Bekendheid kreeg Hermans door zijn formule van de onemanshow, een cabaretvoorstelling door één man uitgevoerd (weliswaar geruggensteund door een paar muzikanten), wat hij als eerste in het Nederlandse taalgebied heeft aangedurfd (Wim Sonneveld, Wim Kan en latere generaties zijn hem daarin gevolgd). Groot succes op de scène had hij met zijn 'typetjes' en zijn verbluffend gevoel voor woordspelletjes. Als schrijver en dichter valt Toon Hermans vooral op door zijn zorgzame aandacht en liefdevolle waarnemingen: gebaren, kleine gedichten (door hem versjes genoemd), kwinkslagen. Veel versjes van hem zitten in het collectief geheugen en kwamen op wandtegeltjes te staan.
"De bomen komen uit de grond en uit hun stam de twijgen en ied'reen vindt het heel gewoon dat zij weer bladeren krijgen, we zien ze vallen naar de grond en dan opnieuw weer groeien, zo heeft de aarde ons geleerd dat ál wat sterft zal bloeien."
Simplicity is key, ondanks dat ik normaal zeker geen moeite heb met ingewikkelde boeken of dichtbundels laat het simplisme van Toon Hermans zien dat hij een onverwachte meester is van taal. Met zijn gebruik van dubbelzinnigheid, ironie en cynisme lijken zijn versen simpel maar ze zijn alles behalve oppervlakkig, als je het hebt over een dichtbundel die toegankelijk is voor iedereen maar die tegelijkertijd ook diepgang heeft raad ik Toon Hermans zeker aan. Nooit geweten dat ik een Toon Hermans fan was.