De druk op de politie wordt steeds groter. In onzekere tijden, met bijvoorbeeld terreurdreigingen, jihadisten, liquidaties, corruptieschandalen, het lekken van informatie of zelfs het aanhouden van personen, die met politiekogels worden gestopt, neemt de kritiek alsmaar toe. We geloven in de politie. Maar wanneer houdt dat geloof op? Hoeveel fouten kunnen ze nog maken? Het imago is tanend. Ze krijgen harde klappen en weinig respect.
De agenten Frits Burghols en Sem Leenstra werken geruime tijd in de binnenstad van Amsterdam en bewijzen het tegendeel. Hun werk bestaat niet altijd uit boeven vangen of bonnen schrijven. Ze laten met hun verhalen de andere kant zien van hun werk. De menselijke kant, met een vleugje humor.
Het leven zoals het is bij de politie in Amsterdam, in heel korte verhalen. Heel gevarieerd dus, met een knipoog en een lach. Sommige situaties zijn wel heel herkenbaar (beroepshalve), andere gelukkig niet. Een boek, geschreven met een groot hart voor mensen, ook voor de kleine mensen in problemen ...
Een citaat: "Het is tenslotte niet niks om al die tijd in het afvoerputje van de maatschappij te moeten werken. Iedere dag uitgescholden te worden terwijl hij altijd dag en nacht klaarstond om zijn taak te vervullen. De meest verschrikkelijke ziektes werden hem toegewenst, maar hij had zijn werk altijd met plezier uitgeoefend. Lief en leed had hij met zijn collega's gedeeld ... "
Politieverhalen, altijd leuk, dacht ik. Deze verhalen lijken recht uit de jaren ‘60 getrokken, en dan zouden ze nog een vreemde vorm van nostalgie hebben, maar helaas blijken deze verhalen doorspekt van vrouwonvriendelijkheid zich in dit decennium afgespeeld te hebben. Weggelegd na victimshaming van een 12-jarig incestslachtoffer en ongegeneerd informeren naar het schaamhaar van een burger die om hulp vraagt.