Hannah Arendts inzicht over de vluchtelingenproblematiek was even groot als haar gevoeligheid ervoor. Dat is niet toevallig: Arendt was zelf jarenlang tot een staatloos bestaan veroordeeld. Ook het lot van de Palestijnse vluchtelingen hield haar sterk bezig. Wat is het verleden en wat is de toekomst van Palestina in de wereldpolitiek? Een antwoord op die vraag vinden we in twee teksten van haar die nu voor het eerst in vertaling verschijnen.
De eerste tekst dateert uit 1944, toen Palestina nog Brits mandaatgebied was en Israël nog geen staat. Arendt beschouwt daarin de rol van olie, de kansen die wereldmachten daarin zien voor eigenbelang, en de spanningen tussen bewoners van het gebied die daarvan het gevolg waren.
De tweede tekst is bijna tien jaar na de Nakba geschreven, en heeft één centrale bekommernis: hoe kunnen we Palestijnen weer een menswaardig bestaan geven? Arendt hekelt, samen met andere intellectuelen en experts, de onhoudbaarheid van de situatie van de Palestijnen. Al in 1958 vonden zij dat hun mensonwaardige lot té lang aanhield. Ze stelden een rapport en een plan op om de op dat moment 940 000 ontheemde Palestijnen een nieuw thuis te bieden.
Hannah Arendt (1906 – 1975) was one of the most influential political philosophers of the twentieth century. Born into a German-Jewish family, she was forced to leave Germany in 1933 and lived in Paris for the next eight years, working for a number of Jewish refugee organisations. In 1941 she immigrated to the United States and soon became part of a lively intellectual circle in New York. She held a number of academic positions at various American universities until her death in 1975. She is best known for two works that had a major impact both within and outside the academic community. The first, The Origins of Totalitarianism, published in 1951, was a study of the Nazi and Stalinist regimes that generated a wide-ranging debate on the nature and historical antecedents of the totalitarian phenomenon. The second, The Human Condition, published in 1958, was an original philosophical study that investigated the fundamental categories of the vita activa (labor, work, action). In addition to these two important works, Arendt published a number of influential essays on topics such as the nature of revolution, freedom, authority, tradition and the modern age. At the time of her death in 1975, she had completed the first two volumes of her last major philosophical work, The Life of the Mind, which examined the three fundamental faculties of the vita contemplativa (thinking, willing, judging).
Wat een zegen dat we vandaag de teksten van Hannah Arendt hebben, dat we ze kunnen lezen, interpreteren en bevragen. Het is sterk om te zien hoe Arendt de ivoren toren van de filosofie kon verlaten: deze teksten zijn immers niet filosofisch, maar bieden concrete observaties en voorstellen om het Palestijnse vraagstuk te benaderen. Soms wil je mensen wakker schudden uit hun dood. Tenminste, als we ervan uitgaan dat Arendt zelf moedig genoeg zou zijn om *te denken*. Die moed vind ik echter niet terug bij de vertaalster, Alicja Gescinska, noch in haar voorwoord, noch in het afsluitende hoofdstuk. Gescinska pleit, net als Arendt, om de hoop niet te verliezen en niet te vervallen in een deterministische of fatalistische kijk op de Israëlisch-Palestijnse verhoudingen. “Haat is niet eeuwig” en een complex probleem is daarom niet noodzakelijk onoplosbaar. In mijn ogen is dat wat kort door de bocht, al begrijp ik de insteek zeker. Pas wanneer iedereen toegang heeft tot basisbehoeften zoals voedsel, water en onderdak, medische hulp; kan er ruimte ontstaan om na te denken over identiteit, herinnering of trauma. First, the body needs to be kept alive and out of camps. Tot daar kan ik volgen; maar daar stopt het ook. Het voorwoord vond ik eerlijk gezegd wat flauw. Er wordt weinig echt uitgewerkt, behalve een vrij algemene, hoopvolle boodschap die ik nogal naïef uitgewerkt vind. Op een bepaald moment wordt ook de aanval van Hamas veroordeeld, een beetje een rare twist maar oke op zich begrijpelijk, maar het voelt eerder als een verplichte passage dan als een inhoudelijke bijdrage. Daarna volgen Arendts teksten, en vervolgens een duiding door de vertaalster. Daar begon mijn frustratie.
1)Arendts teksten zijn hier niet in de eerste plaats filosofisch van aard. Juist daarom wordt een sterke duiding des te belangrijker. De vertaalster benadrukt dat de lezer de teksten in hun historische context moet plaatsen en zelf moet interpreteren. Dat is echter nogal triviaal. Die verantwoordelijkheid volledig op de individuele lezer afschuiven is laf en getuigt van filosofische luiheid. Een grondige, filosofisch onderbouwde analyse had hier echt een meerwaarde kunnen bieden. Wat is anders het punt van een vertaling van specifiek deze teksten zonder voldoende perspectief?
2) In het nawoord werd mijn intuïtie, die al tijdens het voorwoord begon te knagen, bevestigd. Opnieuw wordt de aanval van Hamas veroordeeld en wordt Israëls reactie omschreven als een “niets ontziende wraakactie”. Er wordt koste wat kost om de kern van de zaak heen gedraaid. Het woord valt niet, het effectieve absoluut urgente feit wordt weggemoffeld. Er wordt gepleit voor humanitaire hulp voor Palestijnen, maar nergens wordt expliciet benoemd waarom die hulp VANDAAG zo dringend is. Er is een genocide gaande, daarom, en dan moet dat woord ook gebruikt worden. Taal doet ertoe. Het vermijden van het woord genocide om “etnische zuivering” of “massamoord” te gebruiken, zijn vormen van subtiele ontkenning.
