De Deense denker Søren Kierkegaard spreekt met zijn unieke stijl en scherpe inzichten nog steeds tot de verbeelding. Hij is briljant, maar zijn teksten zijn moeilijk. In dit boek zijn een aantal van Kierkegaards toespraken in eenvoudiger taal omgezet en ingekort. Daardoor zijn ze aanmerkelijk makkelijker te lezen dan de oorspronkelijke teksten. Toch zijn de teksten niet eenvoudig. Dat zou namelijk geen recht doen aan Kierkegaard en aan de thema’s waarover hij schrijft. Lezen en nadenken over de grote levensvragen vraagt een inspanning, die ook voor dit boek nodig zal zijn. Maar voor de lezer die zich daartoe zet, brengt dit boek de rijke en inspirerende gedachtewereld van Søren Kierkegaard een stuk dichterbij.
Ondanks de “gewone taal” een heel pittig boek. Heb me er echt doorheen geworsteld, maar er ook wel mooie dingen uitgehaald:
“En als iemand anders ongelukkig is, willen we hem troosten met zicht op een goede afloop. Als we dan aankomen met Gods genade zeggen we eigenlijk: ‘geef je wensen op en handel, handel in de overtuiging dat zelfs wanneer het tegenovergestelde van je wens gebeurt, je toch overwonnen hebt’, want het gaat alleen om Gods genade. De kans is groot dat degene tegen wie je spreekt ongeduldig wordt en wegloopt. Want wij mensen willen horen dat onze wensen en onze klachten terecht zijn. We willen horen dat het ons alleen nog aan de juiste omstandigheden of de middelen ontbreekt, maar dat het goed komt zodra die er zijn. Maar dat is niet genoeg hebben aan Gods genade! Zolang we dat geloven, geloven we nog steeds in onszelf. Er is een troost die onze ziel stukje bij beetje verandert tot de hoogste vreugde, maar dan moeten we eerst begrijpen dat we zelf eenvoudigweg niets zijn.
Om tot die overtuiging te komen, moet een mens om te beginnen ontdekken dat hij niet met de wereld strijdt, maar met zichzelf. Hij moet gaan beseffen dat hij niet zichzelf wordt als hij zijn wensen en begeerten volgt. Dan wordt hij een snaarinstrument in de handen van de wereld, die de snaren beroert. Hij moet zich dus op een andere manier bewust worden van zichzelf. Voordat hij zijn oog laat vallen op iets wat hij wil veroveren, moet hij eerst het oog gaan zien, zodat zijn oog hem weer gaat toebehoren, en niet hij het oog.
De volgende stap is dat hij inziet dat hij dat gevecht niet kan winnen. Je kunt eindeloos met jezelf blijven strijden. Als je dat gaat beseffen, komen we in de buurt van het ‘tot niets worden’ van een mens. Maar we zijn er nog niet. We moeten ook nog gaan begrijpen dat zelfs dat inzicht niet een prestatie van onze kant is, maar iets wat ons door God wordt toevertrouwd. Het hoogste wat een mens vermag, is dus ook al niet iets wat hij zelf vermag. Zo gezien passen God en de mens volmaakt bij elkaar: God vermag alles en de mens niets.
Het is als met bidden. Je zou kunnen zeggen dat het nutteloos is om God, de onveranderlijke, te willen veranderen, maar in het gebed gebeurt dan ook iets anders. Het gebed verandert niet God, maar het verandert degene die bidt. (KT6, 31)
Alleen het goede is wezenlijk één, en het is één in al zijn uitingen. Kijk maar naar de liefde. Wie liefheeft doet dat niet ‘deels’, en wie liefheeft raakt geen ‘delen’ van zijn liefde kwijt als hij geeft en ervan uitdeelt. De liefde blijft onveranderlijk in zijn hart aanwezig, onder alle omstandigheden. Waarachtige liefde zal ook nooit omslaan in haar tegendeel.
Zo gaan we dus kijken naar het willen van het goede: je moet er in de wereld geen beloning voor willen. Beloond worden is verleid worden, en daar moet je je tegen teweerstellen. (Maar laat je daar ook weer niet op voorstaan, want dat is verkeerde trots.)
En vrees voor straf heeft van een zondaar weleens een schijnheilige gemaakt, die in de weerzinwekkende verdeeldheid van de huichelarij zogenaamd God liefhad (want wat hij vreesde was het geneesmiddel op de verkeerde manier in te nemen), maar het maakte hem nooit zuiver van hart. (KT6, 62)
Voor een spiegel moet je stilstaan. Als je eraan voorbij rent, krijg je er niets in te zien.
