André Taurel en zijn broer Henri - de een had een bochel, de ander liep mank - bezorgden de Amsterdamse zedenpolitie in de jaren dertig handenvol werk. Vanaf 1930 komen hun namen volop voor in processen-verbaal, maar zelfs veroordelingen konden de gebroeders Taurel er niet toe brengen te stoppen met hun handel in boeken, tijdschriften en foto's die 'aanstotelijk voor de eerbaarheid' waren.
Eén van de beste cabaretshows die ik ooit heb gezien was Het Geheim van de Lachende Piccolo van Harrie Jekkers. Helaas alleen op de TV. Dat was in de tijd dat een cabaretier nog echt werk maakte van een rode draad in de voorstelling. Het Geheim ontvouwde zich op onnavolgbare wijze gedurende de voorstelling.
Twee jaar geleden was de goede Sint erg streng voor mij. Zijn dichtsel kwam erop neer dat ik naar zijn smaak te veel interesse zou hebben in vunzigheid, viezigheid en vuiligheid, ik meen in die volgorde 😊. Of dat waar is laat ik graag in het midden, maar het is zeker zo dat ik me kan verkneukelen om de kleinburgerlijke moraal op tal van terreinen waaronder dat van de liefde. Ik was geïntrigeerd geraakt door de bespreking van De Zedeloze Jaren 30 in OVT, een radioprogramma dat is sinds een paar jaar als podcast beluister. De rubriek waarin historische boeken worden aangeprezen (of heel soms neergesabeld) luister ik ook altijd met veel plezier. Het zijn vaak de wat onbekendere boeken waaraan aandacht wordt gegeven, dus dat bespaart me weer tijd om me er zelf in te verdiepen. De uitleg van de OVT-recensent van dienst is altijd interessant, soms zelfs zodanig dat ik tot aanschaf wil overgaan. En zo belandde Bert Sliggers op mijn lijstje 2022 voor de Sint. De auteur beschrijft een aandoenlijk ouderwetse wereld waarin de overheid, ongetwijfeld ingegeven vanuit Christelijke waarden, bepaalde wat goed en slecht was voor de tere zieltjes van de ingezetenen. Flagellantische romans en pornografische afbeeldingen vormden een ernstige bedreiging voor een gezonde ontwikkeling van adolescenten, een grove aantasting van de goede zeden en moest te vuur en te zwaard worden bestreden. Om overeenkomstig beleid af te dwingen speelden tal van maatschappelijke organisaties een rol. Wat te denken van het Rijksbureau betreffende den Handel in Vrouwen en Meisjes en den Handel in Ontuchtige Uitgaven of het Nationaal Comité van Instellingen voor Zedelijke Volksgezondheid. En zo waren er nog tal van instanties die rol hadden in het beschermen van de weerloze inwoners tegen de schendingen van de eerbaarheid op papier, foto of film. De prachtige namen van deze instellingen ten spijt overheerst bij mij toch vooral een droevig gevoel. Wat maken we het elkaar toch moeilijk allemaal, wat vinden we het toch moeilijk om elkaars levens niet te controleren. Hoewel dit ongetwijfeld is verbeterd ten opzichte van de jaren dertig word ik er nog altijd wat ongemakkelijk bij als we elkaar de maat proberen te nemen op zaken die wat mij betreft in de persoonlijke levenssfeer behoren. Ik doel hierbij vooral op medisch-ethische kwesties. In de jaren dertig viel pornografie nog in deze categorie, nu gaat het om mijns inziens veel zwaarder wegende zaken als het recht op abortus, euthanasie en het verzekeren van gelijke rechten voor de regenbooggemeenschap, verworvenheden die wereldwijd onder druk staan of überhaupt nog bevochten moeten worden. Maar we dwalen af.
