In 1997 vertrokken de toen nog niet als schrijver gedebuteerde Erwin Mortier en zijn levensgezel Lieven Vandenhaute samen met Gerard Reve naar Frankrijk voor een verblijf in het beroemde Geheime Landgoed, gelegen in de heuvels bij het plaatsje Le Poët-Laval. Het was duidelijk dat het met de gezondheid van Reve, die recent een hartoperatie had ondergaan, niet goed ging. Niettemin was de bedoeling dat de twee jongens, die vriendschap hadden gesloten met hun bewonderde schrijver, hem zouden helpen en ondersteunen terwijl Reve zich zou wijden aan het schrijven van nieuw werk. In zijn dagboek, dat hij heeft voorzien van zowel een inleiding als een nawoord, heeft Mortier een reis beschreven die de lezer geen moment onberoerd zal laten.
'Op reis gaan met Gerard Reve doe je niet voor je plezier', zegt de oude Reve tegen de jonge schrijver Erwin Mortier. In dit boekje laat Mortier zien hoe waar dat was in 1997, als hij met zijn vriend een tijdje met Reve meegaat naar diens Geheime Landgoed. Dat Landgoed blijkt al geen pretje, een onherbergzame bunker, en de schrijver is vrijwel de hele tijd dronken, onaangenaam, handtastelijk en vervelend.
Het boek is, ondanks alle onprettige herinneringen, toch vooral warm. En in de tweede plaats is het ook uitzonderlijk goed geschreven: wat een fraaie stijl heeft die Mortier.
Daarnaast leer je Reve ook echt wel wat beter kennen. Althans, als je zijn werk goed leest, herken je wel veel van zijn waanzin — maar uit dit boek leer je dat de schrijver ook echt in zijn dagelijks leven zo kon zijn: als Treger in Bezorgde Ouders, monomaan, racistisch, kwaadaardig, jaloers, sadistisch. Maar de merkwaardigste ontdekking die Mortier dan doet: dat Reve de knop ook om kan zetten. Als de jonge vrienden het niet langer uithouden en aankondigen dat ze definitief weggaan, verandert de dronkenlap ineens in een redelijke man die hen met goede argumenten probeert te weerhouden om hem te verlaten.