Een stokoude koning viert zijn jubileum, maar een duister lot wacht... Een verliefd jong stel ontmoet een overleden schilder in de bossen van Zweden... Een langeafstandsloper rouwt in het gezelschap van Fernando Pessoa...In deze verhalen krijgt de verbeelding alle ruimte. Dat roept wel een vraag hoe zit het precies met de grens tussen feit en fictie? Waarom noemen we het ene verzinsel literatuur en het andere een leugen? En is literatuur eigenlijk nog van belang in een tijd waarin op veel terreinen de grens tussen feit en fictie verloren lijkt te gaan?Sander Kollaard onderzoekt in Levensberichten het verhaal zelf. Hij beschrijft de diepgewortelde behoefte om verhalen te vertellen. Homo sapiens is homo de vertellende mens. Maar tegelijk laat hij zien hoe gemakkelijk we ons door verhalen laten misleiden. Wat betekent dat voor ons begrip van onszelf, van anderen en van de wereld?Deze bundel maakt duidelijk dat juist literatuur ons veel te zeggen heeft over de grenzen tussen feit en fictie, over waarheid en leugen, omdat deze grenzen in de literatuur inzet zijn van het spel met de taal. Levensberichten is daarmee een pleidooi voor de kunst zoals Pablo Picasso haar heeft als een leugen die ons de waarheid doet begrijpen.
Sander Kollaard (1961) is geboren in Amstelveen en studeerde geschiedenis in Amsterdam. Hij woont en werkt op het Zweedse platteland, in een voormalige pastorie, samen met zijn vrouw en drie kinderen. Hij debuteerde in Tirade en publiceerde verder in De Gids en Passionate Magazine.
Voor zijn debuut, de verhalenbundel Onmiddelijke terugkeer van uw geliefde, ontving Sander Kollaard de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2014. Zijn tweede boek, Stadium IV, werd tevens lovend ontvangen.
'Ik zal aanstonds mijn best doen om de juiste woorden te gebruiken en deze in de juiste verhoudingen te brengen. U zult, met wat geluk, de schoonheid van die ordening ervaren, het licht ervan, het meeslepende gevoel dat elk woord precies staat waar het hoort te staan en dat het daar in zeker zin altijd al heeft gestaan, geduldig, om door u te worden gelezen. Maar hoe verleidelijk een verhaal ook is, hoe het u ook meevoert, hoe overtuigend het u naar een andere wereld leidt, ook lezen is ten diepste autobiografie. En ook hier geldt dat het niet uw biografie is die toegang geeft tot mijn verhaal, maar omgekeerd, dat het mijn verhaal is dat u toegang geeft tot wie en wat u bent. Ik hoop dat u in de gaten heeft hoe schitterend dat is.'
Ik kan hier geen etiketje opplakken, verhalenbundel, roman, zoektocht, essays, het zit er gewoon allemaal in. Echt, fictief, filosofisch, psychologisch, alle verhalen bevatten zoveel en zijn het herlezen waard. Over de waarde van taal, over het niet gezegde, over de liefde, over verlies, over herinneren en identiteit, over rollen, over het leven an sich Ik las al eerder Stadium IV en Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde n ik hou van zijn manier van schrijven.
Deze levensberichten zijn te savoureren, zoals dat heet, en af en toe met potlood te onderlijnen of zelfs over te schrijven.
Een klein boekje met een zestal interessante verhalen, waarin de hoofdpersonen altijd maar op zoek zijn. Op zoek naar wat is niet altijd duidelijk. Sander Kollaard heeft er filosofische essays van gemaakt. Niet altijd even makkelijk, maar zijn stijl blijft heel fijn. Mijn voorkeur gaat echter wel uit naar zijn romans (Stadium IV, Uit het leven van een hond en het onlangs gelezen De kleuren van Anna)
Lang geleden dat ik nog zo erg van elke letter in een boek heb genoten. Het is een boek dat ik zeker zal herlezen en dat doe ik niet vaak; er is immers nog zoveel te ontdekken.
