Seit dem Unfalltod seiner Eltern wohnt Jan allein auf dem Hof am Rande der Nordsee, das Leben geht seinen Gang, aber die Einsamkeit nagt an ihm. Ein bisschen Gesellschaft wäre schön, eine Frau, Gespräche, Sex, vielleicht sogar eine eigene Familie? Jan gibt eine Anzeige auf und erhält Antwort von Wil. Wil jedoch, so stellt sich heraus, verfolgt einen ganz eigenen Plan – sie sucht keine Liebe, sondern Ruhe vom Stadtleben und von den Enttäuschungen der Vergangenheit. Ihre einzige Bedingung lautet: Von dem Haus, in dem sie künftig leben wird, muss sie das Meer sehen können. Literarisch, atmosphärisch und mit einem feinen Gespür für das Skurrile beschreibt Mathijs Deen den Prozess einer ungewöhnlichen Paarwerdung. Zwei Menschen, die unterschiedlicher nicht sein könnten, versuchen zusammenzufinden. Kann das gut gehen?
Mathijs Deen (1962) is een Nederlandse schrijver, radiomaker (VPRO-radioprogramma OVT) en voorlezer van audioboeken.
Voor Over Oude Wegen ontving Deen in 2018 de Halewijnprijs. Het Lichtschip (La Nave Faro) is door de havenautoriteiten van Livorno bekroond vanwege zijn verdienste als verspreider van kennis over de zeevaart.
Wat een geweldig boek! Het is een aaneenschakeling van grappige, ontroerende en absurde gebeurtenissen en gesprekjes, waarbij het verhaal zelf op zich niet veel voorstelt, maar toch veel behelst. Eigenlijk is alles klein en in alle eenvoud, maar groots in gevoel, in de psychologie, de gevolgen en in het hele wezen van de hoofdpersonen. Enorm knap hoe de schrijver dit heeft verwoord, hoe de gesprekjes tussen Jan en Wil vaak leiden tot irritaties en onbegrip, ogenschijnlijk om niks, maar er wordt op knoppen gedrukt die zeer gevoelig liggen. Ook straalt de onhandigheid van beiden er vanaf. Soms bestaan de ‘gesprekjes’ uit ieder hun eigen monoloog, waarbij de aansluiting op elkaar totaal ontbreekt. En soms lijkt het op een gesprek, maar zit alsnog ieder in z’n eigen wereld: ‘Waarom noem je me niet Irene?’ ‘Een Irene is een aardappel.’ Het zijn zulke bijzondere karakters, zo geworden door hun jeugd en door hun bijzondere zijn (er zal een diagnose of meerdere op los te laten zijn). Ik vind het briljant beschreven, prachtig taalgebruik en ik heb dit boek van glimlach tot glimlach zitten lezen (en deels zitten luisteren, met ook gróte complimenten voor Mathijs Deen hoe hij dit zelf heeft ingesproken). Vier en halve ster, afgerond naar boven!
Quotes uit het boek: ‘Ga je mee? Dan gaan we moeder doen.‘ (na een gesprekje voor de deur bij het eerste bezoek aan schoonmoeder)
Vlak na de middag wordt het kind geboren. Het krijst een kathedraal vol wonder. Het is een zachte, gevulde jongensbaby. Irene zegt: ‘Wat is ze mooi.’
Nou, dit boek is geen allemansvriend en leidt de lezer van de ene ongemakkelijke scene naar de andere. Sommige scenes zijn daarbij zo ongemakkelijk dat je je als lezer bijna voyeur voelt in het leven van de hoofdpersonen. Dit zal er voor zorgen dat er een flinke categorie lezers is die dit boek zo ongemakkelijk vinden dat ze het niet met plezier lezen. En een categorie die de kundigheid van auteur Mathijs Deen om de scenes zo te construeren en de ongemakkelijke sfeer zo knap neer te zetten geweldig vinden. Die lezers zullen ook genieten van de impliciete humor van Deen. Ik denk dat ik zelf in die laatste categorie val: betrapte mezelf er regelmatig op gniffelend te lezen.
Eigenlijk komen er maar twee personen voor in het boek. Beiden zijn eigenaardig en karikaturaal. Alle andere karakters die in het boek voorbij komen spelen hooguit een (piep)kleine bijrol. Daardoor is het boek sober, wat goed past bij de landschappelijke situering: een afgelegen en uitgestrekt polderlandschap tegen de zeedijk. De hoofdpersonen zijn zo eigenaardig dat je je afvraagt wat voor diagnose ze zouden krijgen van een psycholoog of psychiater. Op hoogst merkwaardige wijze komen twee mensen bij elkaar die van twee totaal verschillende planeten lijken te komen. Beiden gebutst door het leven, waarbij ik de sterke indruk heb dat dat grotendeels onverwerkt is. Dat zorgt voor wonderlijke dialogen, merkwaardige acties van de hoofdpersonen en eerlijk is eerlijk: een vermakelijke verhandeling. Dat de meest onwaarschijnlijke combinatie van karakters elkaar uiteindelijk, schurend en wrikkend, toch lijken te vinden zorgt voor een onverwacht vertederend draadje in het boek.
