Het is een warme zomermiddag wanneer Frank en zijn zoon de dorpsstraat binnenrijden. Die straat is meestal uitgestorven, maar nu staat er een opvallend klein en broos persoon. Een Japanse heer, een exotische verschijning. Hij komt met het bericht dat Rochat overleden is; de man die dertig jaar geleden zonder opgaaf van reden een heel meer liet omheinen en afsluiten. Hij maakte daarmee een einde aan de lange dagen die de jeugd daar in de zomer doorbracht en zette zo een compleet dorp buitenspel, om – zo denken de mensen – zijn eigen hobby te kunnen beoefenen. Rochat werd door iedereen gehaat.
Ook de dochter van Rochat duikt opnieuw op in het dorp. Waarom geeft ze Frank en zijn vrouw Marlies de sleutel van het hek rondom het grote meer? Marlies leidt de lezer door een legpuzzel van verhalen en mysteries. Na een nachtelijke zoektocht ontdekt ze samen met Frank dat het meer een geheim in zich draagt dat het gezin geweldige rijkdom kan geven.
Wat doet zo’n plotselinge kans met je? Kies je ervoor om je eigen weg te gaan, of te delen? Met zijn nieuwe roman slaat Jan van Mersbergen een verrassende weg in. De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.
'De onverwachte rijkdom van Altena' gaat over Mar en Frank, een echtpaar dat met hun gehandicapte zoontje Willem in het dorp Altena woont en opeens een schat in handen krijgt - een modern sprookje. De vraag is alleen: wat zullen Mar en Frank met deze schat doen? Zullen ze hem delen met het dorp, waar afgunst en vijandigheid heerst, of zullen ze hem voor zichzelf houden?
Het meest bijzondere van dit boek is het perspectief. Het is geschreven in de ikvorm en Mar is de verteller. Dat levert een boek op dat niet keurig-literair-vlekkeloos is geschreven, want haar stem is allesbehalve dat: 'Kijk, onze Willem loopt niet goed. Hij heeft krukken nodig. En die school is de enige school in het dorp en we zitten daar dus aan vast, maar voor een jongen die iets meer nodig heeft dan een stoeltje en een bankje doen ze niks extra. Ik heb mailtjes gestuurd en gebeld en gepraat als Brugman, ze bleven maar nadenken en en overleggen en het bestuur informeren, dan heb je aan mij geen goeie en aan Frankie helemaal niet (p. 10).'
Mar is een eerlijke en oprechte verteller en daarom werkt dit goed. 'De onverwachte rijkdom van Altena' is een beetje een kletsboek, maar het leest heel gezellig. Er zouden meer gezellige boeken in de Nederlandse literatuur mogen komen. Om dat effect te versterken, begint elk hoofdstuk met een stukje van de puzzel die Mar op probeert te lossen. Het eerste hoofdstuk heet bijvoorbeeld '1 horizontaal: Beloning voor de portier'. Het antwoord heeft steeds te maken met het betreffende hoofdstuk. Het is een leuk effect, zeker doordat Mar de meepuzzelende lezer soms tips geeft of per ongeluk het antwoord al vroeg verklapt.
Het boek bevat een verhaallijn met het personage Eveline, de vroegere geliefde van Frank en vriendin van Mar, die dertig jaar eerder naar Amsterdam vertrok en schrijfster werd. Ze zou het liefst schrijven zoals Murakami, maar merkte al gauw dat dat niet zou lukken. Nu zou ze graag een boek willen schrijven met de stem van Mar. Als lezer zou je kunnen denken dat 'De onverwachte rijkdom van Altena' hier het resultaat van is en kan je je afvragen of Mar in dat geval wel zo'n eerlijke en oprechte verteller is - is het niet toch Eveline die met de stem van Mar schrijft?
Ik heb genoten van dit boek. Bijna alle personages zijn sympathiek en de toon is, zoals ik eerder opmerkte, heel gezellig. Het is knap dat het hele boek zo consequent in de kwebbeltoon van Mar is geschreven en dat de dorpse sfeer zo goed voelbaar is. Toch geef ik vier sterren en geen vijf. De reden hiervoor is dat ik vind dat de flaptekst van het boek veel te veel verklapt. Het is eigenlijk een perfecte samenvatting van de eerste driekwart van het verhaal. Hierdoor was ik tijdens het lezen te nieuwsgierig naar wat er verder zou gebeuren, een 'dit weet ik al'-gevoel, en vond ik het soms lastig om echt alles wat Mar zei te lezen en niet gauw wat pagina's te skippen.