Wondermooie beschouwingen over taal, de relatie tussen taal en de werkelijkheid, literatuur vs. de wetenschappen, het schrijverschap, kunst in het algemeen en beeldende kunst in het bijzonder, intermenselijke relaties, donkerte en licht, zwaarte en lichtheid, waarnemingen en herinneringen, zielenroerselen, fictie en "realiteit", rauwe rouw en hoe wondermooi de essentie daarvan is...
Blij deze schrijver te hebben mogen ontdekken via dit boekje dat -zo weet ik nu- in de boekhandel totaal onterecht was terechtgekomen bij een stapeltje aanbiedingen. Ik kocht dit kleinood voor 5 euro. Het zal voor tig keer dat bedrag hier verder worden gekoesterd in mijn boekenkast en daar nog minstens 1 keer opnieuw worden uitgehaald om elke letter opnieuw ten volle te proeven!
Een prachtig, rijk boek. Rijk aan verbeeldingskracht, origineel, geestverruimend bijna. Het zijn een zestal korte verhalen die flirten met de realiteit en tegelijkertijd alle ruimte bieden voor filosofische uitstapjes. Een combinatie die heel goed werkt en gevoed wordt door de prachtige schrijfstijl waarin de weergaloze zinnen, die zelden overdrijven en veel vaker precies de juiste snaar raken, elkaar doorlopend afwisselen. De verhalen staan zelden op zichzelf, smelten samen met andere verhalen en creëren op een speelse manier ruimte voor elkaar. Bovendien is er ruimte om grote schrijvers als Pessoa te citeren en in de verhalen te vervlechten zonder dat ze afbreuk doen aan de verhalen zelf. Ja, ik heb genoten van deze verhalen en ik ben van plan meer van Sander Kollaard te gaan lezen de komende tijd.
Glasheldere stijl, mooie zinnen maar nogal conceptuele verhalen, bedoeld als illustratie van een idee of theorie die ook nog eens expliciet in het verhaal uitgelegd wordt. Niet echt mijn soort leesstof. De personages en gebeurtenissen dienen puur als vehikel van de achterliggende theorie. Alleen het eerste verhaal ontsnapt aan de ideeënterreur maar is weer zo kort en eindigt zo abrupt dat het slechts een teleurstellende schets is.
Not my cup of tea. Deze bundel is meer essay dan fictie. Kollaard tracht zijn beschouwingen over kunst en filosofie wel te linken met meer vertellende elementen, maar die combinatie werkt vaak niet echt verhelderend. De essayistische elementen lijken wel boeiend voor wie daar van houdt.
Prachtig geschreven boek met een briljant idee: fictieve biografie. Verhalen als de schaduwen in Plato’s grot.
De eerste scene: een 87-jarige man wordt verrast door een dierbare herinnering aan lang geleden. Daardoor ”(...) zag hij dat door de scherpte van de herinneringen ook het heden aan scherpte had gewonnen. De wereld was helder en fris. Ze vervulde hem met een kracht die hij lang niet had gevoeld en die hem ertoe aanzette weer in beweging te komen.” Fijn dit: herinnering als bron van kracht en levensvreugd, in plaats van melancholie. Goede start.
”Misschien, dacht hij, (...) hechten we te veel belang aan zaken als afkomst en herkomst, aan wortels, aan identiteit. Wat zijn dat soort dingen meer dan verhalen? Hooguit een gebrek aan fantasie.”
Kollaard presenteert ons flauwkul alsof het waar is, en hoe. Het verhaal over de 87-jarige die een sentimental journey onderneemt naar Den Helder - haha dat vind ik dus ook nog eens een grappig gegeven, den helder en sentimental... - of het verhaal over de verzonnen schrijver - vind ik ook leuk - Weemoed Mausoleum... Als je door de taal wordt verleid om te denken dat dit non-fictie is, dan helpt zo’n naam je wel uit de droom. De hoofdpersoon in dat verhaal denkt de hele tijd terug aan Weemoed, waar opnieuw een grappige gelaagdheid in zit. In dat verhaal vertelt Kollaard nog een verhaal, een verhaal in een verhaal: het verhaal van de roman die Weemoed Mausoleum zou hebben geschreven aan de hand van Don Quijote van Cervantes over een zekere Alphonse Quetelet die statisticus zou zijn geweest met een megalomane neiging om heel de mensheid in statistiek te vangen. Kollaard vertelt het allemaal alsof het waar is en je gelooft hem bijna. Bijvoorbeeld door losjes bij de naam van Quetelet tussen haakjes de jaartallen van geboorte en overlijden te vermelden. Er heeft overigens een Quetelet, statisticus, bestaan volgens wikipedia, of Kollaard moet die entry op het internet ook gefaked hebben... Kortom, een constant spel met feit en fictie. Ik vind het knap hoor, en ook confronterend, dat de manier van vertellen zo overtuigend kan zijn dat je het allemaal (bijna) gelooft.
