Het verhaal van deze klassieker van Herman Melville is bekend, al hebben vast niet velen het honderden pagina's dikke boek in kleine lettertjes gelezen. Het verhaal begint in 1841 aan de Amerikaanse oostkust. De dorpsschoolmeester Ismaël is weer gebeten door het onweerstaanbare verlangen "het waterige deel van de wereld te gaan verkennen". Hij monstert aan als matroos op de driemaster Pequod, een walvisvaarder, en krijgt daar te maken met de tirannieke kapitein Achab, geobsedeerd door Moby Dick, de enorme Witte Potvis met gerimpelde snuit, scheve kaak en drie gaten in de staart, die hem vroeger al een been gekost heeft. Achab heeft gezworen Moby Dick te doden. Hij wil hem achtervolgen "tot in de hel als het moet." De bemanning moet hem [lees meer] daarbij helpen, al willen de matrozen, een bont allegaartje van rassen en volkeren, gewoon veel potvissen vangen voor de kostbare traan en het nog veel waardevoller walschot. "Sommigen zijn op de vlucht voor het gerecht, voor liefdesverdriet of de drukte van het vasteland. Sommigen zoeken avontuur of snelle winst. Anderen willen genezen van iets wat ze nooit aan iemand zullen vertellen." Het schip zwerft over de zeven zeeën op zoek naar Moby Dick. De bemanning krijgt te maken met tempeesten, met spannende jachtmomenten, met het zware werk aan boord, met vreemde gebeurtenissen op het schip, met de dwingelandij van Achab, met eenzaamheid en bijgeloof. Bij Ismaël wekt dat vragen als: "Maakt de verlatenheid van de oceaan alles griezeliger dan het is? Stijgen uit zijn peilloze diepten nevels op die de menselijke geest vertroebelen? Is de mens wel geschikt voor eindeloze horizonten?" Hij houdt zijn eigen logboek bij, waarin hij zijn "ervaringen, gevoelens, gedachten, waarnemingen, gesprekken" op papier zet, voor later, vooral voor hemzelf. "Maar ook voor wie ze zou willen lezen." Uiteindelijk heeft de laatste 'veldslag' tussen Achab en Moby Dick plaats. Daarbij komen Achab en de hele bemanning om, behalve Ismaël. Moby Dick blijft de wereldzeeën teisteren.
Ik heb deze versie gelezen meteen nadat ik het origineel voor het eerst las. Franck maakt er echt een best-of van: zo goed als alle encyclopedische uitweidingen over de walvis en de walvisvaart worden weggelaten en wat over blijft zijn de geweldige mijmeringen en dialogen. Franck heeft het vertelperspectief zo aangepast dat Ishmael telkens bij de gebeurtenissen aanwezig is of ze rechtstreeks van iemand te horen krijgt, een aanwezigheid van het hoofdpersonage die in het origineel vaak wegebt. Ook de geweldige en diepzinnige passages en citaten worden erg trouw aan de brontekst vertaald. Franck hanteert een zeer rijke taal, al denk ik dat een verklarende woordenlijst voor de vele scheepstermen voor jonge lezers welkom was geweest. Het boek leest als een trein, ik heb de 170 pagina's op ongeveer 4-5u gelezen.
Een aanrader voor wie een idee wil houdt van een spannend en grappig verhaal waar ook heel wat diepgang in zit. (Jonge) lezers die hierna enthousiast aan het origineel willen beginnen, zullen echter schrikken over het verschil in niveau tussen beiden.
5/5, gebaseerd op het originele verhaal, de taal en de trouw aan de brontekst.
Het verhaal over Moby Dick, oorspronkelijk geschreven door Herman Melville en vallend binnen het genre ‘dierenverhalen’, is een fantastisch boek zowel in vermakelijke zin als pedagogische zin. Moby Dick is in deze functies de spil, vanwege het feit dat hij een dier is. Volgens Coillie (2007) hebben dieren het grote voordeel van de duidelijkheid in verhalen. Ze treden, zo ook in het verhaal van Herman Melville, op als type, met één karaktertrek - in het geval van Moby Dick de weerbare dreiging, het dodelijke monster. Van Moby Dick, het noodlot van onze natuur (en daarmee de thematiek en de hamvraag - hebben we een vrije wil, en zo ja, moeten we die tegen de natuur in gebruiken?) representerend, zijn alle personages en de thematiek, al dan niet onbewust, te herleiden voor de jeugdige lezer. Zo is Kapitein Ahab de representant van de wraak tegen de natuur, de worsteling tegen het noodlot, oftewel de dood. En Queequeg, kannibaal, vriend van Ishmael (de verteller van het verhaal) en het levende bewijs dat je niet op uiterlijk moet oordelen. En dan heb je de bemanning, met allerlei schakeringen aan karakters in de zin van: hoe ga je met je eigen noodlot om? In feite is de crew een afspiegeling van de maatschappij. Wat me aansprak waren de korte hoofdstukken die zo’n immersief effect op me hadden, dat ik de eindeloze zee en de eindeloze dagen met de brandende zon boven me tot het diepste voelde tijdens het lezen. Het zorgde dat het thema van het noodlot, en de miertjes van hoofdpersonen die erin krioelden, me raakten.
