Ze bieden troost na een slecht gemaakt proefwerk. Ze vertellen je verhalen en leren je liedjes. Ze zetten op wonderbaarlijke wijze een bord eten voor je klaar na een zware voetbalwedstrijd op een regenachtige zaterdag. Maar ze praten je ook neuroses aan, breken je hart of halen het bloed onder je nagels vandaan. En wie waren ze eigenlijk, de moeders, voordat er kinderen kwamen? Wie zijn ze altijd gebleven? Wij zijn de menigte die moeder heet werd speciaal voor de Boekenweek 2019 samengesteld door Ester Naomi Perquin. Zij koos de mooiste Nederlandstalige gedichten over moeders en moederschap met een eigenzinnige blik. Een koor van stemmen, waarin zoetheid klinkt naast verbittering en de grootste zwakte naast de grootste kracht.
Ester Naomi Perquin (1980) is dichter en columnist. Sinds haar debuut Servetten halfstok in 2007 verschenen vijf dichtbundels van haar hand, waaronder het gevierde Celinspecties. Voor haar werk won zij onder meer de Anna Blamanprijs, de vsb Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs. In 2017 werd ze benoemd tot Dichter des Vaderlands.
She has performed on several foreign stages and her poems have been translated and published in English, French, German, Slovenian, and Spanish. In 2010 her poem 'State secret' was translated in all languages of the European Union.
She worked in a prison service to help fund her studies of creative writing in Amsterdam. Her début "Napkins at half mast" (2007) was awarded the Liegen konijn Prize, and followed by a second collection, "On behalf of the other" (2009), whoch was awarded the J.C Bloem Prize. For both collections she also received the prestigious Van der Hoogt Prize. 2012 saw the striking thrid collection "Cell inspections", which gained the VSB Poetry Prize in 2013.
Een menigte van vrouwen zou inderdaad ‘moeder’ kunnen heten, maar ook net zo goed niet. Het voorwoord van Ester Naomi Perquin liet me inzien dat het boek waarschijnlijk treurige maar ook liefdevolle gedichten bevatte. Nou moet ik zeggen dat de samenstelling van gedichten die deze vrouw en tevens ook dichter, heeft gemaakt, niet helemaal in mijn straatje paste. Dit kwam voornamelijk door het taalgebruik, de zinsopbouw en de samenstelling van de gedichten. Uit enkele zinnen kon ik zonder probleem de achterliggende betekenis halen, maar bij anderen had ik hier veel meer moeite mee. Bij sommige gedichten kreeg ik de cadans ook niet te pakken, waardoor het minder goed leesbaar werd. Andere gedichten raakten me juist wel. Hier een stukje uit een gedicht van Maud Vanhauwaert:
Zo denk ik aan wat mijn moeder bedoelde toen ik haar vroeg waarom vergeten geen ‘ge’ krijgt, zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de worden tussen mijn kleren schoof:
vergeten wordt nooit voltooid
Dat was dan weer zo een stuk dat me aan het nadenken zette, dat me raakte en me liet voelen alsof ik onderdeel was van een veel en veel groter geheel. Helaas waren er niet super veel stukken die dit met me deden, maar dat komt dan misschien wel omdat ik zelf nog geen moeder ben? Dat ik bepaalde inzichten en gebeurtenissen nog niet begrijp? Wel had ik het idee dat er meer negatieve dan positievere gedichten in voor kwamen. Ik had gehoopt op meer hoopvolle en liefdevolle teksten, meer zoals het gevoel dat ik kreeg bij de afbeelding op de kaft: chaotisch maar toegewijd en vol overgave.
Een ander gedicht dat ik wil uitlichten is het volgende van Edward van de Vendel.
Mama stuurt me ‘s avonds op in mijn dekbed-envelop. Nachtpost, zegt ze, daarna legt ze zachte lippen op mijn mond: dat zijn de zegels, de regels om te zorgen dat ik ‘s morgens teruggezonden word. Dan gaap ik en dan lacht ze: Welterusten liefje. Dan slaap ik en dan zucht ze: Welterusten briefje.
Dit is dan weer een voorbeeld van dubbelzinnigheden waar ik van hou. Iets wat ik wil onthouden, me aan vast wil klampen en niet vergeten wil. Stiekem had ik gehoopt dat er meer van dit soort gedichten in stonden. Maar wellicht dat ik er zo nog ooit een tegen kom.