Een 'rommelig schutterstuk', zo noemde Jessurun d'Oliveira zijn klassiek geworden bundel interviews met enkele van de beste Nederlandstalige romanschrijvers en dichters uit de naoorlogse periode: W.F. Hermans, Gerrit Achterberg, Lucebert, Pierre Kemp, Harry Mulisch, Louis Paul Boon, Richard Minne, Jan Wolkers, Hugo Claus, G.K. van het Reve en Leo Vroman. Voor 'rommelig' leze men liever 'veelzijdig', 'flitsend' en 'vol onverwachte wendingen'. Maar een schutterstuk is het zeker, dit groepsportret van elf auteurs, die elk op een eigen manier een stempel drukten op onze literatuur in de decennia na 1945. In de handen van Jessurun d'Oliveira wordt het interview niet louter een instrument van human interest, maar bijna een essayistisch genre op zichzelf, en dan van de meest levendige en verrassende soort.
Hans Ulrich ‘Ulli’ Jessurun d'Oliveira (1933) is een Nederlands jurist en letterkundige. Hij studeerde rechten in Amsterdam, waar hij in 1971 cum laude promoveerde op het proefschrift De antikiesregel: een paar aspekten van de behandeling van buitenlands recht in het burgerlijk proces. Van 1971 tot en met 1974 was hij hoogleraar rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen en daarna, van 1974 tot en met 1998, hoogleraar internationaal privaatrecht en migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1987 tot 1995 was hij tevens hoogleraar aan het European University Institute in Florence. Naast zijn juridische loopbaan was hij redacteur van Propria Cures, Tirade en Merlyn. d'Oliveira hield zich binnen Merlyn vooral bezig met het analyseren van poëzie. Hij publiceerde o.m. interviews met schrijvers in Scheppen riep hij gaat van Au (1965), opstellen over poëzie in Vondsten en bevindingen (1967) en Luceberts zoekend oog (2015). Van 1996 tot 2003 was hij voorzitter van het Fonds voor de Letteren.