De verhalen in dit boek vertellen over de levens van mensen alsof ze waar zijn. Maar gelijk al het openingscitaat van Bernard Malamud, wijst ons erop dat alle biografie uiteindelijk fictie is. Met die quote is overigens ook iets aan de hand. Hij bestaat volgens het internet, is echter niet van Malamud zelf, maar van zijn romanpersonage Dubin uit Dubin’s lives. En waarom een quote van Malamud, welke autoriteit heeft hij ten aanzien van het onderwerp? Speelt Kollaard ook hier met feit en fictie, je gaat het haast denken.
Nog weer zoiets: een verhaal over een Zweedse schilder die in Sala in Zweden zou zijn geboren. Elders valt te lezen dat Kollaard dit boek heeft geschreven in jawel Sala, Zweden... moeten we een connectie bevroeden tussen de schrijver en zijn personage, heeft dit biografische verhaal zelfs autobiografische tinten? In dit verhaal benadrukt Kollaard - tot twee keer toe - dat alle kunst autobiografisch is... Opnieuw feit en fictie, we weten het onderscheid niet.
Quasi nonchalant strooit Kollaard met filosofische ja wat eigenlijk, misschien wel gemeenplaatsen zoals dat taal de werkelijkheid niet beschrijft, dat het geheugen zoveel niet opslaat dat het onbetrouwbaar is, dat herinneringen verzinsels zijn en veel zeggen over de persoon die herinnert vanwege het actieve karakter van herinneren. Maar ook dat wetenschap en literatuur in essentie gelijk aan elkaar zijn... Wat is feit en wat is fictie, we komen er niet achter - misschien is dat de ultieme filosofische gemeenplaats die Kollaard ons met dit boek wil laten ervaren; show don’t tell, maar dan met het vertellen van verhalen...
Een prachtig en ontroerend moment vind ik in een scene waarin iemand rouwt om het overlijden van een jeugdliefde en een wandeling maakt in de natuur rondom het Zweedse dorp van haar of zijn jeugd. “Ik moest weer terug voordat het donker werd maar vooralsnog bleef ik staan aan de oever van een meer, het zwijgen opgelegd door het Zweedse bos waarin ooit onze stemmen klonken, door een witte stilte waarin alles zich gewonnen moest geven - zelfs de taal, moe en leeg en ontdaan van betekenis, in de vage hoop misschien haar onschuld terug te vinden in een ander seizoen.” De natuur overwint alle taal, in de natuur geen fictie, de natuur als ontzagwekkende werkelijkheid.
Op de omslag staat een poppetje, gemaakt door een kind (Benjamin Verbeek, 6 jaar), als dat al waar is. Naast het poppetje ligt een slagschaduw die groter is dan het poppetje zelf. Volgens mij wil Kollaard zeggen dat het verhaal over iemands leven is als zijn schaduw, eerder carte dan territoire, net als in Plato’s grot.