Iemand die zelf lijdt en niet geholpen wordt, en toch een ander helpt, diens leven spreekt echt van Gods liefde.
Wat dat betreft is geen zaak ooit zo verloren geweest als die van het christendom, toen Christus werd gekruisigd. En niemand heeft ooit, naar de maatstaf van het ogenblik, met een leven dat alleen aan opoffering was toegewijd, zo weinig uitgericht als Jezus Christus. En toch had hij op hetzelfde ogenblik, eeuwig gezien, alles uitgericht, want hij was niet zo dwaas om te oordelen op grond van de afloop. (KT6, 117)
Want als God liefde is, dan is hij ook in alles liefde, liefde in wat je kunt begrijpen, en liefde in wat je niet kunt begrijpen, liefde in het raadsel dat een dag lang duurt, en in het raadsel dat zeventig jaar duurt. (KT8, 76)
Aangezien de mensen nu eenmaal graag iets willen zijn, is het geen wonder dat ze, hoeveel ze ook over de liefde van God praten, zich niet graag werkelijk met hem inlaten, omdat zijn eis en maatstaf hen namelijk tot niets maken. (WD, 117)
Wereldse wijsheid denkt dat de liefde een verhouding is tussen mens en mens. Het christendom leert dat de liefde een verhouding is van: mens-God-mens, dat wil zeggen dat God de tussenbepaling is. (WD, 121)
Een liefdesrelatie is altijd drievoudig: degene die liefheeft, de geliefde en de liefde – en de liefde is God. Daarom is beminnen: iemand helpen om God lief te hebben, en bemind worden: daarbij geholpen worden.
dat liefde de vervulling is van de wet
Meer kwelling willen door jezelf te kwellen met de dag van morgen is een vorm van hebzucht!”
Het was een regenachtige dinsdagavond in mei. Het was warm en knus in het filosofisch café. Deze avond ging het over de 'vertwijfeling', een van de thema's waar Kierkegaard uitvoerig over heeft geschreven. Ik ging naar deze samenkomst omdat ondanks het lezen van ‘Kierkegaard in gewone taal’ ik nog steeds mijn hoofd niet om veel van Kierkegaards ideeën kan krijgen, laat staan om ze uitleggen aan anderen. Ik hoopte deze avond meer te snappen van Kierkegaards manier van denken, en om meer te horen van Geert Jan Blanken, die inmiddels al diverse werken over Kierkegaard heeft uitgebracht. De avond heeft me antwoorden gegeven, maar ook heel veel nieuwe vragen. Maar één ding is zeker, ik ben dit boek beter gaan begrijpen.
Ik ben erg blij dat ik dit boek gelezen heb, het was een geschenk van mijn ouders. Kierkegaard schrijft in zijn toespraken over een ander geschenk, namelijk het geschenk van het leven. De toespraken raken de kern van het leven. Kierkegaard schrijft vaak over ‘de dingen die ertoe doen’ of ‘de dingen waar we voor leven’. Deze toespraken brachten mij erkenning die weinig andere mensen me ooit hebben kunnen geven. Kierkegaard geeft woorden aan mijn diepste levensvragen, die ik niet aan anderen uit kan leggen. Kortom zijn speeches hebben diepe snaren van mijn ‘zijn’ geraakt.
Dit deed hij door te schrijven over zingeving en over geloof, maar ook door zijn indrukwekkend schrijfstijl. De titels van de toespraken zijn al enorm complex: 'De vreugde dat een mens in zijn verhouding tot God altijd schuldig lijdt' of 'liefde gelooft alles - en wordt toch nooit bedrogen'. En ondanks zijn magnifieke talent voor het schrijven, moet ook dat buigen voor de onvatbaarheid van Gods grootheid. Naast Kierkegaards nederigheid en eerbied heb ik zeer genoten van de tegenstellingen die Kierkegaard beschrijft zoals: Om tot ‘zelfwording’ te komen, moet een mens ‘tot niets worden’.
Ook heb ik bewondering hoe Kierkegaard uit een klein tekstgedeelte uit Mat. 6 zoveel diepzinnige lessen kan halen. Wie had dat gedacht dat de vogel en de lelie ons meer zoveel levenswijsheid zouden brengen.
