"Pa, jij wilt het verhaal van ájá en áji (opa en oma) al zo lang vertellen. Maak er tijd voor, schrijf het op!' – Sadhana, kleindochter van Nandoe en Trees
Dit is het verhaal van een kleermaker en een onderwijzeres die hun weg door het leven moeten zoeken langs armoede, culturele en religieuze barrières, maar die uiteindelijk succesvol zijn. Nandoe is een ongeschoolde Hindoe "uit de klei van Saramacca' – een Surinaamse plantage waar zijn voorouders ooit als contractarbeiders naartoe kwamen vanuit Brits-Indië. In Paramaribo leert hij Trees kennen, een katholieke onderwijzeres die in bittere armoede leeft. Haar ouders zijn vroeg overleden. Met haar broer heeft ze heftige botsingen over de traditionele cultuur, want ze wil in vrijheid over haar toekomst kunnen beslissen. Nandoe vindt haar aantrekkelijk maar is onzeker, want ze heeft – zo jong nog – een doordachte visie op het leven. De geschiedenis van deze Hindoestaans-katholieke familie weerspiegelt de multiculturele samenleving in miniatuur en bestrijkt de hele twintigste eeuw: de koloniale tijd, de onafhankelijkheid na 1975 en de militaire dictatuur in de jaren tachtig, die een golf van martelingen en moorden met zich meebrengt. Nandoe en Trees en hun kinderen komen voor een levensgroot dilemma te staan: blijven of vluchten?
Zo bijzonder is de familie niet om er een heel boek over te schrijven. Daarin lees je ook keer op keer hoe goed de ouders waren. Eigenlijk heeft zich niets bijzonders of dramatisch voorgedaan. Ja, de vader komt vh platteland v Saramacca en heeft zich daaruit opgetrokken. Ja, een kind v hem wirdt econoom en minister. Maar zo bijzonderheid fat niet. Ook vind ik dat er veel te veel brieven zijn opgenomen tussen Trees en Nandoe. De schrijfstijl is wel prettig.
Een simpel verhaal van een familie die zichzelf optrekt naar een beter bestaan door hard te werken. Ik vond het prettig leesbaar en leuk om te leren over de plantages en de denkwijze in der tijd.