"Vreemde eenden" met veel interesse gelezen. Zeker haar schets van de grote lijnen van in- en uitsluiting zet aan het denken. Ze schetst een goed beeld van de rol die processen zoals beeldvorming daarbij spelen.
Alleen in de details, de onderbouwing is het boek wat mager. Vaak wordt dam verwezen naar boeken met een breed, algemeen thema of naar niet-wetenschappelijke tijdschrift- of krantenartikelen
Jammer is ook dat mensen met een beperking eigenlijk niet in beeld komen. Misschien is dat wel typerend voor de positie die deze groep nu heeft, als ze zelfs in een boek als dit ontbreken (net als bijv. in de zeven vinkjes, die eigenlijk acht vinkjes hadden moeten zijn).
Tot slot, als de oplossing liefde, onderwijs, en kijken naar jezelf is - hoe waar en relevant dat ook zal zijn - dan vraag ik me wel af of je daarmee echt de wereld verandert?
Twee dingen troffen me: de paragraaf over de behoefte van groepen om zich van anderen te onderscheiden (hfst 13). Daar wordt onder meer de onderlinge strijd tussen emancipatiebewegingen beschreven. Dit geldt overigens ook tussen de verschillende aandoening- en syndroomgebonden gehandicaptenorganisaties.
Ook hfst 16 was boeiend. Hierin schreef ze over impressie management. Een term die ik niet als zodanig kende, maar die uiteindelijk terug blijkt te gaan tot Goffman (1959). Het begrip sluit aan bij wat mijn geïnterviewde publieke figuren belangrijk vinden: hun agency m.b.t. hun eigen beeldvorming. Alleen leek, bij het zoeken naar relevante literatuur, het er even op dat dit begrip nu vooral wordt gebruikt in het kader van het al-dan-niet verbergen van je beperking (passing of disclosing). En dat is wel het tegenovergestelde van wat de publieke figuren met een beperking deden. Maar het blijkt dat ook andere aspecten van impression management nog steeds de basis vormen van recente onderzoeken bij mensen met beperkingen.