In zijn nieuwe boek beweegt Ton Lemaire zich tussen verwondering, bewondering en verontwaardiging. In veertig essays biedt hij een eigentijdse en tegendraadse beschouwing over de toekomst van onze wereld, die door verschillende bedreigingen wordt overschaduwd. Alleen een algehele omslag in ons doen en denken kan een uitweg bieden uit de problemen die onze veelgeroemde ‘vooruitgang’ heeft veroorzaakt. Lemaire pleit voor een breuk met het kapitalisme, waarin ons streven naar constante groei en rijkdom pathologisch is geworden en in de nabije toekomst steeds vaker zal leiden tot toenemende ongelijkheid en uiteindelijk zelfs tot een verwoeste planeet. Met een antropologisch en filosofisch gevormde blik kijkt Lemaire naar allerlei aspecten van onze cultuur en maatschappij, zoals economie en ecologie, religie en zingeving. Hij schrijft bovendien over de tekortkomingen van de democratie, het gevaar van perfectionisme, over de bio-industrie, de ontbossing, het verlangen naar wildheid en hij wijst op de wet van de algehele fluctuatie der dingen. Lemaire snijdt, genuanceerd en wijs, gevoelige thema’s aan.
Ton Lemaire (1941) is antropoloog en filosoof. In het voorjaar van 2014 verscheen Het lied van Hiawatha, een essay over een van de bekendste teksten van de negentiende eeuw. Eerder publiceerde hij onder meer Filosofie van het landschap (1970), Met open zinnen (2002), Claude Lévi-Strauss (2008), De val van Prometheus (2010) en Verre velden (2013). Sinds geruime tijd woont Ton Lemaire op het Franse platteland.
Toegegeven heb ik het bij het elfde essay opgegeven. Dit hele boek leest als een gesprek met je door de koude oorlog getraumatiseerde vader die de contradicties en grenzen van het kapitalisme niet meer kan negeren, maar toch liever de schuld van klimaatsverandering, welvaartsongelijkheid, etc. geeft aan een "hyperkapitalisme", onze imperfecties, en een te grote bevolking.
Om een zodanig wereldbeeld in stand te houden moet je niet te diep het kapitalistische wereldsysteem analyseren, dat gebeurt hier dan ook niet. Er wordt wel, oppervlakkig, kritiek geleverd op de dictatuur van het kapitaal, maar tegelijkertijd wordt het ook genaturaliseerd. En wordt het politieke en ideologische alternatief verdoezelt.
"We moeten niet naar perfectie streven"
waar moeten we dan wel naar streven? Het haalbare? Maar daarmee wordt dan wel zeker geimpliceert: het haalbare binnen dit systeem! Anders zou het idealistisch zijn. We mogen blij zijn met kruimels! De bakkerij is van de bakker.
"De democratie is ondanks haar imperfecties het beste systeem"
Democratie voor wie? Heeft het volk de macht omdat we om de 4 jaar mogen stemmen op voorgekookte kandidaten die allemaal steunen op door groot geld gesteunde campagnes en deels daarom uiteindelijk allemaal de "rechtvaardige" hiërarchie van het kapitalisme accepteren en voor ons in stand zullen houden, ongeacht of wij of laat staan de toekomstige generaties daar baat bij hebben? En dan hebben we het nog niet eens over de verwovenheid van lobby's en grootkapitaal, en van de parlements- en kabinetsleden die het nationale beleid opstellen en bekritiseren.
Als ik dit hier in een review op Goodreads kan bedenken, dan kon Ton Lemaire dat ook.
Maar hij kan dat dus niet zolang hij dronken is van de waarden van autonomie en vrijheid, die in de praktijk echter altijd vrijheid en autonomie van de ene klasse ten opzichte van de andere zal betekenen. Vandaag de dag is dit op wereldschaal te zien. Onze welvaartsstaat drijft op het op 12uren hongerloon arbeid in het globale zuiden.
(om nog maar te zwijgen over de lange klassenstrijd die de Nederlandse arbeidersbeweging hier voor gevoerd heeft)
Misschien heeft Lemaire over niet politiek-economische filosofie echt wel wat inzichtelijks te zeggen, maar voor een boek dat beweert dat de schrijver graag wil breken met kapitalisme, kan ik het naturaliseren van kapitalisme en haar politieke systeem niet vergeven.
TL;DR:
Socialist? Blijf weg. Liberaal? Dit boek ligt je waarschijnlijk wel.
In zijn nieuwe boek beweegt Ton Lemaire zich tussen verwondering, bewondering en verontwaardiging. In veertig essays biedt hij een eigentijdse en tegendraadse beschouwing over de toekomst van onze wereld, die door verschillende bedreigingen wordt overschaduwd. Alleen een algehele omslag in ons doen en denken kan een uitweg bieden uit de problemen die onze veelgeroemde ‘vooruitgang’ heeft veroorzaakt.
Lemaire pleit voor een breuk met het kapitalisme, waarin ons streven naar constante groei en rijkdom pathologisch is geworden en in de nabije toekomst steeds vaker zal leiden tot toenemende ongelijkheid en uiteindelijk zelfs tot een verwoeste planeet. Met een antropologisch en filosofisch gevormde blik kijkt Lemaire naar allerlei aspecten van onze cultuur en maatschappij, zoals economie en ecologie, religie en zingeving. Hij schrijft bovendien over de tekortkomingen van de democratie, het gevaar van perfectionisme, over de bio-industrie, de ontbossing, het verlangen naar wildheid en hij wijst op de wet van de algehele fluctuatie der dingen. Lemaire snijdt, genuanceerd en wijs, gevoelige thema’s aan.