De handtekening van Deen is te herkennen in de wat droogkomische scenes en dialogen, waarbij veel van wat er gebeurt impliciet wordt beschreven. Daarnaast laat Deen zijn romans het liefst op het Wad plaatsvinden: als het niet in het water is, dan toch zo dicht mogelijk daarbij. Dat geldt ook voor dit verhaal; de verstilling die de rand van de bewoonde wereld met zich meebrengt is voelbaar; het is de plek waar de alledaagse logica niet helemaal geldt.
Nadat ik wat aan de ongemakkelijke scenes was gewend, kreeg ik veel plezier in het lezen van het boek en de droogkomische humor van Deen. Als er een vervolg op dit boek zou zijn, waarbij we zouden kunnen lezen hoe het verder gaat met de hoofdpersonen, zou ik dat zeker gaan lezen. Het boek is, kortom, echt geen allemansvriend, maar van mij krijgt het 4,5 sterren.
Dat Mathijs Deen goed kan schrijven had ik al ontdekt in zijn thrillers De Hollander en De Duiker en zijn non-fictieboek over de Wadden, maar ook in dit verhaal komt het opnieuw mooi naar voren. Het verhaal zelf vond ik inhoudelijk niet eens aantrekkelijk, maar door de mooie proza is het toch genieten.
Dit verhaal is samen te vatten met het gezegde “op elk potje past een deksel”. Zelfs als er in dat potje een barst zit en de deksel wat krom is. De hoofdpersonen zijn twee aandoenlijke, maar ook aparte figuren met heel afstotelijke eigenschappen. Het leven van “Wil” hangt van leugens, trauma en mentale problemen aan elkaar, Jan’s leven is vooral schrijnend eenzaam. En toch weten de twee elkaar te vinden en hebben ze het (tussen allerlei zinloze ruzies door) goed met elkaar.
De verfijnde schrijfstijl verdient 5 sterren, maar het ruwe verhaal met de bruuske personages wist me niet genoeg te boeien of raken. Dus ik kom uit op een beoordeling van ergens rond de 3.5 sterren.
‘Daar ligt zij nu, de boerderij, onwrikbaar in de vrieskou van de dageraad.’ Één van de prachtig gevonden zinnen uit “Onder de mensen”. Omdat de omgeving niet alleen de setting weergeeft, maar ook zoveel zegt over de karakters.
En de karakters zijn fenomenaal in dit boek. Matthijs Deen verstaat de kunst zijn karakters zo te polijsten dat het ongemak ervan afdruipt en dat je toch van ze gaat houden. Wat een plot, wat een karakters, wat een ongemak en ontroering.
Keine Liebesgeschichte! Eher ein Roman der aufzeigt, wie zwei Menschen zusammenleben können und zueinander finden können, bei denen die Liebe nicht im Fokus steht!
Ein erwachsener Bauerssohn mit Hof an der niederländischen Nordsee kommt über eine Kontaktanzeige mit einer Frau aus der Stadt zusammen, die eigentlich keinen Mann will, sondern einen Ort für sich am Meer. Eine ungewöhnlich spröde Geschichte von zwei Menschen, die beide so sperrig sind, dass sie sich keinem anderen Menschen anschmiegen können. Alleine bleiben wollen sie dennoch nicht. Also beschließen sie, sich aufeinander einzulassen. Das funktioniert eigentlich überhaupt nicht. Trotzdem machen sie weiter. Das Ganze bleibt überwiegend so unromantisch und lakonisch, wie es sich anhört. Nur vereinzelt deuten sich kleine Momente der Annäherung an. Eine Liebesgeschichte ist das irgendwie nicht, aber vielleicht könnte es später, mit der Zeit, noch eine werden. Die Erzählung strebt aber keinem Happy End entgegen, sondern nimmt sich gerade diese holperigen Versuche vor, authentisch zusammen zu finden. Ich mochte den bejahenden Blick auf verhärmte Charaktere, die sich nach Nähe sehnen und nicht wissen, wie sie sie herstellen können, von Anfang bis Ende sehr gerne.
