Een korte familiekroniek waarin Debruyne in het verleden van haar grootouders duikt om de vraag te beantwoorden waarom haar vader als kind zo vaak alleen gelaten werd met Albert, de huisvriend, een pedofiel. Familiegeschiedenis en essayistische stukjes over psychologie, seksuele moraal, ... worden afgewisseld met fragmenten uit het dagboek van haar grootvader, die in een groot deel van deze roman de rode draad vormen. Alhoewel het hier en daar wat te veel verschillende kanten opgaat en wat haar grootvader schreef niet altijd even interessant is, is dit voor mij al bij al toch een geslaagde roman. 3,9/5
"Mijn vader komt met een anekdote uit zijn jeugd. Alsof hij ruikt dat we in de dagboeken van zijn vader zitten te lezen - ik voel me betrapt, al weken aarzel ik om hem over de schriften te vertellen, vrees dat zijn vaders versie van zijn kinderjaren een inbreuk zal plegen op zijn eigen herinneringen."