Een vrouw en een man leven in een huis op een duin met zicht op de zee. Hun leven lijkt perfect harmonieus tot de ochtend waarop er lichamen aanspoelen op de kust. Hun veilige wereld verdwijnt, beminnen wordt ontwijken, en de zee brengt hen naar een wereld die ze nooit in het echt hadden gezien. Gescheiden zoeken ze wanhopig naar de herinneringen aan hoe het ooit was, naar wat hen bindt, naar een spoortje hoop aan de horizon. Brandingen is een pijnlijk en ragfijn portret van een relatie. Gehavend door de actualiteiten, die we in het alledaagse leven liever negeren, beweegt ze richtingloos naar een nieuw leven waar niets meer is zoals het was.
Paul Verrept (1963) woont en werkt in Antwerpen. Hij is auteur, illustrator en grafisch ontwerper. Hij schreef en illustreerde meerdere boeken, waarvan Het meisje de jongen de rivier is bekroond met de Gouden Uil van de Jonge Lezer. In 2021 verscheen Brandingen dat op de shortlist stond van de Bronzen Uil 2022.
A woman and a man drift apart when reality intrudes on the harmony of their sensual idyll and the woman is unable to look away. In short, poetic sentences, they both tell their story in a double monologue (both texts were commissioned by the theatre company Skagen).
The confrontation with the bodies of refugees who lose their lives during the crossing of the sea and whose bodies wash up on the beach in front of the couple's beautiful house, sharpens the illusions they cherish about each other and themselves. The different ways in which the woman and the man experience this harsh reality bring the subcutaneous frictions between the two to light and culminate in a subdued yet powerful story about distance and proximity, powerlessness and internally contradictory desires, groping for mutual understanding in the widening gap between commitment and narcissism.
Even if the intimacy of one's own cocoon feels so safe and secure, no one is an island, as a wise poet knew.
This barbed gem also appeared in French as Raz de marée suivi de Marée basse.
* * * * * * * * * *
Een vrouw en een man drijven uit elkaar wanneer de werkelijkheid de harmonie van hun sensuele idylle binnendringt en de vrouw er niet meer in slaagt weg te kijken. In korte, poëtische zinnen vertellen ze beiden hun verhaal in een dubbele monoloog (beide teksten werd geschreven in opdracht van het theatergezelschap Skagen).
De confrontatie met de lichamen van vluchtelingen die het leven laten tijdens hun overtocht en aanspoelen op het strand voor het mooie huis van het koppel stelt de illusies die ze over elkaar en zichzelf koesteren op scherp. De uiteenlopende manier waarop de vrouw en de man die harde realiteit beleven brengt de onderhuidse fricties tussen beiden aan het licht en mondt uit in een ingetogen en toch krachtig verhaal over afstand en nabijheid, onmacht en innerlijk tegenstrijdige verlangens, tastend naar wederzijds begrip in de zich verdiepende kloof tussen betrokkenheid en narcisme.
Al voelt de intimiteit van de eigen cocon nog zo veilig en geborgen, niemand is een eiland zoals een wijs dichter al wist.
Brandingen van de Vlaamse auteur, tekenaar en grafisch ontwerper Paul Verrept is een boekje met twee theaterteksten: De vloed en De vlucht, die één geheel vormen en nu samen zijn uitgegeven. Het resultaat is een tekst over een koppel dat aan zee woont, man en vrouw, en een kind. Een kind dat aanspoelt op het strand.
In spaarzame woorden en korte zinnen schrijft Paul Verrept over communicatie en afstand. Over wat zij ziet en hij niet. Over twee kanten van een verhaal.
Brandingen is een dun boekje, 83 bladzijden, maar zit vol gevoel en vol suggestie. Het is een prachtig verhaal over vluchtelingen, over mensen die vluchten, en hopelijk weer thuiskomen.
Dit zal op toneel misschien werken, maar op papier niet. Fragmentarisch proza met een lading te zoete zinnen vol clichés, saaie fragmenten over een man in een leeg stadje. Het lijkt literatuur dit verhaal, maar dit is het gewoon niet.
Brandingen van de Vlaamse auteur, tekenaar en grafisch ontwerper Paul Verrept is een boekje met twee theaterteksten: De vloed en De vlucht, die één geheel vormen en nu samen zijn uitgegeven. Het resultaat is een tekst over een koppel dat aan zee woont, man en vrouw, en een kind. Een kind dat aanspoelt op het strand. Al hoewel de vluchtelingenthematiek zeker geen nieuw item is in de Nederlandstalige literatuur, is de manier waarop Paul Verrept het thema benadert toch wel vernieuwend. Hij benadert een universeel drama uit het persoonlijk oogpunt van twee individuen die aanvankelijk onder een dak leven en hun eigen drama meemaken. In ‘De vloed’, het eerste deel van de novelle, is de vrouw aan het woord. De lichamen die op het strand aanspoelen, maken een diepe indruk op haar. Ze kan niet plaatsen dat de man zich zo afstandelijk opstelt ten opzichte van wat er gebeurt. Wanneer er op een dag ook een kind aanspoelt, barst de bom helemaal. De man verlaat het huis en de vrouw blijft alleen achter. In ‘De vlucht’, het tweede deel, is de man aan het woord. Na de breuk is hij vooral met zichzelf bezig. Hij neemt zijn intrek in een vrijwel verlaten fabrieksdorpje, en maakt er een sport van om niet meer aan de vrouw te denken. Op een dag verschijnt er een vluchteling in het dorp. Hoewel de man angstvallig afstand van hem probeert te houden, beseft hij dat deze vluchteling een nieuw leven wil beginnen. Brandingen is een prachtige novelle met een vleugje magisch realisme en poëzie genomineerd voor de Bronzen uil.
