Drie toneelstukken. De plaats is steeds hetzelfde huis. De volgorde is chronologisch. Het eerste stuk begint onschuldig met de eerst nog vrolijke bruiloft van Lea, het laatste stuk speelt rond het einde van het leven van Simon, haar vader. De spelers zijn steeds min of meer dezelfde leden van dezelfde familie met nog een klein aantal mensen om hen heen. De relaties binnen de familie zijn complex, want meerdere mensen hadden eerder een relatie gehad met iemand anders binnen deze familie enz. Ze kennen elkaar goed en hebben weinig woorden nodig. De gesprekken zijn zo kort en alledaags, vaak langs elkaar heen, dat ze lijken op de gesprekken die jij nog gisteren ergens hebt gevoerd. Ze houden misschien van elkaar en ze kunnen elkaar soms niet uitstaan. Riet, 1 van de personages, zegt op een bepaald moment: ‘Ik neem het je niet kwalijk, ik neem het je ontzettend kwalijk’. Dit tegenstrijdige gevoel is de hele tijd merkbaar. Want naast de personen die een rol spelen in deze stukken zijn er ook een paar afwezigen die niet of nauwelijks genoemd worden en wel voelbaar veel ruimte nemen, namelijk de doden van de Tweede Wereldoorlog. Niemand is vrij van schuld, al is het maar omdat deze personages leven en de anderen zijn dood. Een kleine, geïsoleerde, benauwde, menselijke wereld. Adembenemend.