Een tip voor wie dit boek ook wil lezen: sla de flaptekst over en begin gewoon met de eerste pagina, met de fantastische beginzin: 'Er staat een Chinees voor de cafetaria.'
Jan van Mersbergen heeft een positief en lief boek geschreven dat beslist niet zweverig of zoet is. Het gezin van Marlies krijgt door de dood van een dorpsgenoot opeens het beheer van het meertje (de Put) en vindt daarin een schat. Wat gaan ze daar mee doen? Delen of voor zichzelf houden? En hoe beslis je dat? Marlies houdt van cryptogrammen en van de muziek van Sade en de cryptische beschrijvingen en teksten van Sade geven commentaar op het verhaal, dat uiteindelijk heel talig en poëtisch is maar nergens overdreven of barok. Als het verhaal uit is, heb je een glimlach op je gezicht.
De jeugd in een klein Brabants dorpje brengt de warme zomermaanden altijd door in de nabijheid van een meer. Maar ineens wordt er – zonder opgave van redenen – door de eigenaar (Rochat) een groot hek om het meer geplaatst en kan er niet meer gezwommen worden. Rochat wordt sindsdien door het hele dorp gehaat. Op een middag – 30 jaar later – staat er een Japanse man (Murakami) in de Dorpsstraat die weet te melden dat de heer Rochat is overleden. Dorpsbewoner Marlies (Mar), ooit bevriend met Rochats dochter Eveline, besluit met haar man Frank – toevallig het eerste vriendje van Eveline – naar de begrafenis te gaan. Mar en Eveline hebben elkaar jaren niet meer gezien en herstellen het contact. Eveline geeft Mar de sleutel van het hek en zo krijgt zij weer toegang tot het meertje. Als Mar met Frank en Murakami ’s nachts op onderzoek uit gaat ontdekken zij een geheim dat de sleutel tot onverwachte rijkdom blijkt te zijn. De grote vraag is nu wat daarmee te doen….. Mooi geschreven met een voortdurende onderhuidse spanning. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit. Maar ook met een opvallende vorm. De titel van ieder hoofdstuk begint met een cryptische omschrijving die verder in het hoofdstuk wordt uitgewerkt.
Van mij had Frankie het verhaal mogen vertellen. Het gekwebbel van Mar irriteert te veel. En als ze niet kwebbelt, dan legt ze dingen uit die al duidelijk zijn. 'Je zult het wel gemerkt hebben, ik ben een piekeraar.' Et cetera. Frankie is een binnenvetter en dat zijn volgens mij nu eenmaal de figuren waar Van Mersbergen meer mee overweg kan, figuren die hij tot leven kan wekken. Halverwege het boek wil je toch wel doorlezen, vanwege de schat in de put. Misschien is dat dan ook wel die verschrikkelijke diepere laag waarvan je docenten altijd beweren dat die zich in het boek moet bevinden: als je een ziel afsluit van het lichaam, dan wordt dat lichaam een machine, mechanisch. En als je die ziel weer vrijlaat, dan mag je de schatten opdiepen. Waarschijnlijk is dit gelul in de ruimte. Als dat echter niet het geval is, dan is Frankie de afgesloten Put. Nou ja, ik vond het te bedacht, te geconstrueerd. En als je dan toch aan het bedenken bent, bedenk dan ook nog wat frictie, die Japanner, Murakami, had nog best wat roet in het eten kunnen gooien. Aan de andere kant was het wel eens fijn dat de gehandicapte zoon geholpen werd, dat het dorp blij was en dat er niemand vermoord werd. Ik voel me net Mar, ik babbel te veel, mijn boek was het niet.
