Het leven in Knokke-Heist gaat zijn mondaine gangetje. Op het commissariaat heeft iedereen zijn eigen besognes. Speurder Luk Borré is getuige van de zelfmoord van een artiest. In de nasleep van dat drama valt een tweede dode. Een verdachte wordt opgepakt. Borré's collega Stefaan Athenus is verliefd op de ex van de zelfmoordenaar. Weet zij meer? Na een lang ziekbed overlijdt de echtgenoot van rechercheur Mariëtte Godart. Zij probeert haar leven op de rails te krijgen. Met een opgroeiende zoon blijkt dat echter niet evident. Leopold Lippens stelt een nieuwe wetsdokter aan. De man doet een ontdekking die alle verhoudingen op zijn kop zet. Intussen verzeilt Luk Borré zelf in de bizarre wereld van de moderne kunsten.
Politiethriller in Knokke. Rare titel ook, waar niets uit af te leiden valt. Literair heeft Pierreux een ruwe, niet erg aangename stijl. Inhoudelijk weer alle vallen (althans in mijn ogen) waar moderne thrillerauteurs steeds weer in trappen: een opeenstapeling van hyperemogezeik, vergezochte, weinig geloofwaardige gruwel, psychologie die niet klopt, seriemoordenaars bij de vleet. Auteurs lijken te denken dat het zo moet, dat lezers dit willen. Of is het zo dat moderne auteurs niet in staat zijn een boeiend verhaal te brengen over “normale” mensen, of het nu daders, slachtoffers of speurders zijn, en dat lezers er maar achteraan sloffen omdat ze niet beter weten? De kip of het ei, alweer. Van de hedendaagse auteurs slagen alleen Robert Galbraith en enkele Scandinaven (Hakan Nesser, Karin Fossum) er in mijn ogen in een beeld te schetsen van een speurder die een min of meer normale indruk maakt, ondanks zijn of haar voortdurende aanraking met de lelijke kanten van het mensdom. Enfin, mijn teleurstelling over moderne Vlaamse of Angelsaksische thrillerauteurs is hiermee niet afgenomen. Toch is de plot zelf niet zo slecht. Het gaat goed vooruit, met wat onverwachte wendingen, wat satire over de moderne kunstwereld, heel wat fijne lokale details, en ook een onverwacht slot. Toch nog een 3 op 5 dus.