Junichiro Tanizaki was een van de voornaamste Japanse auteurs van de twintigste eeuw. Hij verwierf grote bekendheid met verhalen waarin vooral de koortsachtige jacht op genot in het snel groeiende Tokio werd beschreven - niet zelden met komische ondertoon.
Deze nieuwe bloemlezing stelt de Nederlandse lezer voor aan Tanizaki op zijn best. Na zes verrassende verhalen uit de periode 1911-1926 volgen drie van Tanizaki's meest befaamde novellen: Pijlwortel uit Yoshino, De rietsnijder en Shunkin - een schets. De bloemlezing wordt afgerond met Lofzang op de schaduw, Tanizaki's vermaardste essay, en De brug der dromen, een laatste magistrale novelle over het streven naar volmaakt - maar tijdelijk - geluk in de liefde.
Jun'ichirō Tanizaki (谷崎 潤一郎) was a Japanese author, and one of the major writers of modern Japanese literature, perhaps the most popular Japanese novelist after Natsume Sōseki.
Some of his works present a rather shocking world of sexuality and destructive erotic obsessions; others, less sensational, subtly portray the dynamics of family life in the context of the rapid changes in 20th-century Japanese society.
Frequently his stories are narrated in the context of a search for cultural identity in which constructions of "the West" and "Japanese tradition" are juxtaposed. The results are complex, ironic, demure, and provocative.
Tanizaki is altijd de moeite. Dit boek is een boeiende selectie uit zijn oeuvre.
Jammer dat ik enkel vertalingen kan lezen. Deze vind ik in vergelijking met andere vertalingen van Tanizaki een ferme tegenvaller.
Jos Vos dacht blijkbaar dat hij iets te bewijzen had. Hij vond het niet alleen nodig een uitgebreid 'Woord vooraf' te schrijven maar ook een 'Nawoord' zonder pointe én een volledig overbodige 'Verantwoording'. In die Verantwoording verklaart hij ook het verschrikkelijk irritant en onzinnig gebruik van "ge" en "gij" in plaats van "je" en "jij". Wat een nonsens, wat een ramp ! De Nederlandse vertaler meent dat die ingreep ervoor zorgt dat de personages een soort "schoon Vlaams" praten. Nou moe ! Armoe troef heet dat. Jommeke is niet ver af: ik spreekos goedos Spaansos, ik ben dan ookos vertaleros. Jezos ! Hier een voorbeeld van zijn zogezegd pittoresk zuidelijke variant van het Nederlands: "Als ge de basisbeginselen aanleert, hebt ge het zò te pakken". Waar haalt hij het !? "... hebt ge het zò te pakken"? Wie spreekt in godsnaam zo ? Niemand. Nooit. Nergens. Het is de storende en pedante keuze van een vertaler die wil scoren. Laat het!
Een intrigerende, wonderlijke collectie novelles. Net alsof je Gogol leest, maar dan met allerlei absurde gebeurtenissen en het ene personage dat nog decadenter is dan het andere. Het is geen straf om deze collectie van kaft tot kaft te lezen, en samen gelezen maken de novellen volgens mij nog meer indruk.
Prachtige vertaling van enkele van Tanizaki's beroemdste novellen. De keuze voor vlaams in de fragmenten die Tanizaki bewust schreef in het wat ouderwetse dialect van Kanto is ronduit briljant, en de speelsheid en subtiele ironie van zijn woorden komt hier veel beter naar voren dan in de wat statige vertalingen die je meestal ziet.
De drie door de vertaler bejubelde novelles vond ik juist niet zo boeiend. Maar de verhalen daarvoor vond ik erg leuk. Ook het slotverhaal is mooi. Er spreekt een vrolijkheid uit Tanizaki's stijl die ik aanstekelijk vind. Verhalen over mensen die op zoek zijn naar droombeelden en zich volledig bewust zijn van het feit dat het uiteindelijk ook maar om dromen gaat.
Fantastic stories, in more sense than one, and the 'praise of shadows' essay in a voluminous anthology. Excellent translation, although one might question the choice to let protagonists speak in a kind of neutered flemish (although the translator defends this choice in his postscript). Also excellent documentation for the manifold references and quotations.
Ik had dit boek vanwege het mooie plaatje op de voorkant gekocht, ik dacht het zou me van pas komen bij de voorbereiding op mijn reis naar Japan. Inmiddels is het een half jaar na deze fantastische reis. Ik kon maar nauwelijks door dit boek heen komen. Gelukkig, want de Japanners die we tegengekomen zijn, waren toch anders dan de zoon die een leven lang op zoek is naar zijn moeder en op volwassen leeftijd borstvoeding van zijn stiefmoeder geniet, of de man die lekker in het donker op een ijskoude plee hurkt en alles vervloekt dat van westerse afkomst is.