“In totaal gaat het om 25.000 joden die zich verstoppen voor de bezetter, op een totaal van ongeveer 140.000. Ruim 80 procent volgt dus wel de orders van de bezetters op. Van die 25.000 verstopte joden wordt uiteindelijk een derde deel nog gevonden en getransporteerd naar de vernietigingskampen in Polen.”
Dit boek gaat over 3 van die 25.000. Over Alfred en Lilly Davids en hun zoontje Harry. Een oorlogskind, geboren in 1942. En het gaat over Berend en Jeltje Bakker. Wederom een familie Bakker uit Friesland, in dit geval uit Engwierum. Onlangs las ik Je mag wel bang zijn, maar niet laf van Toni Boumans over de familie Bakker uit Buitenpost maar zover ik kan nagaan geen directe familie. Op twee punten komen beide verhalen even bij elkaar. Altijd bijzonder. Lilly is namelijk werkzaam bij Hirsch & Cie in Amsterdam alwaar ook Sjoerd Bakker werkzaam was. En we belanden nog even op station Buitenpost.
Berend en Jeltje Bakker zijn de overgrootouders van de schrijver. Mooi dat hij het op zich heeft genomen dit verhaal na zo veel jaren op papier te zetten. Iets te persoonlijk qua stijl naar mijn smaak. De afscheidsbrief voor zijn oom aan het eind is daar een voorbeeld van.
Bij vlagen boeiend en interessant. Wel vrij veel herhalingen. In elk hoofdstuk wordt melding gemaakt van het onderzoeksproces, dat zou ik liever in de verantwoording hebben gelezen.