In De digitale kooi volgens we Saskia, Pieter en Esther, die elk getroffen lijken te worden door het noodlot. Saskia moet haar gestolen auto APK laten keuren. Omdat ze dat niet kan, wordt ze meer dan tien jaar achtervolgd met boetes en raakt in de schulden. En als modelburger Esther teveel voor haar werk in het buitenland is, verliest ze vrijwel alles. Van haar parkeervergunning en stemrecht tot de mogelijkheid om een factuur te sturen voor haar bedrijf. Als in een Kafka-roman ontdekken we hoe registraties en gegevensuitwisseling geen neutrale spelers zijn, maar dat met onwetendheid en achteloosheid een digitale kooi is gebouwd die een steeds grotere groep mensen onzichtbaar gevangen houdt. (...) In dit boek laten we zien dat informatiearchitectuur de overheid blind heeft gemaakt voor de problemen van burgers en onmachtig gemaakt om fouten te herstellen en maatwerk te leveren. We formuleren 'algemene beginselen van behoorlijke ICT' om de burger weer een stem en een centrale plaats te geven in de digitale overheid.
Helder geschreven betoog over wat de introductie van ICT kan doen voor de rechten van burgers. De schrijvers geven een reeks beginselen die die negatieve effecten zouden moeten kunnen wegnemen. Enige jammere is dat de schrijvers zichzelf nogal eens herhalen, waardoor ik als lezer dan wel eens een duh-gevoel kreeg. Maar dat doet aan de kracht van het betoog te weinig af om een ster te verliezen.