Het boek bevat talrijke interessante gedachten over het scepticisme. Wel valt het veelvuldig in herhaling (Descartes' cogitoargument wordt in bijna elke tekst opnieuw uitgelegd) en bestaat een groot niveauverschil tussen de verschillende teksten. Positieve uitschieters zijn mijns inziens de teksten van Van Bunge, Gijsbers en Buekens. Het boek is zeker het lezen waard, maar de redactie had beter gekund.
Een interessant vervolg op ‘Het voordeel van de twijfel’ (2014) om vanuit de traditie van het scepticisme een tegenwicht te bieden aan ongebreideld relativisme (jij hebt jouw mening) en fundamentalisme (het onverdraaglijk vinden dat er anderen zijn met afwijkende overtuigingen). Cruciale thema’s en periodes uit de geschiedenis van het scepticisme komen aan bod in een twaalftal hoofdstukken geschreven door dertien auteurs. Het hoofdstuk met de geschiedenis van het scepticisme op het christendom is een topper (Wiep van Bunge). Vanuit didactisch oogpunt staat de bijdrage – over het probleem van de externe wereld – van Victor Gijsbers bovenaan (zie ook zijn filosofiecolleges op YT). Interessant is de aandacht voor pragmatisten als Peirce en Rorty.
Minpuntjes: - Analytische hoofdstukken soms lastig te volgen. - De ‘feyerabendiaanse’ schrijfstijl van F.A. Muller wijkt af van die van de andere hoofdstukken (Adieu Popper; apekool; geen lor uitmaken; ‘wetenschapshoernalisten’)). - De illustratie van het schandaal van de filosofie m.b.v. de sci-fi film The Matrix evenals Putmans ‘brain in a vat’ theorie komen wel erg vaak terug. Zoiets had ook in de inleiding een plaats kunnen krijgen.
Als vervolg op 'Het voordeel van de twijfel' van dezelfde auteur is dit een waardevol vervolg. Thema's aangestipt in eerstgenoemde, worden in deze bundel uitvoeriger aan de orde gesteld. Wat mijns inziens tevens een verrijking is, bestaat uit de historische context en opbouw die het boek heeft. Zo ontstaat er een rijker en vollediger beeld van het filosofisch scepticisme en haar historische en hedendaagse relevantie.