Citaat : ‘De wereld was nog altijd fris, niet zozeer nieuw, maar alsof ze nog één keer al haar moed had verzameld om de belofte van een toekomst op haar schouders te nemen.’ Review : Sander Kollaard (1961) debuteerde in 2012 met een verhalenbundel, gevolgd, in 2015, met een roman, Stadium IV. En nu is er Levensberichten een schitterende verhalenbundel, waarin de personages op zoek zijn naar een verhaal om na te reizen. Er is een stokoude koning die zijn jubileum viert , maar die met een duister lot af te rekenen krijgt. Verder is er een verliefd jong stel een overleden schilder ontmoet in de bossen van Zweden, en de voorbeeldige wedstrijdloper en filosoof Midasdie in ‘Over de merkwaardige lichte gang van Fernando Pessoa- is verdwenen. Er wordt druk naar hem gezocht, langs de route in Portugal. Uiteindelijk blijft alleen de verteller achter. Kollaard neemt hier de gelegenheid ten baat om de gedichten van Pessoa door de tekst te strooien en ze te analyseren in functie van de identiteit van zijn personage. In deze verhalen krijgt de verbeelding alle ruimte. Ze stellen de grens tussen feit en fictie in vraag, en doorboren ook de bijbehorende gedachte waarom noemen we het ene verzinsel literatuur noemen en het andere een leugen? Het verhaal is losjes gebaseerd op het leven van de Belgische statisticus Adolphe Quetelet (1796-1874). Quetelet ontwikkelde een nieuwe wetenschap, de sociale fysica. Kern van dit vak is de statistiek. Door te tellen en te classificeren zouden de wetten van het sociale leven ontdekt kunnen worden en kon een rationeel bestuur worden ontwikkeld, geënt op het geluk van ‘de gemiddelde mens’. Mausoleum reist met de geleerde samen met zijn zoon door Europa om hun verzamelwoede op lijstjesvast te leggen. In ‘Het einde van de verlichting’ krijgt ene Janet post. Ze wordt uitgenodigd voor een bruiloft. Ooit heeft ze op een buurmeisje opgepast. Hier speelt een foto een cruciale rol. Zowel de bruid als de bruidegom staan geheel en al toevallig op een jeugdfoto, genomen bij een dagje naar Amsterdam, naar het Rijksmuseum. Janet heeft de foto gemaakt en zegt dat ook op de receptie. Dat wil men echter niet horen, men wil in de mythe van de droom en het lot blijven geloven. Taal is een heel belangrijk element in deze fenomenale verhalen die de verhouding tussen werkelijkheid en vertelling blootleggen.
Honderveertig pagina's pure liefde voor de waarde van taal en de functie die taal heeft in ons leven.Dat deze schrijver bij Van Oorschot als uitgever si geland baart na het lezen van dit werkje geen verbazing. Beschouwingen over positivisme, continuïteit, liefde, verbeelding, geheugen, statistiek en eindigheid dat allemaal en meer op een indringende wijze geadstrueerd in deze levensberichten. Kollaard voert Karl Popper ten tonele "De toekomst ligt altijd open. Wat uiteindelijk zal gebeuren hangt altijd af van wat wij doen, u, ik iedereen. Bij elke beslissing die we nemen behoren we ons daarom te laten leiden door de vraag wat de gevolgen zullen zijn en altijd zo te kiezen dat we de toekomst naar beste weten dienen." Het optimisme dat daarop gebaseerd is kan evenzeer inn zijn tegendeel worden uitgelegd afhankelijk van het vertrouwen in onze soort. In dat opzicht biedt het boek voldoende om over na te denken.
Dit is echt smullen. Menig alinea herlezen en herlezen en ik denk dat ik het over een poosje nog eens zal lezen. Het is mooi. Louterend. De verhalen zijn snoepjes.
Een oude man gaat op reis naar de plaats waar hij zijn jeugd doorbracht en denkt aan zijn vroeggestorven eerste vrouw. Een jonge man reist een verdwenen bevriende schrijver achterna en probeert hem te begrijpen. Iemand herinnert zich zijn eerste hevige liefde wanneer hij te horen krijgt dat die op sterven ligt. In de zes verhalen in deze bundel is de herinnering aan een verdwenen of gestorven geliefde of bekende een constante factor. Dat levert mooi geformuleerde, filosofische verhalen op, vol intertekstualiteit, die steeds een melancholische ondertoon hebben en het midden houden tussen essays en verhalen. Is een herinnerd leven niet meer dan een verhaal en daarmee fictie?