Een kortverhaal over een man die als vreemdeling in een tehuis - ergens in de schemerzone tussen instelling, gevangenis en dwangarbeiderskamp - terechtkomt en daar geobsedeerd raakt door de relatie tussen de directeur en zijn vrouw en de vraag of het koppel gelukkig is of niet. Het hoofdpersonage wordt ondertussen ook nog eens neergedrukt door de fluïde concepten van vrijheid en gevangenschap die er op die locatie heersen.
De beste en meest toegankelijke Blanchot die ik tot nu toe heb gelezen. De thematiek die in zijn ander werk soms te hermetisch aanwezig is, is hier perfect gedoseerd.
"Maar landlopers moesten nu eenmaal aan het werk worden gezet, en het werk van een landloper hoeft niet veel nut te hebben."
"De andere gevangenen, geschrokken omdat ze in plaats van een feest een bestraffing te zien kregen, waren sprakeloos en lamgeslagen."
"Maar als het lukt om uw land te vergeten en van dit nieuwe verblijf te houden, dan stuurt men u terug naar waar u vandaan komt, alwaar u, opnieuw ontheemd, eveneens een banneling zult zijn."