‘Wij zijn geen doemdenkers. Echt niet. No fucking way.’ Hoe hartstochtelijk we ook pleiten voor een betere wereld, we kunnen niet ontkennen dat naast geestdrift vooral onmacht domineert. Voor het eerst in de geschiedenis heeft het nihilisme echt wortel geschoten. Iedereen kan alles geloven, zonder buiten de boot te vallen. Want wat je ook bent, antivaxer, klimaatontkenner, marxist of neoliberaal, je hebt altijd genoeg volgers in je bubbel.
Niet de waarheid, maar het enthousiasme is het overtuigingsmiddel. ‘Mensen kopen niet wát jij doet, maar waaróm je het doet,’ is het motto van een TED Talk met meer dan 46 miljoen views. En zo is het, we horen liever ideas worth spreading? dan harde feiten.
Coen Simon waarschuwt voor de gevolgen van deze geestdrift, die zo gemakkelijk zonder feiten kan. Want terwijl enthousiasme viraal gaat, ligt de waarheid in het midden – ergens tussen glutenvrije onzin en feitenvrije bullshit.
Het is goed geschreven en Simons brengt daarmee filosofie aan de gewone man. Toch ben ik het niet helemaal eens met wat hij probeert te zeggen - althans ik snap het niet helemaal. Hij stelt dat waarheid “tegenwoordig” een kwestie is van populariteit, influencing en wellicht indoctrinatie. De maakbaarheid van de waarheid. Naar mijn mening - een eeuwenoud middel. Zijn argumenten hiervoor zijn niet zo goed uitgewerkt.
Hoog filosofisch gehalte en leest niet gemakkelijk weg dus ga ik hem zeker nóg eens lezen! Over het enthousiasme als standaardmodus (omdat dat wat we willen bereiken voorlopig niet voorhanden is), over een existentieel gevoel van richtingloosheid, over volgers en bubbels, een autoriteitscrisis, nihilisme, onze fantasie die soms werkelijkheid lijkt en het hoog oplopen van de emoji’s 😅
Het boek heeft de verdienste dat het tot nadenken aanzet, dat het via een onderbouwd, doordacht betoog greep probeert te krijgen op ons onbehagen over bepaalde vormen van enthousiasme, van oppervlakkigheid in onze kenniskring of op sociale media.
Toch blijf je na het lezen van dit boekje enigszins onvoldaan achter. Coen Simon gaat te weinig in op het alternatief. Hij durft te weinig zijn nek uitsteken over hoe we moeten omgaan met dit enthousiasme, wat we dan wel moeten doen. Dit kan je als een kwaliteit zien, twijfel en onzekerheid zijn in vele gevallen op zijn plaats, maar het is tegelijk ook een vorm van zwakheid en gebrek aan durf.
Although Simon states some very interesting thoughts -think: argueing for investigative journalism or art that merely shows how we look (and not what we should see)-, I find them not as well worked out as they should be. I know this 'book' is written as a plea, yet I can not help but feel it would do better as an actual book.
Ik vind de definities en begrippen niet goed uitgewerkt. De voorbeelden kloppen lang niet altijd bij de begrippen. Daarmee valt de grond voor de opbouw van zijn betoog weg.
Heerlijk boek! De huidige trends van enthousiasme en verontwaardiging krijgt een kader. De schrijver stelt dat het enthousiasme waarmee ieder ons om de oren slaat, gebaseerd is op een existentieel gevoel van richtingloosheid. We geloven immers geen feiten meer, geen media, geen wetenschap. We geloven enkel nog wat we willen geloven, wat past in onze bubbel en wat we zelf oordelen wat waar is. Het gevolg is dat we stuurloos ronddwalen, van de ene waarheid naar de andere. En dan is het verleidelijk om een enthousiast verhaal te volgen, dat eigenlijk op niets gebaseerd is. Wat ook niet helpt is dat er te veel verschillende autoriteiten zijn, zodat niemand met gezag nog iets kan poneren. Tegengif is dat we meer met vertrouwen met elkaar het gesprek aan gaan, dat we geduld hebben en langzaam vooruit gaan, met kleine stappen en dat we de wetenschap hierin een juiste plaats geven. Popper, Gadamer en Arendt tonen de weg. Een pleidooi voor langzaamheid.