Het boek oefent een soort vreemde aantrekkingskracht uit die ook na het te hebben gelezen onverklaarbaar blijft. Het is zonder meer scherp geschreven en boeiend in zijn eigenaardigheid. Ergens is het te typeren als herkenbare Nederlandse sekswellustige literatuur met een Freudiaans ondertoontje. Toch ontstijgt het dat typische Jan Wolkers-achtige door de ruwe en absurdistische benadering van themas als eenzaamheid en zingeving.
Het einde is niet prijzenswaardig maar de schrijfstijl en de - in positieve zin - vreemdheid maken het toch memorabel.
Ondanks dat ik de laatste tijd erg scheutig ben geweest in het geven van sterren rond ik de beoordeling toch wat naar boven af. 4/5.
Als ik hardop om een boek heb gelachen, krijgt het van mij een extra ster. De humor is subtiel zoals Irene en diepvrieszakjes, de timing perfect. Het is een wonderlijk verhaal. Dat past bij zo'n afgelegen plaats. Het is gedateerd, dat merk je bijvoorbeeld aan telefooncel en een leven zonder internet. Je zou kunnen zeggen dat het daardoor een extra dimensie krijgt. Voor iedereen die zelf uit een dergelijke boerenfamilie komt, veel herkenbare elementen zoals de familieportretten (de brandewijnkom ontbrak).
Twee beschadigde mensen komen bij elkaar. Ongemakkelijke gesprekken, absurde situaties, onbegrijpelijke gebeurtenissen zijn het resultaat. Briljant geschreven. Pareltje.
Ich habe dieses Buch im Urlaub auf Ameland gelesen - einfach die perfekte Stimmung für dieses Buch. Kurz, prägnant und trotzdem vollgepackt mit Stimmungen und Gefühlen. So geht das!
Toen ik dit boek begon had ik eigenlijk een beetje flauw grappig boek verwacht, maar ik was echt positief verrast.
Het boek is zeker grappig; ik heb het luisterboek (door de auteur zelf voorgelezen) geluisterd en heb enkele malen midden in het dorp een onbedaarlijke lachbui gekregen.
De personages zijn onhandig en onbeholpen, en het boek is op bepaalde wijze het omgekeerde van een romance boek.
Maar wat het boek echt de moeite waard maakt is dat de personages wel hun best doen. En ondanks alles wat willen maken van het leven. Op hun eigen manier dan.
Al met al één van de leukste boeken die ik dit jaar heb gelezen
Hoe dan ook ik Mathijs Deen echt mijn favoriete voorlezer. Dit oude verhaal van hemzelf. Is weer zo’n bijzonder verhaal. 2 eenzame mensen kiezen ervoor samen te gaan maar zonder warme intimiteit en moeizame communicatie. Ook vol Zwarte humor.
Vreemd boek maar je blijft lezen. Er gebeurt weinig maar er zitten ingredienten in waarmee je eigen fantasie op de loop gaat. Weet niet precies of ik het nou goed of gek vond
Wat een bijzonder boek! Onder de mensen van Mathijs Deen is een meesterwerk dat op een ogenschijnlijk eenvoudige manier grote thema’s als eenzaamheid, verbinding en menselijkheid verkent. Het verhaal is een aaneenschakeling van kleine, alledaagse gebeurtenissen en gesprekken, maar juist in die eenvoud schuilt een enorme diepgang!!!
De personages Jan en Wil zijn op hun eigen manier kwetsbaar en sociaal onhandig, en dat wordt prachtig en soms pijnlijk weergegeven. De gesprekken tussen hen lijken vaak doelloos of absurd, maar raken steeds aan iets wezenlijks. Neem bijvoorbeeld dit fragment:
‘Waarom noem je me niet Irene?’ vraagt Wil. ‘Een Irene is een aardappel,’ antwoordt Jan.
In deze korte uitwisseling zit zowel humor als een diepe tragiek. Mathijs Deen laat zien hoe mensen elkaar soms maar half begrijpen en toch proberen samen verder te gaan. Dat thema van samen verdergaan komt ook terug in de relatie tussen Jan en Irene, die elkaar op een bijzondere manier helpen om minder wereldvreemd te worden. Ondanks hun eigen eigenaardigheden vinden ze in elkaar steun en begrip.
Tegelijkertijd schuwt Deen de rauwe werkelijkheid niet. In één zin vangt hij de leegte en zinloosheid die Jan soms ervaart:
‘Als Jan zo meteen zijn bord soep heeft leeggegeten en afgewassen valt er niets meer te verzinnen om te doen. Dan is het leven af.’ Deze melancholische toon wordt afgewisseld met droogkomische, ontwapenende uitspraken zoals:
‘Ik wil gewoon een lekker wijf.’
Dit soort zinnen maken de personages levensecht en laten je lachen, ook als de onderliggende emoties zwaar zijn. Het is precies deze mix van humor en kwetsbaarheid die Onder de mensen zo krachtig maakt.
