een van het rijk der vissen gaat op een dag naar de vissevorstin en vraagt haar : wat is die zee waar ik steeds over hoor? en de vorstin vertelt haar met al haar schubben glinsterend : dit... dit is de zee. de zee, ziet u, de zee zit overal om u heen, de zee is alles wat u kennen zult, alles wat u liefhebben zult, de zee dat bent u.