Nederland, 2009. Rudolf Keller, rechter en sociaaldemocraat in hart en nieren, ziet een toekomstige functie als minister in gevaar komen. Zijn zoon maakt furore met een bestseller over het dubieuze oorlogsverleden van zijn grootvader en zijn dochter belandt in een psychiatrisch ziekenhuis. Dan duiken de twee kinderen van een Marokkaans-Nederlands gezin die hij ooit onder zijn hoede nam, na een stilte van ruim tien jaar zomaar op en komt zijn leven onder nog grotere druk te staan. Hoever zal Keller gaan om zijn idealen waar te maken? En kan hij de erfenis van zijn foute vader voorgoed uitwissen?
Martijn Simons (1985) studeerde Nederlandse taal en cultuur. Hij debuteerde eind 2009 met het korte verhaal ‘De cavia’ in De Gids. In 2010 verscheen zijn debuutroman Zomerslaap, die enthousiast werd ontvangen. In 2015 verscheen zijn tweede roman Ik heet Julius.
De manier waarop de personages in deze roman werden beschreven deden me denken aan die in de romans van Herman Koch: In eerste instantie krijg je sympathie voor de hoofdpersoon om gaandeweg inzicht te krijgen in hun werkelijke gedachten en motieven, die niet altijd even nobel zijn.
Het gezin Keller, een op eerste gezicht normaal en succesvol gezin, verbergt een aantal geheimen. Het huwelijk tussen vader Rudolf en zijn vrouw staat op springen, dochter Evi zit in een door drugsgebruik veroorzaakte psychose en zoon Bram heeft net een beschadigend boek uitgebracht over een oud familiegeheim, wat leidt tot een breuk tussen vader en zoon.
Rudolf Keller is de centrale figuur in deze roman, die in verschillende perspectieven het verhaal vertelt. Als rechter krijgt hij in eerste instantie een identiteit van redelijkheid, kalmte en gezag die - als vooraanstaand PvdA lid - zijn vizier heeft gezet op een ministerpost. Gaandeweg overspeelt hij zijn hand en betaalt hij uiteindelijk de prijs voor zijn lichtzinnigheid, zelfoverschatting en dwang.
Dan is er Houda, een Marokkaans-Nederlands meisje in de leeftijd van Rudolfs dochter, waarmee Rudolf een verhouding krijgt. Houda krijgt in eerste instantie de sympathie van de lezer vanwege haar achtergrond en familiesituatie, maar blijkt gaandeweg een manipulatieve vrouw, die Rudolf weet in te zetten voor haar eigen agenda.
In dat aspect is Evi, de dochter van Rudolf Keller uiteindelijk degene die het meeste trouw aan haarzelf blijft. Ondanks haar problemen en gedachten is zij toch, zo lijkt het, degene die uiteindelijk sterker uit de strijd komt en eindelijk vrede met haarzelf vindt.
Geen opbeurend boek, dat lijkt me wel duidelijk. Vlot geschreven is dit een boek dat ik in een ruk uitlas, terwijl met mijn voortgang mijn sympathie en begrip over de hoofdpersonen omgekeerd evenredig afnam. Maar dat maakt niet uit - het is nu niet zo dat de personen in dit boek door ons als lezers altijd sympathie hoeven op te brengen.
Om te beginnen: negeer de beschrijving van dit boek, die geeft een totaal verkeerde indruk, niet alleen van waar het boek over gaat maar zelfs van wat het voor boek is.
Niet dat het makkelijk in woorden te vangen is wat voor boek het is. Deels is het een familiekroniek van de familie Keller, van wie eigenlijk niet vader Rudolf maar dochter Evi het interessantste lid is en het meest de hoofdpersoon. Hun onderlinge relaties, hun individuele karakters, en hoe zij worden beïnvloed en gevormd door wat er verder nog in het boek gebeurt, zijn een belangrijke drijvende kracht van het boek als geheel.
Maar daarnaast is het ook een politiek drama, waarin vader Rudolf in achterkamertjes door mannetjesmakers van de PvdA wordt klaargestoomd om een ministerspost over te nemen van een in ongenade geraakte CU-collega.
Dan is er nog het maatschappijkritische aspect, dat net zozeer een onmisbaar element vormt. De manier waarop de familie Keller omspringt met de Marokkaanse kinderen Mous en Houda, twee buurtgenootjes die ze in het verleden bijkans hebben geadopteerd, leest als een directe aanklacht tegen het falende integratiebeleid van Nederland en het alomtegenwoordige racisme van juist de linkse witte Gutmenschen. Een schijnbaar zijpad in het boek naar een televisiedebat over het islamitische gevaar is daarbij eigenlijk een belangrijk centraal kantelpunt.
En misschien nog wel meer dan familiekroniek, politiek drama en maatschappelijke aanklacht leest het boek als een meesterlijk geconstrueerde psychologische thriller. Martijn Simons slaagt er op onnavolgbare wijze in om heden en verleden (en zelfs wat toekomst) te verweven, de perspectieven van de zes personages af te wisselen, en stap voor tergend spannende stap de verborgen geschiedenis te ontvouwen die alles stuwt wat er in het boek gebeurt. Daarbij geeft Simons blijk van een groot talent voor wat de Engelstaligen de "voice" noemen; met name in de hoofdstukken vanuit Eva's perspectief is de weergave van haar geestesgesteldheid meeslepend en volkomen geloofwaardig.
Er zijn voor mij slechts twee minpunten aan deze roman. Ten eerste worden sommige essentiële elementen niet verklaard: zoals de oorzaken van waarom het met beide kinderen van dit koppel zo gruwelijk misloopt. Ten tweede doet Simons een 'Kochje': hij lokt doelbewust empathie uit voor een aantal personages en toont pas in het tweede deel van de roman dat die personages eigenlijk gewoon amoreel zijn, machtsbeluste egotrippers. Dat maakt dat de logica plots zoek is én dat je beseft dat je urenlang van je leven (en medeleven) gespendeerd hebt aan irritante types. Alsof de auteur crapuul aanprijst en zo je huis binnenloodst, zodat je daar dan weer vanaf dient te geraken. Zonder deze handicaps was dit boek nochtans 4 sterren waard: Simons schrijft erg vaardig, boeiend, de plot is mooi opgebouwd, je wordt in de spanning meegetrokken, én het doet je denken over politiek, media, de multiculturele samenleving...
Vaak moest ik bij het lezen denken aan Harry M. Die schreef ook altijd over de upperclass, chirurgen, wetenschappers enz. En natuurlijk in zijn stad. Hier zijn voor het contrast twee niet rijke jonge mensen erin gefietst. Ik vind niet dat het werkt. Er zijn veel figuren in een verhaal dat zich voorspelbaar ontvouwt, natuurlijk eindigt het met een gruwelijk voorval. Erger is vind ik dat er nogal wordt geleuterd en er veel quasi interessante feitjes worden opgevoerd. Vermoeiend. Tegenvaller.
Dit boek deed mij enorm denken aan de beide boeken van Buwalda maar dan met minder mooie zinnen. Ook dit boek gaat over een man in hooggeplaatste positie die ten val komt en tussendoor een soort van verboden relatie aangaat.
Knap gecomponeerd verhaal, vanuit drie personages, dat spannend en boeiend blijft tot op het einde. Hoe een rechter policitus wil worden, hoe eigenbelang primeert op zijn zogezegde idealen... jammer genoeg geen science fiction...
Great novel! Fantastisch boek. Leest als Een literaire, politieke Nederlandse thriller met veel herkenning! Vanaf p.100 leest het als een trein! Aanrader!