Jump to ratings and reviews
Rate this book

Mijl Op Zeven: Nagelaten Werk

Rate this book

134 pages

First published January 1, 1987

2 people are currently reading
31 people want to read

About the author

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
20 (51%)
4 stars
15 (38%)
3 stars
4 (10%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Mark Coenen.
69 reviews13 followers
December 31, 2020

De Humo waarin zijn in memoriam staat, heb ik nog steeds. 5 februari 1987. De Caje op de cover: Humo sprak met de kapitein. Een interview van de toen nog piepe Wouter Vandenhaute.

Op bladzijde 143 een sobere zwart-witfoto van Herman Selleslags, waarop Marc met een pilsje in de hand, gezeten op een trap, een eind naar de einder staart. Gemaakt in de backstage op een concert van – godbetert – Paul Young.

Volgt een lamento in dertien regels van hoofdkaas Mortier. Radeloze woorden.

‘Vergeven van verdriet’.

‘Bodemloze droefheid’.

Er woei een ijskoude poolwind door de verlaten straten van Boystown.

Verder, alsof het leven gewoon doorging, op de onmisbare TTT-bladzijden een overzicht van de klas van 86: een update over de finalisten van Humo’s Rock Rally 1984, die de breekbare Brugse waternimf en latere bed-and-breakfastkoningin Elsje Helewaut als winnares van de camionette en de speekmedaille had voortgebracht. Elisa Waut was Björk met minder kapsones, en een verdiende winnaar.

De finale van die Rock Rally in de Ancienne Belgique was de enige keer dat ik hem in levenden lijve heb gezien. Vanop een afstand, in de vipruimte. Lange zwik. Melancholische kop. Voorts is mij van die avond niets noemenswaardigs bijgebleven.

Buiten het interview dat later werd uitgezonden in Villa Tempo, het toenmalige schaamlapje van de BRTN om aandacht voor teenagers te fingeren.

Een ietwat zenuwachtige Bart Peeters stelt vragen aan de streng ogende jury van de Rock Rally, waaronder Charlie Poel en Guy Mortier, die toen zijn haar nog verfde.

Twee mannen die de Wereldoorlog nog hadden meegemaakt. Eén daarvan zelfs de Eerste.

Marc zit er minzaam knikkend bij, maar recht zijn rug bij een opmerking van Bart over het soms meedogenloze oordeel van de jury. En spreekt hem streng toe: ‘Het gaat in de Rock Rally over de groepen en niet over de jury. Dit is een vraag die voortspruit uit een in Vlaanderen wel meer verspreide mening, namelijk dat je vooral je mening niet mag zeggen. Dat wordt je dus steeds kwalijk genomen. Dat wordt geïnterpreteerd als arrogantie, en als ‘Wie denkt u wel dat u bent?’’

Wie was ú eigenlijk, beste (mm)?

De Messi van de muzikale metaforen. De James Dean van de plaatbesprekingen. Vroeggestorven jonge god uit de Kempen. Uit Olen, home of the terrils, dat sinds Mijlemans niet meer onder het epiteton ‘lam’ is uitgekomen.

De Kempen. Daar woont raar volk. Daar zit iets in de grond.

Rotzooi, afkomstig van de Union Minière: lood, zink en cadmium, alsook zouten.

Van alle Galliërs zijn de Belgen het dapperst, maar de Kempenaars het grelligst.

Marc debuteerde in ’t boekske, najaar 1980, met een bespreking van een plaatje van Dion And The Belmonts. Over de zanger: ‘Een stem die optrekt als een Chevrolet en stoppen wil voor een bord spaghetti maar toch weer doorduwt.’

Het was meteen duidelijk waarom (gm) zo’n groot talent in hem zag.

Die ene recensie voor Humo opende voor hem de poort waarlangs hij kon ontsnappen uit het muffe dorpje dat hem verlamde. The gates of Eden, gelegen aan de Livornostraat, één hoog.

Hoe mooi hij dat moment zelf beschrijft: ‘Toen de eerste Humo met mijn naam erin zich over het land verspreidde, zat ik met C. in een trein en ik voelde dat de trein zich als een speer in de flanken van onze zwaartekracht zou boren en dat alle norsheid en rekeningen van ons zouden afglijden. En C. zong voor zich uit ‘We’ve Only Just Begun’ van The Carpenters, wat dus niets is om in een trein te zingen, maar ik rookte daar de beste sigaret die ik ooit zou roken.’

C.: kort voor Chris, zijn vrouw, moeder van hun dochter Marijke – nu: Marij. Liefde van zijn leven. Dood op haar 25ste. Hersenbloeding. ‘Het laatste lied dat ze in haar onwaarschijnlijk korte leven hoorde, was ‘It’s All Right’ van The Impressions. Ze heeft meegezongen.’

Wij die van niets wisten en haar niet kenden, vernamen de jobstijding in Humo. Kort berichtje, zwartomrand, in Open Venster, met fotootje erbij. Een meisje nog. ‘Ze zei altijd: ik wil nooit oud worden en lelijk en lastig. Ze zei: ik ben niets speciaals. Maar ze vergiste zich.’

'Hij had het talent om uit te groeien tot de grootste van zijn generatie'

We’ve only just begun.

Naar haar dood werd C. het bekendste initiaal ter wereld.

