Het conservatisme is een bezoedeld idee, dat bij veel mensen synoniem staat met oubollig, hardvochtig en verzuurd. Desondanks beheerst de stroming nu al enkele jaren het publieke debat. Ondanks die populariteit is de verwarring over het begrip groot en er bestaat zelfs onder voorstanders veel onduidelijkheid over wat het conservatisme precies inhoudt.
In Het conservatieve denken laat Jelle Dehaen enkele van de belangrijkste conservatieve denkers van onze tijd aan het woord. Aan de hand van diepgravende maar toegankelijke interviews wordt er een antwoord gezocht op de vraag wat het conservatisme nu eigenlijk is, welke analyses het van onze maatschappij maakt en welke oplossingen het aanreikt. Is de conservatief per definitie een nationalist? Hoe staat de stroming tegenover het multiculturalisme? Welke plaats moet de religie in onze samenleving innemen? Is de conservatief werkelijk een tegenstander van het middenveld en koestert hij een absoluut geloof in de vrije markt? Wat kan de traditie ons leren? En kan de conservatief zich nog herkennen in het moderne onderwijs en de hedendaagse kunst? Mensen als Herman De Dijn, Paul Cliteur, Theodore Dalrymple en Thierry Baudet geven het antwoord.
Jelle Dehaen (1984) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij werkt als freelance journalist. Hij publiceerde eerder Het conservatieve denken en De schaduw van Caesar.
'Het conservatieve denken' van Jelle Dehaen bestaat uit interviews met verschillende personen die met het conservatisme geassocieerd worden en is net vanwege de interviewvorm zeer goed leesbaar. Een boek als dit kan dan ook veel beter als inleiding tot het conservatisme dienen dan een droge uiteenzetting van het onstaan en de grondleggers ervan bijvoorbeeld. Niet dat ik iets heb tegen dergelijke werken, maar dit boek kan volgens mij veel meer mensen aanspreken die misschien eerder nieuwsgierig zijn naar wat conservatisme nu net is of die er wel iets over willen leren, maar geen zin hebben om zich door een historisch overzicht of iets dergelijks te worstelen. Het kan mijns inziens echter even interessant zijn voor iemand die reeds goed vertrouwd is met het conservatisme doordat een brede waaier van onderwerpen aangesneden wordt, waarbij de bijdrage van Elizabeth Kantor, die zich vooral met literatuur bezighoudt, het meest in het oog sprong.
In het merendeel van de gesprekken staan de visies van de geïnterviewden centraal. Het is duidelijk dat ze allen bepaalde focussen hebben en zeker niet overal dezelfde mening toegedaan zijn. Dit maakt het ook zo interessant en toont aan waarom het conservatisme eerder een levenshouding is dan een ideologie.
De bijdragen van Annelien De Dijn en Gregory Schneider zijn eerder historisch in die zin dat het bij De Dijn vooral over Edmund Burke en de oorsprong van het politieke conservatisme gaat en bij Schneider over het conservatisme in Amerikaanse context. Hun eigen opvattingen staan minder centraal, maar ook deze delen zijn interessant en vlot leesbaar.
Wat Paul Cliteur in dit boek doet, is mij echter helemaal niet duidelijk. Wat mij betreft is hij gewoon een liberaal. Je kan hem hoogstens conservatief noemen in die zin dat hij ijvert voor de verdediging van liberale waarden en zich afzet tegen het doorgaans liberale discours dat alles maar relatief is en we vooral geen oordeel mogen hebben over andere culturen en groepen. Ik vind hem gewoon een militante liberaal, maar soit.
Over het algemeen dus een interessant en goed leesbaar boek. Het enige wat mij echt stoorde, waren de spelfouten en grammaticale fouten. Ik snap dat één foutje onopgemerkt kan blijven, maar het waren er gewoon te veel. Worden manuscripten tegenwoordig nog nagelezen eigenlijk of hoe zit dat?
Als je een aan iemand vraagt wat "een conservatief" is kan je het antwoord al raden. Rechtse rakkers die tegen elke vorm van vooruitgang zijn. Jelle Dehaen doet met dit interview boek een sterke poging om de deur open te zetten voor deze rijke ideologische traditie. Na het lezen van dit boek van ik ervan overtuigd dat deze stroming meer aandacht verdient.
Bundeling van zeven vraaggesprekken met conservatieve denkers binnen en buiten de Nederlanden door de jonge filosoof Jelle Dehaen, inclusief voorwoord van Bart De Wever.
Een ideaal werk voor iemand die zich wil inwijden in het conservatisme. Zoals meerdere malen aangehaald, het conservatisme is meer een filosofie, een levenshouding. Eerder dan een ideologie, dat bijna automatisch utopisch is. En laat het conservatisme nu net uit de puinstenen van de Franse Revolutie zijn ontstaan, waar voor het eerst in Europa op dergelijke schaal de maakbaarheid van de samenleving en mens werd getest.
Theodore Dalrymple en Thierry Baudet zijn al enkele jaren gevierde conservatieve denkers. Hun voornaamste standpunten over resp. justitie en liefde/ Europese Unie komen aan bod. Katholiek professor op rust Herman De Dijn mag dan weer de spits afbijten en vertelt heel zinnige zaken over geloof, niet onbelangrijk in het conservatieve denken. Het is niet toevallig dat de samenleving zijn heil zoekt in allerlei politieke experimenten wanneer de Kerk als middenveld zijn rol lost.
Persoonlijke verrasssing vond ik het gesprek met de Amerikaanse schrijfster Elizabeth Kantor over conservatieve invloeden in de Angelsaksische literatuur, bvb. Beowulf/ Dickens/ Austen. Ik heb alvast "The Politically Incorrect Guide to English and American Literature" besteld om meer hierover te lezen.
Paul Cliteur is dan weer met een meer universalistisch, bijna neoconservatief verhaal minder mijn meug. Maar hij daagt uit om te overdenken.
Gregory Schneider onderhoudt de lezer meer over de politiek van de Republikeinen, maar verschuilt zich nogal gemakkelijk achter een zekere politiek-correctheid om hun falen te onderstrepen.
Annelien De Dijn belicht vooral Burke, maar laat weinig licht schijnen over haar eigen standpunten.
Tenslotte nog dit, meerderen weigeren de huidige federale regering conservatief te noemen. Eerder gericht op besparingen en neoliberaal. Dit is een correcte analyse. En tegelijk het grote drama dat conservatieve politici waar ook ter wereld eenmaal aan de macht, vergeten dat de mens, lees: politicus, slechts een dwerg is op de schouders van reuzen.