Enkele voorbeelden: • "Een aantal observaties uit het rapport zijn in de wereld van vandaag nog steeds van de grootste urgentie, misschien zelfs nog urgenter dan in 1958." —> dat woord “misschien” hoort hier niet thuis, gezien de realiteit vandaag. Dat woord MOET weg en mag er niet om een stilistische reden blijven staan.
• “Nietsdoen en alles bij het oude laten is veel gevaarljker voor zowel de veiligheid van Israeli's als van Palestijnen. De gruwelijke aanval van 7 oktober 2023 van Hamas op Israel en de daaropvolgende nietsonziende reactie van Israel bevestigen die pijnlijke waarheid.” —> is echt een white-lives-matter argument. + Belangrijker: welke PIJNLIJKE WAARHEID precies? We zijn die “enerzijds-anderzijds”-retoriek stilaan beu. In een context van extreem geweld en genocide is precisie geen detail, maar een noodzaak.
• “Ook vandaag zien we dat het conflict in het Midden-Oosten de veiligheid in heel de wereld aantast, met een verhoogde terreurdreiging, toenemend antisemitisme, etc.” 1)Palestijnse levens doen er niet pas toe wanneer ook Israëli’s, Europeanen of “de rest van de wereld” eronder lijden. Toch vertrekt dit argument vanuit dezelfde logica. Het heeft dezelfde structuur als: we moeten het patriarchaat afschaffen omdat het ook mannen schaadt. 2)Als je, te midden van alles wat er vandaag gaande is, de drang voelt om de nadruk te leggen op de dreiging van toenemend antisemitisme, dan klopt er iets niet in je prioriteiten of in je analyse.
•”Wanneer nagedacht wordt over de oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem, wordt vaak met de vinger naar Israël gewezen. Het militaire optreden van Israël in de voorbije jaren — waarbij het slechts een kwestie van semantiek lijkt of men spreekt van genocide, massamoorden, misdaden tegen de menselijkheid of etnische zuivering — heeft daartoe alleen maar bijgedragen.” 1)Dit is geen kwestie van loutere semantiek. Iedereen die zich ook maar enigszins verdiept in het begrip genocide, juridisch of filosofisch, weet dat deze termen niet zomaar inwisselbaar zijn. Ze dragen verschillende betekenissen en implicaties. 2) En naar wie moet men vandaag met de vinger wijzen, als het niet in de eerste plaats is naar de genocidale staat die dit geweld uitvoert, en naar de staten die daarin medeplichtig zijn?
Heel de duiding van de tekst naar de hedendaagse situatie is flauw en laf. Filosofisch lui. Of deze invalshoek nu van de uitgeverij komt, van een editor, of van Alicja Gescinska zelf; ze is problematisch. Ze is smakeloos. Hoezeer de tekst ook de indruk wekt bekommerd te zijn om Palestijnse levens, de formuleringen en subtiele verschuivingen in taal werken eerder ontkennend en zijn deel van het probleem. Als filosofe had Gescinska hier een kans: de kans om een scherpe, grondige en eerlijke duiding te geven van de teksten van Hannah Arendt in hun hedendaagse context. Hoe waardevol en sterk zou dat wel niet geweest zijn? Wat heb je eigenlijk begrepen van Arendts ‘nee-kunnen-zeggen’ als je zo’n tekst schrijven kan in de context van vandaag, en gewoon meedraait in de perverse logica van ontkenning? En als je die duiding niet wil of kan geven, verval dan tenminste niet in formuleringen die neigen naar ontkenning of minimalisering. Dat maakt de tekst oprecht moeilijk te verdragen.
Dus ja: het is een goede vertaling. Maar het is een zwakke duiding, een problematische framing die vervalt in ontkennende narratieven van de genocide op de Palestijnen en een gemiste kans om effectief filosofisch of maatschappelijk iets te bieden aan het bredere publiek. Dit is schadelijk, vooral omdat het gesofisticeerd en diep lijkt, en de gemiddelde Vlaamse lezer NIET door de letters van ontkenning zal kunnen lezen. Het is schadelijk dat er verwaterde wijn wordt geschonken. Proost!
Arendt blijft pittig om te lezen en tegelijkertijd zeer actueel. De duiding van de teksten door Gescinska helpt die actualiteit beter te begrijpen. Maar vraag blijft: krijgen Arendt en haar collega's ooit gelijk dat haat niet eeuwig is?
Broodnodige lectuur: om zowel onze tijd als Hannah Arendts filosofie beter te begrijpen. De teksten van Arendt zelf vond ik best taaie lectuur. De duiding erbij laat toe om hun betekenis beter te vatten. Er wordt uitvoerig ingegaan op hoe de problematiek van de statenloosheid enerzijds en van het verontmenselijkende kwaad anderzijds centraal staan in het denken van Arendt, en waarom haar observaties over Palestina dan ook naar de kern van Arendts denken gaan. Ook de biografische schets is een grote meerwaarde: kennis van Arendts leven en haar eigen ervaring als vluchteling en statenloze biedt een dieper inzicht in haar gedachten over politiek, het kwaad, mensenrechten, en andere aspecten van haar denken.