Het derde werk van antropoloog Ton Lemaire dat ik las is ongetwijfeld het veelzijdigste. Met beknopte korte essays, slaat hij zoals gewoonlijk de nagel op de kop. Hij legt in dit werk sterke verbanden tussen diverse onderwerpen waaronder het lokale en het mondiale. Andere thema’s die hij in de verf zet zijn o.a. de alsmaar toenemende ongelijkheid (of is het gelijkwaardigheid?), de ecologische catastrofe – die hij met populisme koppelt – maar vooral pleit hij voor ‘een breuk met het huidige systeem. Het is volgens hem gebaseerd op verkeerde beginselen, met name het pathologische streven om alsmaar meer kapitaal op te bouwen en groeien op een eindige planeet.
Hij besluit zijn boek met treffende aforismen waarvan ik er één meegeef: “De grootste luxe bestaat erin om geen behoefte aan luxe te hebben.”
Ton Lemaire heeft zich in zijn inmiddels omvangrijk oeuvre altijd kritisch uitgelaten over de onttoverde, geïndustrialiseerde en kapitalistische Westerse consumptiemaatschappij die stilaan doordringt in alle continenten en dreigt af te stevenen op een ecologische catastrofe. Wie wil kennismaken met de filosofisch-antropologische grondslagen van zijn cultuurkritiek wil ik graag 'Met open zinnen' en 'De val van Prometheus' aanbevelen. In 'Tegen de tijd' herneemt Ton Lemaire veel van zijn kritieken in 40 korte essays of 'kanttekeningen bij onze samenleving'. De toon in dit boek is echter anders en verschilt ook van de beschouwelijke essays die Lemaire bundelde in 'Mettertijd' en 'Verre Velden'. Hij verhult in enkele essays niet dat hij schrijft uit verontwaardiging en ergernis. Zonder de academische onderbouw die we van hem gewend zijn, klinkt zijn betoog daardoor soms ronduit moraliserend. 'Tegen de tijd' blijft inhoudelijk relevant en spoort aan tot kritisch denken over onze levenswijze, maar is zeker niet het sterkste boek van Ton Lemaire.
Mijn eerste kennismaking met Ton Lemaire en volgens meerdere bronnen een minder werk van hem. Dat maakt mij benieuwd naar meer boeken van hem want zijn geest lijkt mij ongetwijfeld boeiend maar dat komt er in dit werk vaker niet uit dan wel. Los van soms gelijklopende, soms botsende opinies (wat geen invloed zou mogen hebben op de appreciatie van een boek) zijn vele hoofdstukken naar mijn mening ongenuanceerd en zonder conclusie. Het regelmatige gedram op nationalisme en kapitalisme worden zelden uiteengezet en soms zelfs niet eens voorzien van een alternatief. Vooral in de beginfase lijkt de cultuurfilosoof vooral vanuit zijn buikgevoel te schrijven en niet zozeer vanuit zijn kennis met als gevolg een fatalistisch gevoel bij de lezer. Tegelijkertijd zijn er zeker hoofdstukken die origineel waren en die de lezer aan het denken brengt, zoals het verzonnen concept humanimalisme. Al bij al een interessant werk dat echter het gevoel geeft dat diezelfde auteur wel beter kon. Inhoudelijk en qua stijl lijkt het wel een vermenging van 'Mijmeringen over de twintigste eeuw' (Jacques Claes) en 'Je mag zeggen wat je denkt' (Andreas Kinneging).
Dit boek bestaat uit 40 korte geschriften over thema's die we gewoon zijn in het werk van TL. Dit zijn milieu, ontmythologisering, dierenwelzijn en (hyper)kapitalisme. Je zou het ook: bedenkingen, reflecties en gezien zijn gezegende leeftijd ondertussen, mijmeringen kunnen noemen. Vergeleken met wat ik van Lemaire gewoon ben, stelt dit werk teleur. De reflecties zijn weinig gefundeerd, soms kloppen ze gewoon niet omdat de aangehaalde standpunten achterhaald zijn, of niet genuanceerd. Van de 240p, verdeeld over 40 hoofdstukken is mijns inziens 2/3 herhaling. TL blijkt in dit boek een zeer klassiek geschoold eurocentrisch denker te zijn, die weinig afweet van de wereld rondom hem (andere culturen) en de actualiteit. Het lijkt alsof hij een terug geplooid leven leidt.
Makkelijk geschreven, veel wijze woorden, die we eigenlijk wel weten maar continu verdringen. Alleen in hoofdstuk 40 las ik een voor mij nieuwe gedachte. Af en toe vliegt de auteur uit de bocht door persoonlijke meningen te verkondigen over anglicismen, Donald Trump ( incompetent en vulgair)en zijn antiamerikanisme ( een ongezond volk). Ook in de demonisering van “de man” kon ik me niet helemaal vinden . Toch wel met plezier gelezen, maar geen harde aanrader.