Jan Roos is een bekende presentator, columnist en interviewer die altijd opereerde op het mengvlak van media en politiek. Hoewel zijn collega-journalisten hem graag afbeelden en beschreven op kleinerende wijze, iets wat hij direct als geuzenbeeld overnam, door zichzelf met een peppie- en kokkiemuts te tooien, zal het niemand verbazen dat zijn capaciteiten wel wat verder reiken. In dit romandebuut beschrijft hij het leven van Erik, waarin alles mislukt. Het land verkeert in crisis, er zijn nog maar een paar uur water en electra per dag, de supermarkten zijn leeg en de vrachtwagens rijden niet meer. Iedereen is op zichzelf aangewezen en Erik komt erachter dat hij, in tegenstelling tot het beeld dat hij van zichzelf had, nooit echt iets heeft gekund. Aangewezen op enige zelfvoorzienendheid, mislukt alles wat hij aanpakt, tot zijn huwelijk en gezin aan toe. Roos schetst op humoristische wijze een situatie die kan ontstaan in het Europa van nu. De vraag die hij stilzwijgend stelt is 'wat kunnen we nog?' Kunnen we wel werkelijk zelf overleven als het erop aankomt? In de kantlijn daarvan rijzen vragen over de mens, de aard van de man, hoe een samenleving eruit hoort te zien, en hoe ver of dicht we bij een collectieve collaps staan.
Een erg korte en lastig te duiden roman van Jan Roos, de voormalig journalist en politicus, die vooral vanwege zijn smakeloosheid bekend is.
In de roman is de Nederlandse samenleving uiteengevallen. Migratie krijgt de schuld. - Ja, het is zo'n boek... - Hoofdfiguur Erik is vooral boos, verontwaardigd, vervuld met ressentiment. In feite ziet hij zich als slachtoffer van de samenleving die hem alles afpakt. Schuldig zijn volgens hem vegetariërs, feministen en eigenlijk iedereen die een beetje links is. De gelijkenissen met de auteur zijn helder.
Erik beklaagt zich constant over het verlies van cohesie in de samenleving, maar is door egoïstisch gedrag zelf degene die dat verergert. Het lastige is dat de roman daarmee een kritischere laag lijkt te hebben. Daarin is het egoïstische, hufterige gedrag van Erik (en Jan Roos, Geenstijl, Powned, etc.) de ware reden voor het verval. De ironie is dan dat de implied author dit de lezer toont, waar Erik het niet doorheeft. Toch zijn hier ook argumenten tegen te verzinnen. Het gedrag van boer Pepping en Joost Dontjes is lastig in deze interpretatielijn te plaatsen.
Daarom vrees ik iets tragischers. Misschien gaat de genoemde ironie ook aan de implied author voorbij. In dat geval is dit boek veel meer een voorbeeld van cognitieve dissonantie.
Overigens zit het boek ook vol met technische onzorgvuldigheden en inhoudelijke inconsistenties. In ieder geval is de vormgeving goed en zijn er ook hoofdstukken die redelijk te lezen zijn. Het boek biedt in ieder geval een eigenaardige ervaring.