Tristan Oleander, student wijsbegeerte uit de provincie, voelt zowel fascinatie als afkeer voor het dispuut van het Amsterdamsch Studenten Corps, waarvan zijn vader ook lid was. Toch denkt hij bij Multatuli geestverwanten te hebben gevonden. Tijdens een groepsreis naar Indonesië lopen de vernederingspraktijken van zijn dispuutgenoten ernstig uit de hand. ‘Een onfortuinlijk incident’, luidt de officiële versie, maar Tristan denkt daar anders over. Jaren later, als hij het corps allang de rug toe heeft gekeerd, wordt Oleander steeds meer gekweld door rechtvaardigheidsgevoel en besluit hij zijn ex-dispuutgenoten alsnog ter verantwoording te roepen.
Het dispuut neemt de lezer mee naar een besloten en decadente wereld waar eigen wetten gelden. Een eigenzinnige, beklemmende maar ook sprankelende roman over groepsdwang, schuld en boete.
Een verzameling ongeloofwaardige, vreemde, niet bepaald sympathieke karakters vormen het traditionele corpsdispuut Multatuli, naar de Grote Naam die voor hun idealen zouden staan, maar ondertussen draait het juist om ongelijkheid, elkaar de hand boven het hoofd houden, in 'Kakland' en in Lebak.
Frölke laat ons uitgebreid de introductietijd en globaal de naslepen van vrucht (feut) Tristan Oleander volgen. Een naplaatser die erbij ging omdat zijn moeder dat wilde en zijn vader ook lid was geweest, maar eigenlijk nogal een outsider. Geen wonder dus dat het corps weer eens wordt neergezet op de stereotype manier: nep, lomp, elitair. Philip Huff deed dat met Niemand in de stad toch een stuk oprechter en realistischer.
Toch levert het eerste deel wel een aardige schets op van het wat lompe en mogelijk gevaarlijke spel dat de introductietijd is, en brengt het tweede deel door het incident in Lebak wel wat spanning met zich mee. Een aardig boek, maar ik raad dus Huff aan.
Typisch studentenboek, heeft wel wat weg van Niemand in de stad. Als het doel van de schrijver was om de naargeestige kanten van het corps neer te zetten (middels een hoofdpersoon die zich er nooit helemaal heeft thuisgevoel en zich ook laat uitschrijven), dan is dat niet helemaal gelukt. Want sommige studentengrappen en -uitingen zijn gewoon echt heel leuk. Het incident dat plaatsvindt bij hotel Tempo Doeloe in Lebak is natuurlijk vreselijk, maar 'De Vereffening' zoals deel 3 heet, wordt niet goed uitgewerkt. Het einde (met het bezoekje van Oleander aan Mulders ouders) voelt misschien daarom ook aan als een moetje om het verhaal maar af te kunnen sluiten.
Goed geschreven en amusante schets - ik moest geregeld hardop lachen - van de uitspattingen van zo'n Amsterdams corpsdispuut, waarover je de laatste tijd weer veel hoort. Dit boek speelt in een tijd dat de mobiele telefoon nog geen gemeengoed was, dus de schrijver zal wel uit eigen ervaring putten. Jaren negentig? Zoals veel boeken zakte het op tweederde een beetje in. Frölke heeft het milieu overtuigend getekend en slim naar de climax toegewerkt, maar het afhechten is minder geslaagd.
Het eerste deel van het boek was op een heel beeldende manier geschreven. De auteur gaf een geloofwaardig beeld van hoe een introductietijd kan voelen voor iemand die er zijn twijfels bij heeft. Het tweede deel van het boek na het incident in Indonesië leek iets heel anders. Het was niet meer beeldend beschreven en het plot was heel doelgericht.
Vermoeiend, vol clichés, ongeloofwaardig en overdreven verhaal dat eigenlijk nergens echt overgaat. Volgepropt met overtrokken anekdotes die nauwelijks bijdragen aan het verhaal. Omdat het taaltechnisch nog wel aardig geschreven is toch twee sterren.
Ik kreeg een beetje een cringe van alle verenigingstermen en vond het best saai geschreven. Duurde ook heel lang voordat er daadwerkelijk iets gebeurde.
Het verhaal was leuk, vermakelijk en gedetailleerd uitgewerkt. Ik miste wat structuur, het was me niet helemaal duidelijk wanneer er een tijdsprong had plaatsgevonden.