De poëzie in Bladgrond is ijl, als berglucht, ‘naarmate / een gebergte ons / lokt, de twijfel nog / hoger klimt, een uitzicht / ruimdenkend / zich inkeert, de adem / beneemt’. De dichter is op weg naar een doel dat hij niet kent, hij raapt op wat niet gevonden kan worden, bemerkt dat zijn hijgen zwaarder wordt, zijn tred slepender. Maar zijn woorden staan gegrift in een rots en zullen de wind en de regen trotseren. ‘Vol modder het niets.’
bladgrond - m. (-en), uit verteerd blad gevormde grond, nog wel in gebruik bij de teelt van potplanten. Bladgrond is een lichte, poreuze maar zeer voedzame grondsoort. In najaar of winter wordt het afgevallen blad van bomen en heesters tot hopen bijeen geharkt. Afhankelijk van de bladsoort duurt het 1-3 jaar voor voldoende vertering heeft plaatsgehad. Wilge-, iepe- en populierebladeren b.v. verteren zeer snel. Eike- of beukeblad is veel taaier en vergaat ook langzamer. Het resultaat is echter een voedzamere bladgrond. Het verteringsproces wordt versneld door de hopen regelmatig om te zetten en te vermengen met ongebluste kalk en verdunde mest. Soms gebruikt men de bladeren eerst een keer als broeimateriaal in bakken en zet men ze pas later op hopen. Ook wordt het blad eerst wel benut voor afdekking van niet-winterharde planten.
(bron: Oosthoek, via Ensie.nl)
In zijn 15e bundel ‘Bladgrond’ laat de Vlaamse dichter Roland Jooris niks ongebruikt. Dat wat rest, dat wat door anderen weggegooid wordt, dat wat blijft liggen omdat het zo nietszeggend is. Zelfs dat heeft voor Jooris een waarde. Het is, voor mij tenminste, geen gemakkelijk toegankelijke poëzie. Je moet werken, zoeken, je verbeelding openingen laten vinden waar ze op de eerste plaats niet lijken te zijn. Lees je daarvoor? Het is een vraag die je je terecht kunt stellen. Laat ik het zo stellen, het hangt van het moment af. Ik heb er de tijd voor willen nemen, heb de bundel een eerste keer gelezen, een tweede keer. Toen ik voor de derde keer van voor af aan besloot te beginnen werd ik wonderwel voor mijn inspanning beloond en toonde Roland Jooris me wat hij zoekt in de Nederlandse taal. Hou nooit op met zoeken in je taal, heeft hij me met ‘Bladgrond’ duidelijk gemaakt, want je zult altijd iets vinden dat je verrast, dat je van waarde kan zijn, iets waarvan je kunt genieten. Een taal houdt nooit op. Een taal is een schatkist.
,, Nog
Nabij toch weer elders
Hij raapt op wat niet gevonden kan worden
Hij hoort iets wat opspringt uit beduimeld geblader, uit gefluister een toets die zich afvraagt waarom
Hij tast naar een gestommel van onmondig beramen, hij brengt het ter sprake