beeldmateriaal in de vorm van foto’s, welke Mirjam van Hengel in de tekst die eraan voorafgaat al heeft toegelicht en van commentaar heeft voorzien.