In de zomer van 1920 verwerkte Paul van Ostaijen zijn ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog in zijn meesterwerk Bezette stad. Honderd jaar later, in het voorjaar van 2020, raakte de wereld in de greep van het coronavirus en riep zijn boek weer veel herkenning op. De stad was deze keer niet bezet, maar wel besmet. De straten waren weer leeg, de dood lag op de loer en we ervoeren aan den lijve hoe kwetsbaar ons bestaan eigenlijk is. In het multimediale project Besmette stad gingen meer dan honderd Vlaamse en Nederlandse kunstenaars op zoek naar een hedendaags artistiek antwoord op Van Ostaijens boek.
Met bijdragen van o.a. Ilja Leonhard Pfeijffer, Asha Karami, Alfred Schaffer en Hannah van Binsbergen.
Besmette Stad : vijfenzestig kunstenaars antwoorden op Bezette stad van Paul Van Ostaijen Matthijs De Ridder (samensteller), Willem Bongers-Dek (samensteller) Soms hoef je alleen een paar letters te vervangen en een fantastisch project is geboren. Honderd jaar geleden verscheen Bezette stad, Paul van Ostaijens indrukwekkende poëtische verslag van Antwerpen in de Eerste Wereldoorlog. Dat avant-garde meesterwerk, gecomponeerd uit citaten, films, liedjes, reclame, dat ook typografisch zo spannende boek, bleek een jaar geleden onverwacht actueler dan ooit. Honderd jaar na verschijnen is Bezette stad van Paul van Ostaijen is nog steeds populair om de hedendaagse dichters en schrijver te inspireren Voor de bundel In Besmette stad hebben Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek 65 kunstenaars uitgenodigd om een antwoord te formuleren op een gedicht uit Bezette stad van Paul van Ostaijen. De reden daarvoor was tweeledig. Allereerst is daar het heugelijke feit dat Van Ostaijens bundel in 2021 zijn twintigste lustrum viert en daarenboven, zo geven de samenstellers toe, hebben ze gemeend dat zich in de huidige coronabesmetting de bezetting van Antwerpen in de Grote Oorlog goed laat spiegelen. De grote diversiteit onder de meer dan honderd deelnemers – tussen het geboortejaar van de oudste en de jongste deelnemende kunstenaar strekt zich meer dan een halve eeuw uit – heeft een enorm spectrum aan creatieve reacties op Van Ostaijen opgeleverd. De bijdragen vormen niet alleen een verslag van het leven tijdens de lockdown. Er is ook creatief nagedacht over een wereld zoals we die ons na de pandemie voorstellen. Voor veel deelnemers bleek Besmette Stad bovendien een waardevolle aanleiding om te onderzoeken hoe zij hun kunstenaarschap konden invullen in een periode waarin het even niet meer zo vanzelfsprekend was om de blik naar binnen te richten, of zelfs maar op een onderwerp dat zich aan de onmiddellijke actualiteit onttrok. Dat leverde verrassende werken op. Meer dan eens waagden de deelnemers zich buiten de strikte grenzen van hun discipline. Nog vaker werden de klassieke vormen aan de kant geschoven en werden nieuwe wegen gezocht. Geheel in de geest van Van Ostaijen vonden verschillende kunstwerken hun weg naar eigentijdse media als Facebook, TikTok, YouTube en Instagram, waar ze – met een onfortuinlijke hedendaagse zegswijze – viraal gingen. Dit boek is een ruime selectie van de teksten, de tekeningen en schilderijen die in opdracht werden gemaakt, aangevuld met een aantal werken uit de uitlopers die het project tot dusver kende. Bezette stad uit 1921 is nog steeds een groots monument binnen de modernistische poëzie. Niet alleen vormt de bundel een hoogtepunt in de Nederlandstalige literatuur, ook internationaal mag hij zich binnen het genre tot de wereldtop rekenen. Iedereen kent het krachtige ‘BOEM PAUKESLAG’ uit het gedicht ‘Music Hall 2’ en menigeen herinnert zich wellicht ook de bijzondere ode aan ‘Asta Nielsen’, een tamelijk bekende filmactrice uit die tijd. Maar in Besmette stad krijgen alle dertig gedichten, van de ‘Opdracht aan Mijnheer Zoënzo’ tot en met ‘De aftocht’ een repliek die er mag zijn. Onder de respondenten treffen we bekende en minder bekende namen aan. Natuurlijk geven de ‘usual suspects’ acte de présence. Lieke Marsman, Ilja Leonard Pfeijffer, Ellen Deckwitz en Hannah van Binsbergen staan erin. Maar ook onverwachte namen als Lucky Fonz III en Spinvis. En natuurlijk ontbreken schrijvers met Antwerpse links niet: Jeroen Olyslaegers, Maud Vanhauwaert. De bijdragen zijn zo divers als maar zijn kan. Heel bijzonder vond ik het antwoord van Hester van Gent op ‘Music Hall 2’ (dat van ‘BOEM PAUKESLAG’). ‘De miniatuur’ is een kort dystopisch verhaal over een wereld waarin generaties elkaar dienen te mijden. Miniaturen van landschappen en straattaferelen herinneren aan vroeger, toen je nog op zulke plekken mocht komen. Een jonge vrouw en een oudere man wisselen zulke miniaturen uit door ze bij elkaar voor de deur te zetten. Op een dag krijgt zij van hem een technisch tot in detail werkende miniatuur, waarin een music hall tot leven komt. Een aantal meewerkende dichters heeft van de samenstellers een vrijere opdracht gekregen. Zij mochten door heel Bezette stad ‘marsjeren’ in plaats van één gedicht te antwoorden. Een van hen was Ellen Deckwitz die marsjeert door Bezette stad in haar gedicht ‘Gloei’. Van weer een heel andere orde is het antwoord dat Maud Vanhauwaert geeft aan ‘Music Hall 4’ (het gedicht dat begint met ‘tromgeroffel tromgetrappel’). Het lijken uitersten, het verhaal van Hester van Gent en de gedichten van Ellen Deckwitz en Maud Vanhauwaert. Maar ze vormen wel een staalkaart van de vele verassende, creatieve en aanstekelijke antwoorden die de dertig gedichten uit Bezette stad honderd jaar na dato in dit boek krijgen. Besmette stad is een lust voor het oog, een geschenk voor de geest.
Leuke en enorm oneven verzameling van kunstwerken over Corona en geïnspireerd door Paul van Ostaijens Bezette Stad. Als onrisicogroepende 2023'er was dit een heuse throwback, een tsunami van oh ja-momenten, vage nostalgiegevoelens naar de verbroederende sentimenten van de eerste golf, en vragende blikken wegens specifiek Vlaamse maatregelen en zeggingswijzen die mij bespaard zijn gebleven.
(Oh en waarom kan zo ongeveer niemand goed de impact van social media incorporeren in andere kunstvormen? Serieus, sommige van deze artiesten dachten gewoon dat ze LIKE & SHARE konden opschrijven en dat dat blijkbaar een treffend commentaar was op onze huidige maatschappij.)
Het is een raar gevoel om dit boek nu te lezen, en ik ben benieuwd hoe ik het ga lezen in 2030, 2050 of 2075. Nu denk ik vooral:
Toch knap hoe snel mensen dingen kunnen vergeten. Toch apart hoe snel mensen dingen kunnen vergeten. Toch demotiverend hoe snel mensen dingen kunnen vergeten. Toch angstaanjagend hoe snel mensen dingen kunnen vergeten.