Daarnaast verdient het taalgebruik van Deen een groot compliment. Hij schrijft met een haast poëtische eenvoud, zoals in deze passage:
‘Vlak na de middag wordt het kind geboren. Het krijgt een kathedraal vol wonder. Het is een zachte, gevulde jongensbaby. Irene zegt: “Wat is ze mooi.”’ De luisterversie, ingesproken door Deen zelf, versterkt deze ervaring alleen maar. Zijn stem brengt de subtiliteit en de sensatie van de dialogen prachtig tot leven.
Ich bin vielleicht unter falschen Voraussetzungen an das Buch herangegangen - ich hatte eine eher unterhaltsame Liebesgeschichte zwischen zwei Eigenbrötlern erwartet. Ich fand es zum einen furchtbar traurig, wie die Frau in dieser Geschichte hier unfähig ist, sich einzulassen, von sich selbst abzusehen - trotz einiger Hoffnungsschimmer scheint mir auch das Ende hier nicht gerade verheißungsvoll. Zum anderen war ich fast ärgerlich, wie viel Hintergrund den Leser*innen angedeutet, aber vorenthalten wird, so dass die Figuren einem ebenso undurchschaubar bleiben wie sie sich selbst (z.B. sind die Beziehungen zu den Müttern offenbar deutlich komplexer als die Figuren sich eingestehen oder bewusst sind). Dazu eine sehr schlichte, fast fibelartige Sprache, die mich ebenfalls außen vor lässt. Vom Setting und der Atmosphäre her erinnert das Buch an die Bücher Gerbrand Bakkers, die mich dann aber in ihrer Komplexität und Annäherung an die Charaktere deutlich mehr überzeugt.
Zo goed als Mathijs Deen schrijft, dat is zonder twijfel 4 sterren waard: sec, precies én suggestief. Dat maakt ‘Onder de mensen’ tot een memorabele leeservaring. Ik had last met de 2 hoofdpersonen, die me veeleer op afstand zetten dan me betrekken. Beiden storten zich in een vaste relatie om al de verkeerde redenen. Jan voelt niks voor Irene maar laat uit eenzaam- en geilheid over zich heenlopen -en terug- door een vrouw die wegvlucht van zware trauma’s in dominant gedrag, die een huwelijk wil zonder liefde, omwille van de boerderij en de locatie, niet om Jan. Dit zorgt voor een eentonige verhouding met weinig evolutie en erg veel onlogica, voor meer ergernis en schouderophalen dan empathie. Dat ik dit uitlas bewijst de aanwezigheid van onmiskenbaar schrijftalent.
3,5* Misschien is dit een boek over eenzaamheid. Kiezen voor een partner omdat je het anders ook niet goed weet in plaats van uit liefde. Mathijs Deen dwingt twee mensen samen te zijn, net zolang tot ze het misschien wel willen. In zekere zin gaat dit boek over het jezelf uithuwelijking, onder dwang van de afwezigheid van geluk en ouders en de leegte die zij achter lieten. Het verhaal ligt onder een zwart dekentje van de treurigheid van het bestaan en daar moet ik dus geregeld om grinniken. Zoals bloot boekjes bij het tankstation (wie kent ze nog) die je altijd zag staan, maar nooit kocht.
Ben ik zo bekend met stugge boeren dat ik de stiltes die boer Jan laat vallen vaak snap? En dat ik bij een uiteenzetting van praktische dingen denk: ‘nee, zo zou hij dat niet zeggen’?
Ik denk dat het alleen maar aangeeft dat het knetterende tussen Jan van ‘t Wad en Wil uit de stad, zelfs ondanks een overbodige toevalligheid of twee, voor de rest uiterst geloofwaardig en meeslepend is. Hoe bizar soms ook.
Geluisterd in plaats van gelezen. Deen draagt zelf voor, en legt een enorm gevoel in Jan. Prachtig.
Der Text knirscht mitunter schmerzhaft wie ein Shostakovich Streichquartier. Erlösung durch Anflüge von Empathie zwischen den beiden Hauptfiguren gewährt der Autor nur in Halbsätzen. Wer an den hallenartigen Höfen hinter den Deichen in Holland schon einmal vorbeigefahren ist und sich gefragt hat, wie es sich dort leben könnte, bekommt hier die Variante Ernüchterung serviert.
Ik kan hier weinig mee. Die voortdurende harde strijd tussen de twee hoofdpersonages. Met name in de eerste helft. Halverwege lijkt het nog spannend te worden, want de suggestie is dat Wil duistere plannen heeft. Het is mij niet duidelijk geworden wat zij nou precies wil. Een onbevredigend einde.
This entire review has been hidden because of spoilers.