In wat in de wandelgangen ‘de trainergedichten’ zijn gaan heten, bevinden we ons meestal in de dojang. De ik in deze gedichten wordt deskundig door de ruimte geslingerd en blijft dan hangen, één meter boven de mat. Daar komen zijn voorouders de ruimte binnen, en ziet de ik zijn verdwenen hond weer terug. De vechtsportzaal verandert in een groen psychedelisch landschap. Balancerend tussen hemel en mat dringt de vraag zich op: waar trainen we eigenlijk voor? Wat betekent het om te vallen in een vertrouwde wereld die tegelijkertijd nieuw aanvoelt? En er is ook iets met een visvijver. onder mij de mat van Merlijn Huntjens bevat een reeks gedichten waarin het fysieke nooit ver weg is. Tussen de vechtende en sportende lichamen duiken thema’s als oorsprong, identiteit en verlies op.
"mijn voorouders vragen met regelmaat aan elkaar of de dingen die in tekenfilms gebeuren kunnen bestaan"
"er bestaat een versie waarin ik ook samenval met de vijver rustig zink in zoetwater
er bestaat een versie waarin ik niet samenval"
"ik oefen midden in de de nacht de schoolslag daar horen allerlei geluiden bij"
"een driehoekig ruimteschip landt onopgemerkt verderop op de vlakte want iedereen loopt de dancing binnen en danst luid en redelijk ongemakkelijk in de gloria"