Citaat : Toen hij nog voetbalde had hij ooit een trainer die moeilijke woorden riep vanuit de dug-out. Als ze een voorsprong verdedigden stonden riep hij: Consolideren. Frank werd er gek van. Hij liep zo midden in de wedstrijd naar de zijlijn en zei tegen de trainer: Wilt u geen woorden zeggen van meer dan twee lettergrepen? De trainer was slim en vroeg direct: En lettergrepen dan? Frank was nog slimmer, die zei: Dat zijn twee woorden, meneer de trainer: letter en grepen. Dat is het verschil tussen ons: taal is voor mij een spel, hem zit het in de weg. Review : Eén van de Nederlandstalige boeken dat me een opdoffer van jewelste verkocht was Morgen zijn we in Pamplona uit 2007 van Jan van Mersbergen. Daarin werd een in een sobere taal zo een aangrijpend maar ook keihard manportret geschetst dat ik er na al die jaren nog steeds niet goed van ben. In zijn zesde, Naar de overkant van de nacht (2011), dat bekroond werd met de BNG Literatuurprijs, volgden we een eenzame drinker tijdens de carnavalsnacht. Weer lazen we over zo'n outcast, die beetje bij beetje z'n tragische levensgeschiedenis prijsgaf. In De laatste ontsnapping confronteert de auteur ons opnieuw met een eenzame man, Ivan, die een land in oorlog in Oost-Europa ontvluchtte en weinig bagage maar ook een geheim meebracht. Er is een naamloze verteller die net ontslagen is, hij heeft een zoon van tien en een iets jongere dochter. Jan van Mersbergen (1971) heeft een ongelooflijk talent om heel gedreven eenzame, zwijgzame mannen te portretteren, die zich meestal door een anonieme verteller laten vertegenwoordigen. In 'De onverwachte rijkdom van Altena' heeft een vrouw, Mar geheten, het hoogste woord. Ze is getrouwd met de zwijgzame polderjongen Frankie, en ze hebben een gehandicapte zoon Willem, die een probleem heeft met zijn benen . Mar zit in de zorg maar daar horen we haar nauwelijks over, ze praat vooral over het werk van haar man, die vijvers aanlegt in de omgeving van het half-verzonnen dorp Altena, waar ze allebei geworteld zijn. Vroeger was daar een meertje, aan de rand waarvan ze elkaar hebben leren kennen, een heerlijke plek om te zwemmen en te spelen, maar eigenaar Rochat zette er een hek omheen en sloot het af: weg paradijs! Als Rochat sterft, duikt zijn dochter Eef op, een schrijfster die het zaakje geërfd heeft maar het beheer ervan aan haar vroegere vriendin Mar en haar man (ex-vriendje van Eef) overlaat. Die komen erachter dat zich in het meer een schat bevindt, waarmee ze de peperdure operatie van hun zoon Willem kunnen betalen. Mar verwoordt de typische gevoelens van kleine gemeenschappen. Zo’n klein, overzichtelijk groepje mensen geeft Van Mersbergen de kans hun diverse trekjes goed uit te lichten: stille Frankie, praatgrage Mar, dappere Willem, wereldse Eef, maar het verhaal begint met een mysterieuze Japanse gast, nota bene Murakami geheten. Natuurlijk is die naam geen toeval, het verhaal heeft wel een ietwat MuraKami-achtigesfeer. Ieder hoofdstuk van het boek begint met een cryptogram dat Mar oplost, opgaven die staan voor de levensraadsels op ons pad. Door songteksten te citeren, Japanse spreuken door zijn verhaal te roeren en oude mythische verhalen te vertellen, geeft Jan van Mersbergen als het ware richting aan de feiten waar het allemaal om draait en die Mar, een vrouw van een jaar of vijftig, gedurende de hele roman in een lange voortkabbelende monoloog haarfijn uit de doeken doet. In Jan van Mersbergens nieuwe roman komen zijn vertrouwde thema’s, zoals het dorp versus de stad, in versterkte manier naar voren, dat levert eenzaamheid maar ook samenhorigheid op. En dat levert weer eens een voltreffer van een boek op, dat ik echt van harte aanbeveel..
Dit voelde voor mij net te conceptueel om voorbij de oppervlakte te komen. De cryptogrammen, de personages, de metaforen, het plot, het einde: alles is aanwezig, maar niet overtuigend genoeg om noodzakelijk te zijn. En dus blijf ik als lezer eeuwig op de oppervlakte zweven.
