Dichter bij een schrijver aan het werk kan een lezer niet komen In De ontdekking van Moskou voert Harry Mulisch een schrijver op die zichzelf een onmogelijke opdracht gaf, namelijk een boek te schrijven over een mislukte expeditie naar Moskou in het jaar 1492. Niet alleen voor het personage in het boek bleek dit een onmogelijke route, ook Harry Mulisch zelf is het niet gelukt zijn boek te voltooien. Hij schreef verschillende versies, waarin de regels van fictie en romankunst radicaal overboord worden gegooid. Uiteindelijk is het aan de fantasie van de lezer om dit onvoltooide boek te voltooien.
Harry Kurt Victor Mulisch along with W.F. Hermans and Gerard Reve, is considered one of the "Great Three" of Dutch postwar literature. He has written novels, plays, essays, poems, and philosophical reflections. Mulisch was born in Haarlem and lived in Amsterdam since 1958, following the death of his father in 1957. Mulisch's father was from Austria-Hungary and emigrated to the Netherlands after the First World War. During the German occupation in World War II he worked for a German bank, which also dealt with confiscated Jewish assets. His mother, Alice Schwarz, was Jewish. Mulisch and his mother escaped transportation to a concentration camp thanks to Mulisch's father's collaboration with the Nazis. Due to the curious nature of his parents' positions, Mulisch has claimed that he is the Second World War.
A frequent theme in his work is the Second World War. His father had worked for the Germans during the war and went to prison for three years afterwards. As the war spanned most of Mulisch's formative phase, it had a defining influence on his life and work. In 1963, he wrote a non-fiction work about the Eichmann case: The case 40/61. Major works set against the backdrop of the Second World War are De Aanslag, Het stenen bruidsbed, and Siegfried. Additionally, Mulisch often incorporates ancient legends or myths in his writings, drawing on Greek mythology (e.g. in De Elementen), Jewish mysticism (in De ontdekking van de Hemel and De Procedure), well-known urban legends and politics (Mulisch is politically left-wing, notably defending Fidel Castro since the Cuban revolution). Mulisch is widely read and (according to his critics) often flaunts his philosophical and even scientific knowledge. Mulisch gained international recognition with the movie De Aanslag (The Assault), (1986) which was based on his eponymous book. It received an Oscar and a Golden Globe for best foreign movie and has been translated in more than twenty languages. His novel De ontdekking van de Hemel (1992) was filmed in 2001 as The Discovery of Heaven by Jeroen Krabbé, starring Stephen Fry. Amongst many awards he has received for individual works and his total body of work, the most important is the Prijs der Nederlandse Letteren (Prize of Dutch Literature, an official lifetime achievement award) in 1995.
De ontdekking van Moskou Teveel schrijvers of nog één te weinig? Harry Mulisch begon in 1963 een ontdekkingstocht tot aan de diepste krochten van de hoge literatuur. Hij noemde het De ontdekking van Moskou . Jarenlang ploeterde hij er onvermoeid mee voort, hierbij vond hij zijn verhalend vermogen opnieuw uit. Niet in dit manuscript, door dit manuscript. De levensvatbare stukken werden uit het verhaal gehaald en voor nieuwe romans gebruikt. Zo ontstonden verhalen als Paralipomena orphica (1970) en De aanslag (1982). Zes versies waren er bekend, het bleken er uiteindelijk twaalf te zijn. Op zijn sterfbed gaf de auteur aan Marita Mathijsen, Mulisch-kenner en letterkundige, toestemming om zijn werk te publiceren. Dit deed ze in samenwerking met Arnold Heumakers. De meest gecompliceerde versie schreef Mulisch in het midden van de jaren zestig. Juist het werk uit die periode is nu gepubliceerd.
In een interview met Willem M. Roggeman (Beroepsgeheim 4, 1983) zet Mulisch de verhaallijn als volgt uiteen: ‘Een man in Italië schrijft over een man in Moskou, die schrijft over een expeditie naar de Russische hoofdstad in de vijftiende eeuw, terwijl deze scribenten zijn voorzien van dapper meeschrijvende vrienden.’ Op een zeker moment telde het verhaal wel acht schrijvers. Dat werkte niet. Om die reden vereenvoudigde Mulisch het manuscript beduidend. Want ‘…er is iets raars aan de hand, zoals blijkt met die twee kerels, die als het ware versmelten. Dat moet je niet ook nog eens een keer volkoeken met al die andere schrijvers. Dat is niet goed. (…) ik schoot te kort en daarom verzon ik steeds nieuwe schrijvers om eruit te komen (…) als alles ingewikkeld is, én op de voorgrond én op de achtergrond, dan is het niet goed’. Het is daarom een beetje vreemd dat in de publicatie uit 2015 weer zes schrijvers opduiken. Het manuscript is een essentiële schakel in zijn oeuvre omdat het geldt als de geboortekamer van zijn meest succesvolle romans. Overmaat brengt een verhaal om zeep, dat leerde hij door dit te schrijven en te herschrijven. Het verhaal had een overschot aan personages en te weinig karakters; hij gebruikte te veel kanttekeningen en verwijzingen; de persoonsvorm wisselde vaak, en voortdurend changeerde hij de vijftiende eeuw met de tegenwoordige tijd. Er is een grens tot aan waar intellectualisme als prettig wordt ervaren, en die grens ligt daar waar het ten koste gaat van de leesbaarheid. Na deze harde en tijdrovende les creëerde hij het verhalend vermogen waarmee hij een groot schrijver werd.
