Jump to ratings and reviews
Rate this book

Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot

Rate this book
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw wisselde Willem Frederik Hermans een gestage stroom brieven uit met Geert van Oorschot, bij wiens uitgeverij hij zijn eerste romans publiceerde. Hun hechte samenwerking ontstond in 1949, toen Van Oorschot Hermans' roman De tranen der acacia's uitgaf. Ook Hermans' volgende romans verschenen bij Van Oorschot, tot hooglopende conflicten een einde maakten aan hun samenwerking.
De correspondentie gaat over Hermans' benarde financiële positie, over het literaire tijdschriftwezen en zijn guerrilla tegen de literaire mandarijnen, maar ook over zijn werk en de totstandkoming daarvan. Ze tonen Hermans in zijn vriendschappelijke én stekelige relatie met Van Oorschot, die in menig opzicht zijn tegenpool was, maar samen met wie hij de provinciale en christelijke tijdgeest bevocht, zowel in de literatuur als in het leven.

Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar vormt het antwoord op de verzameling brieven van Geert van Oorschot aan Willem Frederik Hermans, die in 2003 onder de titel Hierbij de hele God in proef verscheen. Beide brievenboeken werden bezorgd en van uitvoerig commentaar voorzien door literatuurhistoricus Nop Maas.

327 pages, Hardcover

First published January 1, 2004

Loading...
Loading...

About the author

Willem Frederik Hermans

140 books330 followers
Willem Frederik Hermans is one of the greatest post-war Dutch authors. Before devoting his entire life to writing, Hermans had been teaching Physical Geography at the University of Groningen for many years. He had already started writing and publishing in magazines at a young age. His polemic and provocative style led to a court case as early as 1952. His caustic pieces were compiled in Mandarijnen op zwavelzuur (Mandarines in Sulphuric Acid, 1963), which was reprinted with additions a number of times. It is Hermans’s belief that in order to survive people have to create their own reality. It is inevitable that all these experiences of reality will collide. Language is essential to create order out of chaos and plays an important role in this process. In his essays on Wittgenstein, Hermans studied this problem in depth. In his novels and stories Hermans places his characters in a world of certainty for themselves but equivocal for the reader. It is in this field of tension that the intrigue in De tranen der acacia’s (Acacia’s Tears, 1949) and in De donkere kamer van Damocles (The Darkroom of Damocles, 1958) develops. Although stories such as Moedwil en misverstand (Malice and Misunderstanding) and Paranoia have a surrealistic tendency, Hermans’ novels The Darkroom Of Damocles, Nooit meer slapen (Beyond Sleep), Uit talloos veel miljoenen (From Countless Millions) are more realistic or satirical and everything in his rich oeuvre is subordinate to the author’s pessimistic philosophy.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
1 (5%)
4 stars
7 (35%)
3 stars
10 (50%)
2 stars
2 (10%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Jan.
1,083 reviews70 followers
November 7, 2021
Een boek met brieven laat een persoonlijke kant van de schrijver zien. Voor W.F. Hermans’ brieven in ‘Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot’ geldt dat ook. Wij volgen de correspondentie van zijn kant, tot aan Hermans’ vertrek naar uitgeverij De Bezige Bij. De brieven van Geert van Oorschot aan W.F. Hermans staan in een apart boek: ‘Hierbij de hele god in proef’. Beide boeken zijn bezorgd en van commentaar voorzien door Nop Maas.
Ik heb mij zeer geamuseerd met het brievenboek. Naast de nuchtere zakelijke mededelingen worden er ruzies verbaal uitgevochten die doordrenkt zijn met diverse soorten spot, van ironie tot en met sarcasme. Dat mag toen inhoudelijk vervelend zijn geweest voor de correspondenten, het is daarmee aantrekkelijk leesvoer voor geïnteresseerden, waartoe ik mijzelf reken.
Een voorbeeld. Op 6 maart 1975 geeft Hermans een correctie door.
“Al sinds het eerte verschijnen van Drie Melodrama’s dient op p. 267 regel 17 van onderen te luiden:
maar de tijd dringt, heb ik doch geen gelegenheid mijn
Ik weet het, dit is geen goed Nederlands, maar dat is juist de bedoeling, aangezien de persoon die deze woorden uitspreekt een Duitser is. Tot dusverre hebben onbekende goedwillende geesten deze zin aldoor ten onrechte geprobeerd te verbeteren. Zou het deze keer lukken, denkt u?” JM
Displaying 1 - 2 of 2 reviews