In Double Dutch. Nederlandse architectuur na 1985 beschrijft architectuurcriticus en journalist Bernard Hulsman hoe de Nederlandse architectuur in de afgelopen kwarteeuw een ongekende bloei beleefde.
Nederlandse architecten verbaasden de wereld met onconventionele ontwerpen zoals de Kunsthal van Rem Koolhaas en het spectaculaire Nederlandse paviljoen van MVRDV op de wereldtentoonstelling in Hannover in 2000. Maar Hulsman laat ook zien hoe bijna onopgemerkt het postmodernisme doorbrak in het modernste architectuurland ter wereld, hoe de revolutie van het Wilde Wonen mislukte, het ornament zijn herintrede deed en de aandacht voor ambacht en duurzaamheid groeide.
Bernard Hulsman (1958) is redacteur van NRC Handelsblad en schrijft sinds 1985 over architectuur en popmuziek. Hulsman schreef onder meer Zwanenzangen: De laatste liederen van vroeggestorven pophelden (met Pieter Steinz), De krul en andere modes in de architectuur , Hollandse Hemels: Koepels in Nederland en Double Dutch: Nederlandse architectuur na 1985 .
As the 1980s drew to a close, a breeze of enlightenment blew through the world of Dutch architecture. Postmodernism was on the way out having left the Netherlands reasonably unscathed. This book tells the story of the golden years of Dutch architecture, from 1985 to 2010. It describes not just the rise of the conceptual SuperDutch architecture but also that of postmodernism.
Een mooi en niet al te lang boek over moderne architectuur en wat Nederland een uniek architectuur land maakt, het gaat vooral in op de ontwikkeling in de architectuur en woningbouw van 1985-2015 en geeft mij een nieuwe waardering voor Nederlandse moderne architectuur.