Heel subtiel sluipt de vervreemding tussen man en vrouw in hun leven. De korte zinnen en alinea's staan in contrast met het drama dat zich afspeelt. Eerst is de vrouw aan het woord, daarna de man. Ik vind het thema, hoe bepaalde gebeurtenissen een schijnbaar goede relatie kunnen doen kantelen, heel knap beschreven. De zee met haar rust en onrust loopt er als een rode draad doorheen.
Brandingen is een dun, klein boekje over grote thema’s: liefde, eenzaamheid, verlangen en de brandend actuele vluchtelingenproblematiek.
In amper 83 pagina’s schetst Verrept een intieme wereld aan zee. Het verhaal begint heel idyllisch: de liefde is onuitgesproken tastbaar aanwezig terwijl de branding op de achtergrond weerklinkt. Tot er lichamen aanspoelen op het strand en alles in een ander licht komt te staan.
We kijken eerst door de ogen van de vrouw; in de tweede helft van het boekje is de man de verteller. Dat maakt dat we twee heel verschillende blikken op een zelfde situatie krijgen. Het toont ons dat de onuitgesproken liefde wel zou varen bij iets meer communicatie…
Brandingen is een soort van poëtisch stilleven. Er gebeurt niet veel en toch verandert alles. Een klein verhaal dat je traag moet consumeren.
Ik weet niet goed wat te denken van dit boekje. Enerzijds is het goed geschreven – deze man is een stylist – maar al die uitgepuurde zinnen blijven anderzijds wat in het luchtledige hangen. Een boek wordt nooit zo abstract als een schilderij, maar toch is het met dit werk alsof je als lezer je ogen over een canvas laat gaan waarop enkele toetsen waterverf zijn aangebracht en dat je het daar dan maar verder moet mee doen. Dat is op zich een artistieke keuze van de auteur, maar dat ik al een behoorlijk aantal bladzijden in het eerste deel was gevorderd (blz. 17) vooraleer me duidelijk werd dat hier een vrouw en niet een man aan het woord was, mag toch eerder een slordigheid heten.
Een boekje vol gevoel, metafoor en suggestie. Verrept schetst een situatie van twee geliefden die elkaar doorheen het verhaal loslaten en op zoek gaan naar wat ooit was, en naar de herinneringen die hen ooit bonden. Tegelijk spelen vluchtelingen een belangrijke rol in zijn werk - al zijn de bewoordingen en metaforen vaak wat omslachtig. Niet voor iedereen, maar een knap debuut.
Klein boekje met twee blikken op een verhaal waarin vluchten als rode draad terugkomt. Ondanks de beperkte woorden valt er toch veel tussen de regels te lezen. Volgens mij is het theater beter dan het boek.
In Brandingen beschrijft Paul Verrept het leven van een man en een vrouw zonder naam, een koppel dat in een huis in de duinen woont, met zicht op zee. Ze lijken allebei gelukkig met hun leven en met elkaar. Tot een gebeurtenis hun rustig voortkabbelende leventje verstoort en hen confronteert met de wrange bitterheid van het bestaan. De harde realiteit uit het journaal wordt plots heel concreet en zet het knusse leven van de man en de vrouw op zijn kop. En niets zal achteraf nog hetzelfde zijn.
Want de man en de vrouw reageren totaal tegengesteld op de gebeurtenis. De man sluit zijn ogen voor de vluchtelingenproblematiek, hij wil doen alsof die niet bestaat en zo vermijden dat de lijken op het strand een invloed zouden hebben op zijn leven. Maar het is al te laat, want de vrouw voelt zich wél betrokken en zelfs schuldig.
De helft van het verhaal wordt door de ogen van de vrouw geschreven (De Vloed), de andere helft vanuit het standpunt van de man (De Vlucht). Het is duidelijk dat ze niet (of toch niet meer op dezelfde manier) samen verder kunnen, het voorval is tussen hen in komen te staan.
Paul Verrept legt bondig bloot wat er al jaren aan de hand is met vluchtelingen die in gammele bootjes de zee oversteken. Aan de hand van de uiteenlopende reacties van de man en de vrouw beschrijft hij hoe er twee kanten zijn aan het verhaal. Je hebt zij die wegkijken (en dat is de makkelijkste reactie als iets ons prettige leven verstoort) en zij die niet machteloos willen blijven toekijken en er zich op zijn minst slecht bij voelen.
Paul Verrept schreef al veel kinderboeken en dat is ook te merken aan de stijl in Brandingen. Hij gebruikt korte, gestileerde en zakelijke zinnen, weinig bijvoeglijke naamwoorden. Een eenvoudige stijl die echter wel in schril contrast staat met de complexe drama’s die worden beschreven.
Brandingen is een dun boekje dat balanceert op de rand van proza en poëzie.
Een knap debuut dat werd genomineerd voor de Bronzen Uil 2022.