Voordat ik over ga op de afronding van deze recensie wil ik meneer Blanken bedanken voor zijn prachtige boek. Mooi dat hij Kierkegaards ingewikkelde teksten toegankelijk wilt maken voor een breder publiek, en voor mij het opstapje heeft geboden om binnenkort een van Kierkegaards klassieke werken te bestuderen. Afsluitend aan de avond over de vertwijfeling heeft Geert Jan mijn boek nog gesigneerd, dus nu kan ik zeggen dat ik een gesigneerd boek in mijn kast heb staan. (Boek nerd hype)
Ik had nog heel veel meer kunnen zeggen over de rijkdom van Kierkegaards gedachtengoed, maar ik wil je vooral aanmoedigen om zelf één van zijn werken open te slaan. Ik zal je een quote geven als tipje van de sluier: ‘Het is voor heel het christendom een van de meest beslissende bepalingen dat het tegenovergestelde van zonde niet deugd is, maar geloof.’ Blz 229
Er zijn van die boeken die je heel diep in je ziel en in je geest raken – en dan nog kun je niet altijd de juiste woorden vinden waarom. Dit is zo’n boek. Geert Jan Blanken maakt de lastige teksten van Søren Kierkegaard toegankelijker, waardoor Kierkegaards oprechte hart zichtbaar wordt.
Het meest intens is de gelegenheidstoespraak, waarin hij ieder mens aanspoort om één ding te willen, namelijk het goede. Daarbij moet je van alle verdeeldheid willen afzien. Wie het goede alleen wil omdat het beloond wordt, uit vrees voor straf of uit eigenbelang, wil niet één ding, maar is verdeeld. Ook tot op zekere hoogte het goede willen zorgt voor verdeeldheid. Eén blik op de wereld en je ziet dat de mensheid helaas enorm verdeeld is.
Een woord dat veel in Kierkegaards werk is terug te vinden, is Eftergivenhed: een soort meebewegen met Gods liefde en genade, je met hart en ziel overgeven en alle eigenwilligheid opgeven, ofwel ‘tot niets worden’ voor God. God weet immers wat het beste voor ons is – beter dan wijzelf. Verder heeft Kierkegaard het over vertwijfeling, zo laat Blanken zien:
“Je hebt mensen die niet zichzelf worden doordat ze alle kleuren van de omgeving aannemen en meebewegen met elke druk die er op hen wordt uitgeoefend. Zo proberen ze, bewust of onbewust, overal wat tussendoor te glippen, en daar kun je best ver mee komen in het leven. Maar er zijn ook mensen die zichzelf juist heel stevig positioneren. Dat zijn de, ogenschijnlijk, ‘sterke persoonlijkheden’, trotse types, die weten wat ze willen en daar recht op af gaan. Die twee vormen zien er op het eerste gezicht nogal verschillend uit, maar doordat ze allebei niet willen terugvallen op de echte grond van hun bestaan, zijn ze in een diepere zin van het woord niet zichzelf, maar vertwijfeld. Je bent pas echt bezig een ‘zelf’ te worden als je tot jezelf durft te laten doordringen dat zelfwording geen product is van je eigen inspanningen.”
Kierkegaard laat je in de spiegel kijken als mens en zijn oprechtheid is heerlijk, maar kan ook confronterend zijn. Want waar staan we zelf als mens, hoe kiezen wij ervoor om te leven en wat willen we met het leven bereiken? Uiteindelijk is Christus de diepste behoefte waar ieder mens naar verlangt. Een behoefte die we in de wereld proberen te vinden door allerlei vormen van wereldse zingeving te bedenken, maar die nooit zullen leiden tot eeuwige zaligheid.
Over dit boek heb ik maanden gedaan. Ondanks de gewone taal, nog erg pittig. En confronterend. En soms ook frustrerend. Wel een prachtige manier om het werk van Kierkegaard te ontdekken.
Dit boek heeft de grote zwakte dat ik niet van te voren mijn best heb gedaan om te lezen waar het over zou gaan. Ik las gewoon de naam van een filosoof die me bekend voorkwam en begon te lezen. Niet erg goed over nagedacht door mij.
Ondanks de filosofie die fundamenteel gebaseerd is op geloof, en de duizenden verwijzingen ernaar die de schrijver ook wel ziet als niet ideaal voor het moderne geseculariseerde publiek, toch interessante inzichten. Maar ik geloof niet dat ik het zou aanraden.
Ondanks de titel ‘in gewone taal’, vond ik het toch nog een flinke kluif. Maar zeker mooi en de moeite waard om te lezen. Het heeft me nieuwe inzichten gebracht en een andere kijk op de persoon Kierkegaard. Een boek om regelmatig te herlezen.
Geweldig. In een woord, wat zet deze man (Kierkegaard) je aan het denken! Focus op zelfwordinf door niets te worden en afhankelijkheid in meerdere mate te betrachten voor God.
A well written book which helps you to approach to the work of Kierkegaard and do help you to understand the essence of Christianity. It contains parts to be reread for further contemplation.