De tekst heeft, apart van editeurs zoals Mathijssen en Heumakers, een nieuwe creatieve schrijver nodig. Deze persoon zou de karakters uit het boek beter kunnen neerzetten. Dit zou passen bij de werkwijze van Mulisch, waarin alles en iedereen een pendant moest hebben. Mulisch zag de wereld als een fascinerende puzzel vol synchroniteiten en tegengestelde paren. Denk ook aan bovenstaande opmerking over de‘twee kerels, die als het ware versmelten’. Zij waren de voorlopers van de tegengestelden Onno en Max, uit zijn opus. Zou het dan niet passend zijn als een evenknie het werk van Mulisch af zou maken? Op die andere ‘kerel’ ligt het manuscript nu te wachten.
Je moet wel een groot schrijver zijn dan wel een overschatte schrijver als postuum een onvoltooid boek van je wordt uitgegeven. De uitgave van ‘de ontdekking van Moskou’ van Harry Mulisch vijf jaar na zijn dood is zeker gerechtvaardigd omdat het boek diverse sleutels bevat tot zijn werk. Hij kon duister en bijna onbegrijpelijk schrijven, maar ook helder en toegankelijk, zoals in de romans ‘Twee vrouwen’ en ‘De aanslag’. De ontdekking van Moskou bleef onvoltooid maar bood wel de basis voor ‘De aanslag’, Twee vrouwen’ en ‘De ontdekking van de hemel’. Het is een verhaal over een mislukte poging om Moskou te ontdekken, in hetzelfde jaar, 1492, dat Columbus Amerika ontdekte. Het is vooral ook een boek over het schrijven van een boek, over het schrijverschap. Diverse alter ego’s van Mulisch komen een bod. Voor dit boek las ik De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk. De naam Simon komt als een van de auteurs in ‘De ontdekking van Moskou’ naar voren, een man van in de vijftig. Mulisch was bijna dertig jaar jonger dan Vestdijk en in zijn jonge jaren heeft hij hem ook ontmoet. Ik kom verder nergens tegen dat De dokter en het lichte meisje een inspiratiebron voor Mulisch zou zijn geweest, dat geldt wel voor ‘ De kelner en de levenden, de roman die invloed had op ‘Tussen hamer en aambeeld’. De nawoorden van Marita Mathijsen en Arnold Heumakers zijn zeer verhelderend.
'Het is geen gemakkelijk boek, vrees ik; wie niet ieder woord leest, ligt eruit', aldus Mulisch zelf. Ik raad je aan eerst de twee essays in het nawerk te lezen van Marita Mathijsen en Arnold Heumakers alvorens aan het verhaal te beginnen.
Tsja, 'De ontdekking van Moskou' is geen boek, maar een aanzet tot een boek. Het is niet af. En dat maakt het hard werken voor de lezer. Omdat je niet zo zeer tussen de regels door moet lezen, maar door de regels die er staan heen moet kijken naar de regels die nog hadden moeten komen. Om verder te gaan waar de schrijver bleef steken en zelf het verhaal af te maken.
Dat is natuurlijk altijd een lastig gegeven, maar als het boek dat niet af is ook nog eens gaat over een schrijver die schrijft over een schrijver die op zoek is gegaan om niet te vinden zal het duidelijk zijn dat het lezen haast een bovenmenselijke inspanning gaat vereisen. Wat op zich passend is bij een schrijver van het kaliber van Mulisch, maar je tegelijkertijd als lezer achter laat met een licht overstretchd gevoel.
Toch is 'De ontdekking van Moskou' interessant leesvoer. Omdat het niet af is en je zo een kijkje in de schrijverskeuken krijgt. Wat machtig interessant is. Al was het maar omdat je dat eigenlijk nooit zo krijgt. En omdat je zo ziet hoe een onaf boek eruit ziet. Onaf. Nog niet klaar. Maar - ondanks dat - niet minder interessant. In tegendeel.
Vijf schrijvers is wat te veel Droste, en de verwarring daarvan blijft de hele roman. Maar 'De ontdekking van Moskou' is niet af. "Het ms. breekt hier af" —letterlijk, dat verwacht je als lezer natuurlijk wel, maar deze uitgave is ook maar één van twaalf versies en erg voorlopig. Neen daarom is 'De ontdekkings voor de gewone lezer geen must-have, al zullen ware Mulischianen de fragmenten herkennen die leidden tot 'De aanslag' of 'Paralipomena Orphica'.
Prachtig inkijkje in het (worstelen met het) schrijverschap. Ik heb me veel meer vermaakt met dit boek dan ik tevoren verwachtte. Het feit dat het niet af is draagt alleen maar bij aan de mystiek.
Moeilijk om een oordeel over te geven. Ik vrees dat ik het boek (niet alle toevoegingen) nog een keer moet lezen. Zonder afleiding en goed geconcentreerd is het misschien te volgen.