Ed Franck, de bewerker van het boek, heeft zoveel mogelijk de stijl van Herman Melville in ere gehouden, met wat offers voor de leesbaarheid voor kinderen. Zo gebruikt Herman Melville nogal lijvige zinnen met veel bijvoeglijke naamwoorden en puntkomma’s. Heerlijk voor volwassenen om de sfeer van de ondoorgrondelijke zee mee te krijgen, maar voor kinderen iets teveel van het goed. Dit heeft Ed Franck goed aangepast, door lijvige passages eruit te halen en hier en daar zinnen in stukken te hakken.
Over de ruimte en tijd is al veel waardering gesproken, maar laten we de naadloos in elkaar gezette puzzel van personages, motieven en voorbodes niet vergeten. Een goed voorbeeld is het trio Starbuck, Stubb en Flask. Starbuck, de ‘first mate’ op het schip, is de moralist van de drie, en dus absolute tegenstander van Kapitein Ahab om te morrelen aan het noodlot dat god/de natuur ons gegeven heeft. Stubb, ‘second mate’, is juist de ontspanning zelve, omdat hij denkt dat we ons noodlot niet kunnen ontkomen. Dezelfde basisgedachte als Starbuck, ware het niet dat Stubb de furie van Ahab meerekent in het noodlot. Flask daarentegen is juist blind voor het noodlot en heeft een hersenloze doel-heiligt-de-middelen-benadering. Hij doodt walvissen omdat hij dat wilt, en staat zo het dichtst bij de benadering van Ahab - maar dan zonder ‘hoger’ doel.
De gehele bemanning, met uitzondering van Ishmael, komt uiteindelijk om, waarmee de visie van Melville onderstreept wordt: we ontkomen niet aan ons noodlot, dus ga daar niet aan sleutelen. Hier ben ik het, als lezer, mee eens: hoe meer ontspanning á la Stubb we tegenover onze uiteindelijke dood in ons leven kunnen inbouwen, hoe beter.
Het boek vertaalt dit voor de jonge lezer op een ontspannende (veelvuldig opkomen van nieuwe avonturen), esthetische (beeldend beschreven zeebeelden), zingevende (onderliggende moraal over de vrije wil) en emotieve (voelbare razernij van Ahab) manier, waardoor het verhaal uitstekend pedagogisch en vermakelijk ingezet kan worden voor de klas.
Dit boek heb ik van mijn broertje gejat. Wel nadat hij er jaren er niet naar had omgekeken dus ik voel me totaal niet schuldig.
Het ding is ik ben al sinds kind een grote lezer. Iedereen wist dat. Als er een kind was die je ergens in een hoekje kon vinden en waarvan iedereen verbaasd zei: ''Ja... die houdt van lezen.'', dan was ik dat!
Toch kreeg ik van de persoon die mijn broertje dit boek gaf, zo'n lullig cadeau dat ik jaren later nog steeds een beetje verontwaardigd ben. Ik kan me niet eens meer herinneren wat ze gegeven had maar blijkbaar was het gepast dat jongens serieuze boeken kreeg en meisjes frutcadeaus.
Wel bleek het boek ontzettend saai te zijn maar op dat moment was ik veels te koppig om te stoppen.
Na het zien van de film ‘In the heart of the sea’ had ik zo’n zin om dit boek, dat ook op de leeslijst van mijn leerlingen staat, te lezen. Het spreekt zeker tot de verbeelding en is uitdagend (maar ook kort) genoeg voor jongeren. Toch was de film, het waargebeurde verhaal waarop Moby Dick gebaseerd zou zijn, beter.
Wat een geweldig concept, die hertaalde en herwerkte boeken. Het blijft een vrij eentonig verhaal, maar wel schitterend geschreven, daarom toch 4 sterren.