Het samenhangende idee van relieken binnen de wetenschappelijke, en dus niet de religieuze sfeer, wordt in dit boek door verschillende voorbeelden (en auteurs) duidelijk gemaakt. Bestaande uit acht hoofdstukken geschreven door auteurs uit het domein van de wetenschapsgeschiedenis is het ene hoofdstuk interessanter dan de ander.
De eerste vier hoofdstukken (over Descartes, de Grieks-Arabische traditie, Galileo en Newton) zijn interessant en lijken me van enige waarde voor de 'algemene' reliekenwetenschap en iedereen die er net zoals ik hun eerste stap in zetten. De hoofdstukken 5 en 7 worden m.i. irrelevante case studies, gekenmerkt door een myopische blik op Pavia's relieken van professors als Antonio Scarpa (meneer wordt op ruim 20 bladzijden aangehaald door het hele boek). Het is niet gek, omdat de hele aanleiding een workshop betrof op de Universiteit van Pavia, toch lijkt het uit creatieve armoede te stammen.
Hoofdstuk 6 getiteld de Britse drie-eenheid wetenschap, geheugen en relieken (vrije vertaling) lijdt aan een te veel aan voetnoten waarin consequent halve pagina's worden gevuld door de meest triviale notities. Door die hele wirwar aan genoemde voorbeelden is de relevantie van een wetenschapsreliek (of enige geschiedenis daarvan) helemaal het spoor bijster.
Gelukkig is hoofdstuk 8 het heldere licht met een eclectischer bronnenpakket die de cultuurgeschiedenis en diens vorm omarmt. Algoeds.