Laissez-faire was in de jaren dertig zeker niet de norm, ook niet bij onschuldig vermaak als De Lach en de Piccolo. Ook tegenwoordig willen de meeste lezers dergelijke lectuur nog geheim houden, net zoals de familie van Jekkers destijds. Toen ik als dertienjarige jongen werkte als bezorger bij Media Expresse (Donald Duck, Libelle, Tina, Vorsten, Ouders Van Nu, noem maar op), was er altijd één tijdschrift gehuld in cellofaan. U raadt het al: de Playboy. Of dit was om te voorkomen dat mensen in de buurt zouden zien bij wie de Playboy in de bus werd gegooid of dat argeloze puberbezorgertjes de neiging zouden krijgen om de interessante interviews illegaal tot zich te nemen, dat is me nooit helemaal duidelijk geworden. Het zal een combinatie van beide zijn denk ik. Even een anekdote in de kantlijn: afgelopen weekend waren we met vrienden bij de Parade. Hij vertelde dat hij vroeger bij Playboy had gewerkt. Daarvan kende hij één van de artiesten die zouden optreden die avond. Vervolgens gaf Zij aan dat zij toen ze wat kregen zijn hele stapel Playboys had weggemieterd. Dat het een herinnering was aan zijn oude werkgever maakte daarbij niet uit. Vanaf dat moment moest Hij toch voldoende hebben aan Haar? Zijn blik verried niets over wat Hij daar van had gevonden, maar volgens mij zijn ze zeer gelukkig samen.
De gebr. Taurel, de hoofdrolspelers van het boek, overschrijden de strenge wetten van de vroege twintigste eeuw voortdurend door hun clandestiene handel in pornografisch materiaal. Zij worden daar ook telkens weer voor gestraft, waarna ze een volgende winkel beginnen met een nog sluwer distributiesysteem. Dit geeft me een soort slapstick of tekenfilmgevoel waarbij schurk en agent in een kringetje achter elkaar aan rennen, de wapenstok geheven. Tegelijkertijd overschrijden de broers wel écht de grenzen van het betamelijke. Naast tal van onschuldige zinnenprikkelende prentjes en uitgaven verhandelen zij namelijk ook onrechtmatig geproduceerd werk en weet één van de broers zijn handen niet thuis te houden als het om zijn nichtjes gaat. Natuurlijk is het heel goed dat er (ook toen al) keihard werd opgetreden tegen zaken als kinderporno of gedwongen prostitutie, maar het uitdelen van boetes en/of gevangenisstraffen voor het verhandelen van onkuise plaatjes gaat naar de huidige maatstaven wel wat ver. Bij de gebroeders Taurel gaat onschuldig rodeoortjesvermaak over in georganiseerde misdaad, maar waar de grens precies ligt blijft nadrukkelijk ook onderdeel van cultuur en tijd. Het gekke is dat je de heren Taurel en anderen na lezing toch vooral blijft zien als stoute boefjes die proberen de wet een beetje te omzeilen met telkens weer nieuwe inventieve ideeën. Ik vermoed dat dat destijds ook wel zo werd gezien, maar men moest hen er natuurlijk wel voor straffen omdat de wet dat nu eenmaal eiste. Door hun klungelige volharding vergeef je hen haast dat zij ook wel echt misdadigers zijn, ook naar de huidige wet gemeten. Goed dus om me dit te realiseren dankzij het schrijven van deze review. Zij waren gewoon echt hele foute figuren. Punt.
Het gevoel dat het allemaal wel meeviel komt overigens ook door het rijk geïllustreerde werk. Wat men destijds als spannende plaatjes zag is met huidige ogen werkelijk vertederend en allesbehalve aanstootgevend. Al met al een mooi portret van een uniek tijdsbeeld. Echter slechts een aanrader voor een kleine groep lezers die geïnteresseerd is in gedetailleerde informatie op een niche terrein in de jaren dertig. Mijn voorstel is dat Sliggers het stuk bewerkt tot een lang artikel en het aanbiedt aan Panorama, Nieuwe Revu (ook al Medie Expresse bladen die ik bezorgde) of natuurlijk de Playboy. Dan is er ongetwijfeld een veel groter lezerspubliek te vinden voor de uitstekende research die is verricht.