Die hoofdpersonen bijvoorbeeld, die zijn mij te eendimensionaal. De moedig-kreupele Willem met zijn eeuwige goeie gemoed, de stoere maar stille Frenkie en zijn vijvers, de dommekracht Peet, de stadse Evelien, de vreemde meneer Rochat, en de on-ein-dig veel pratende Mar (zoiets): het zijn persona's zoals een marketingbureau ze verzint om hun concept voor een nieuwe website mee te verkopen ("En deze knop is speciaal voor Willem, daar gaat zelfs een kreupele van hollen, haha!").
Ook het verweven van de twee tijden (pratend vanuit de bergen over gebeurtenissen in het verleden) vind ik gekunsteld. Was dat écht écht nodig, of zei iemand "Misschien moet hier nog een extra Inception-laag in om de literaire score mee op te krikken"? Het einde vind ik sowieso te veel van het goede, met én het boek van Evelien, én de laatste dagen van Stien, én de wonderbaarlijke genezing, én het vakantiepark voor andere kinderen, én de Japanner die heel zen nog één keer ten tonele komt. Moet dan echt elk losse einde afgeknoopt worden met een eenhoorn of een regenboog?
Het is allemaal verre van slecht hoor. Jan van Mersbergen schrijft in een zeer eigen stijl, het verhaal zit goed in elkaar, het dorp komt tot leven en er zijn veel zaken die knap met elkaar verweven zijn. Maar het voelt allemaal net iets te veel als een poging om een literair boek te schrijven, en te weinig als een echt goed en oprecht boek.
Dit is een intens sentimenteel verhaal, waar rare dingen in zitten die uitsluitend bedoeld zijn om de sentimentaliteit te benadrukken: dat de 9-jarige hoofdpersoon niet naar school gaat, dat de hoofdrolspelers een vermogen uit het water vissen zonder dat iemand navraag doet, de diepe blikken waar ze zonder woorden mee communiceren, de jezus-achtige optredens van de 9-jarige, dat ze dat kind zomaar tien dagen alleen in een Duits ziekenhuis achterlaten, enzovoort. De karakters worden nauwelijks uitgediept (wat was er met die Eveline en haar vader. wat doet Mar voor werk en hoe kan dat zo onregelmatig zijn, wat is dat tussen Frank en Rochat, waarom slikt die Peet alle geheimzinnigheid, hoe kan het dat ze die Sien niet beter kent als die in het verzorgingshuis zit waar ze werkt? En zo), maar er zijn wel stukken die opgeschreven zijn omdat ze mooi in een eventuele film zouden passen, zoals het onverwachte optreden van Nick en Simon, die ook jezus-achtige karaktertrekken krijgen toebedeeld. Effectbejag.
Aardig boek over een gezin wat de kans krijgt om veel geld te verdienen. Deel je het geld met anderen of houd je het voor jezelf? Leuk dat de hoofdstukken zijn opgebouwd aan de hand van een denkpuzzel. Ook leuk is het oer Hollandse decor. Uitwerking van het centrale vraagstuk blijft voor mij te oppervlakkig vanwege het gebrek aan een duidelijke motivatie van de hoofdpersonen. Wel een prettige leeservaring dus benieuwd naar andere boeken.
Een soms wat naïeve, vertelling over hoe een arme familie met een gebrekkige zoon een tweede kans krijgt op een betere toekomst. Eenvoudig, randje simplistisch, maar als je je erin mee laat gaan een teder feel good-verhaal. Plotgewijs bouwt het maar traag en voorspelbaar op, maar de personages zijn zo liefdevol geschetst dat het aangenaam toeven is in dit warm bad van hoop en familieliefde.
Eigenlijk 3.5 ster omdat het eigenlijk een origineel , vlot geschreven , verhaal is maar uiteindelijk net iets te veel aan de oppervlakte blijft hangen .
Ik houd zo van deze schrijver. De manier waarop hij in het hoofd van zijn personages duikt... en de geweldige vondsten, zoals de crypto-opgaven per hoofdstuk. Prachtig.