Kapernaüm, Israël, rond het jaar 30. Machla werkt hard in de leerlooierij van haar vader. Veel liever zou ze haar handen gebruiken om mooie patronen te weven, maar wie luistert er naar haar wensen? Haar vader in elk geval niet, hij kijkt nauwelijks naar haar om.
Machla’s hoofd zit vol vragen – waar is haar moeder? Waarom praat haar vader niet over haar? Langzaam dringt het bittere besef tot haar door – ze is aan haar lot overgelaten.
Dan regelt haar vader een huwelijk voor Machla. Ze zou dankbaar moeten zijn, maar ze voelt zich doodongelukkig.
Als ze een kind verwacht, wordt haar verlangen naar haar moeder nog groter. Machla besluit op zoek te gaan naar iemand die haar het ontbrekende verhaal kan vertellen. Dan trekt een vreemdeling de stad binnen, met een intrigerende boodschap. Een nieuwe tijd breekt aan! Maar is er ook een toekomst voor Machla?
Een meeslepende bijbels-historische roman over afwijzing en eenzaamheid én over genade.
Wat een sfeer van eenzaamheid, angst en afwijzing zit er in dit verhaal. Het druipt van de bladzijden af. Enkel aan het eind gloort er hoop. Dat had van mij wel meer mogen zijn.
In het begin was het lastig om te lezen om de vele hebreeuwse woorden. Omdat ik die iedere keer op moest zoeken in de woordenlijst achter in het boek, schoot het lezen niet echt op. Voor een debuutroman is het niet slecht geschreven, maar ik zat nou oom niet op het puntje van mijn stoel omdat het zo spannend was. Dit boek krijgt van mij drie sterren.