Na "Bellevue/Schoonzicht" van Peeters en Van Hole gelezen te hebben wilde ik "Een demon in Brussel lezen" om 1) Van Hole nog een kans te geven en 2) te lezen over Baudelaire in Brussel waar Van Hole blijkbaar over geschreven had. Boek aangeschaft via boekwinkeltjes.nl, zojuist uitgelezen en het me niet beklaagd. Van Hole schrijft prachtig, meditatief over zijn reizen en wandelingen, dichtbij en veraf. Het is melancholisch, verlangend alsof hij vervulling zoekt in verledens (meervoud, met inbegrip van het zijne), culturen waar hij niet thuis kan komen. De symbolische geschiedschrijving waar hij het over heeft in het hoofdstuk over Frans Masereel '(in "Reis door mijn hoofd") functioneert niet. Net als de religieuze rituelen die hij, tot zijn eigen verbazing, "eerbiedig" bijwoont op reis in Roemenië (in "Morsetekens"). Waar kan Van Hole terecht om niet eenzaam te zijn? Misschien bij A., {ze}"bleek gelukkig nog wakker."
De sfeer van het ineenstortend communistisch bestel eind jaren tachtig is tastbaar beschreven in "Morsetekens" en "Een Turks bad". Bij wie opgegroeid is in de jaren '70 en '80 met de koude oorlog en het einde ervan, zoals ik, zullen die hoofdstukken ongetwijfeld sterk resoneren.
Op pagina 56/57 staat inderdaad beschreven hoe Baudelaire in de Sint Janskliniek werd opgenomen na een beroerte (de plaats waar ik werk). Het hoofdstuk over Baudelaire is trouwens één van de mindere van het boek: teveel weetjes. Maar ook: Baudelaire verduistert Van Hole.