Over Vroeger was alles beter, behalve de tandarts: 'Vol zelfspot portretteert Rawie zichzelf als unzeitgemässe snobist, literatuurliefhebber, driedelige dandy, vrouwenverslinder, antifeminist, domineeszoon, oude lul en theatraal hater van alle (technische) vooruitgang. Geregeld is hij ook echt geestig, zeker als hij over zijn jeugd vertelt of vilein wordt.' de Volkskrant 'Stijl en toon zijn gedistingeerd-literair als altijd.' Trouw 'Ontdek de nuchtere persoon achter de bevlogen poëet.' BN De Stem 'Ik raad iedereen aan zich op een drafje naar de boekhandel te spoeden en terstond deze verzorgde uitgave aan te schaffen.' Dagblad van het Noorden 'Ik heb lang geleden eens twee buitengewoon geslaagd vormgegeven meisjes gekend die zoals dat heet eeneiig waren, en zich volgens voorschrift ook hetzelfde kleedden. Ze waren niet uit elkaar te houden, en vormden de wensdroom van iedere stereoseksueel. Het verhaal ging dat ze ooit samen een slagerszaak aandeden, en dat een winkelbediende, terwijl een van beiden reeds geholpen werd, aan de ander vroeg: "Hoort u bij elkaar?" Het lijkt of ik zoiets verzin, maar deze geschiedenis speelt in Groningen, waar je nergens zeker van kunt zijn.' In Mijn ouders hadden één kind en een dochter beschrijft de dichter Jean Pierre Rawie zijn bewogen leven en haalt hij herinneringen op aan lang vervlogen tijden. Hij denkt niet onberoerd terug aan het stadje van zijn jeugd, en mijmert over de curieuze dichters en dode vrienden, vorsten en prelaten, familieleden en beminden die hij op zijn poëtische levenspad mocht tegenkomen. Maar ook behandelt hij ontwikkelingen in de wereld van nu, die hij in elegante woorden bespreekt en soms fileert. Mijn ouders hadden één kind en een dochter is een weemoedig makend boek van een van de fijnzinnigste en geestigste stilisten van ons taalgebied. Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 1951) is een van de meest geliefde dichters van Nederland. Zijn bundel Onmogelijk geluk behoort tot de succesvolste dichtbundels aller tijden. Rawie ontving in 2008 de Charlotte Köhler Prijs voor zijn gehele oeuvre. In 2012 publiceerde Rawie zijn bundel De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag, die met afstand de bestverkochte dichtbundel van het jaar werd. In 2013 verscheen zijn prozadebuut, Vroeger was alles beter, behalve de tandarts.
Ik kende Rawie van naam maar niet van tekst. Pikte zijn boek op in een boekhandel omdat de achterflap me intrigeerde en aan het lachen maakte. En dat is het hele boek zo gebleven. Zijn onderkoelde Britse humor en zijn vileine observaties maken dit voor mij tot een fantastisch boek met columns die je steeds opnieuw wil lezen.
Een redacteur heeft kennelijk de leukste columns voorin gezet, want waar ik in het begin telkens in de lach schoot, werd dat later minder. Toch een fijn boek, van iemand van wie ik het niet wist dat ie veel meer kon dan geestig dichten over ernstige onderwerpen. Rawie is het type dat vroeger op school werd geplaagd omdat hij excentriek deed. Meestal trekt dat bij, maar Rawie is vervolgens excentriek geworden, mede dankzij de drank. Voor het overige is hij best een nuchtere, zij het wat zelfgenoegzame beschouwer, die valse pretenties bij anderen goed doorziet.
Vier sterren is royaal, voor een boek met wat aan het eind van de dag iets melancholieke en nostalgische of licht0-stekelige columns zijn, en tegelijk, er schemert meer doorheen, wat het boek tegelijk een enigszins droef en tegelijk een Ollie-B-Bommel-Patina geeft: een avondland dat ten onder gaat, beschouwd door een tragi-komisch dichter en heer.
Er is al een vierde deel, zag ik. Mijn vermoeden is dat dit goed verkoopt, en terecht.