Marc was een jaar voordien begonnen aan een tv-rubriek waarin hij op eigen kwajongse wijze de televisieweek die kwam van kritiek en ironie voorzag. Na de dood van C. werd die zachtjesaan een nauwelijks verhulde elegie van een radeloze man voor zijn dode vrouw, hij die achtergebleven was met een bijdehante, vroegrijpe en grappige dochter die in het eerste studiejaar zat toen haar moeder stierf.

Zij haar poppen, hij zijn whisky.

Met de moed der wanhoop, moed die hem steeds dieper in de schoenen zakte.

Il avait perdu son Eurydice.

27 januari 1987 was een dinsdag. ‘Met een gemiddelde temperatuur van -8,3°C in Ukkel is dit de koudste januari-decade van de eeuw,’ weet het KMI te vertellen.

Voorts is mij van die dag niets noemenswaardigs bijgebleven.

Dat zijn ‘Mijl op zeven’, een verzameling tv-stukjes en enkele aanzetten van verhalen, wegens omstandigheden zijn magnum opus is gebleven, blijft verschrikkelijk jammer: hij had het talent om uit te groeien tot de grootste van zijn generatie. Nu is dat boekje (nauwelijks 134 pagina’s), dat nog op talloze nachtkastjes van oudere jongeren ligt, tegelijk een debuut en een zwanenzang. Terwijl hij opgestegen leek voor een adelaarsvlucht.

Een bijbel vol bijtende bon mots, veel treurnis en veel te veel levenswijsheid voor zo’n jong mens. Altijd spits, altijd goed gevonden: funny as fuck.

Hij bleef, zelfs in de diepste donkerte, de verpersoonlijking van de geniale baseline die Charlie Poel ooit voor het boekske bedacht: ‘Humo is de kortste weg naar onnozel blijven.’ ‘Zijn werk,’ schreef Guy Mortier, ‘zat zo vol terloopse schittering en flitsen van briljantie, dat men van week tot week de bliksem vorm zag krijgen waarmee hij ooit door de hemelen zou klieven.’

Na dertig jaar zijn zijn woorden nauwelijks verouderd; de tv-programma’s waar hij het over heeft, daarentegen... Wat een televisionele woestenij, achteraf gezien, die jaren 80 op de treurbuis: Australische soaps, debiele spelletjes op Nederland 1, veel prut op de openbare omroep, maar gelukkig, als enige thuishaven voor de jonge weduwnaar, ook veel donkere filmclassics in zwart-wit, late night bij de BBC. En op zondagmiddag kijken naar Betty Van Steenbroeck, de rankste der gazellen uit die tijd, die weleens een veldloop won, met commentaar van Daniël Mortier.


Als er één flard van hem de eeuwigheid mag trotseren, laat het dan zijn recensie van ‘Born Sandy Devotional’ van The Triffids zijn. Juni 1986. Een grootse flits van doorleefde briljantie, alsof de plaat over hem en zijn leven ging.

Wat ook zo was.

‘In ‘The Seabirds’ verliest een man zijn vrouw, loopt naar het strand en biedt zich aan als prooi voor de meeuwen; in ‘Chicken Killer’, harder en sneller, verliest een man zijn vrouw en begint op vogels te schieten. De figuren waarmee de songs van McComb bevolkt zijn, verliezen altijd en ze verliezen niet graag.’

Nooit heeft hij geweten dat The Triffids de zomer na zijn dood op (toen nog) Torhout/Werchter hebben gespeeld, met de sindsdien ook al lang overleden David McComb als leadzanger.

‘Ook voor jou, Marc,’ kondigde Guy Mortier de band aan.

Een mist van tranen hing boven podium en wei.

Toen ik vijf jaar geleden bij Canvas als eerste beleidsdaad een programma over (mm) wilde maken, zei de helft van de staf: ‘Marc wie?’ De andere helft ook.

Zo gaat dat: de eeuwigheid duurt tegenwoordig niet langer dan pakweg ‘The Wanderer’ van Dion And The Belmonts.

Hij heeft zonder het te weten mijn leven – en dat van vele anderen – op grootse wijze beïnvloed. Zijn strijd om te ontsnappen uit het moeras van de middelmaat was ook onze strijd: daarin was hij een baken en een boei en een voorbeeld, en dat in nauwelijks een handvol jaren. Zijn wekelijkse belijdenis van onvoorwaardelijke liefde voor tsjingel-tsjangelmuziek was onze liefde: het twijfelachtige besef, naar de woorden van Bruce Springsteen, dat je meer kon leren van een song van drie minuten dan ooit op school, is na (mm) nooit meer zo mooi beschreven.

Hij is de eerste en de laatste journalist geweest die zijn persoonlijke sores omboog tot iets zo onvergetelijks, door week na week zijn ontreddering te etaleren in steeds schrijnender bewoordingen. De bruikbaarheid van verdriet.

En die daarnaast grappiger en gevatter bleef dan eenieder.

Wat een talent. Wat een verlies.

‘De meestbelovende, wanhopigste stilist van zijn generatie is gestorven voor hij aan zichzelf was toegekomen. Hier en daar moet iemand hem blijven onthouden.’ Dat schreef de sindsdien ook al lang overleden Herman de Coninck op de achterflap van ‘Mijl op zeven’.

Bij dezen.

(Ook voor jou, Marc).

Humo, 24 januari 2017)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.